Steun melkveeboer

Melkveeboeren in veenweidegebieden krijgen extra financiële steun. Dat heeft minister Veerman (Landbouw, CDA) gisteren toegezegd op een conferentie over de toekomst van de veenweidegebieden, die in Baarn werd gehouden.

Het gaat om 40.000 hectare veenweidegebied, voornamelijk gelegen in het Waterland (boven Amsterdam) en het Groene Hart (Zuid-Holland-Utrecht), maar ook enkele gebieden in Friesland, Groningen en Overijssel. Door het hoge waterpeil ligt de opbrengst per hectare daar gemiddeld enkele honderden euro's per jaar lager dan in andere weilanden. Melkveebedrijven trekken er daardoor langzaam maar zeker weg. Veerman wil die trend doorbreken door melkveehouders een bijdrage te geven van 94 euro per hectare per jaar. De steun past binnen de Europese `Regeling gebieden met natuurlijke handicaps'. De Europese Unie betaalt een kwart van de kosten, de rest komt uit de begroting van het ministerie van Landbouw. Landbouworganisatie LTO-Nederland juicht de steunmaatregel toe en spreekt van ,,een doorbraak in een jaren slepende discussie''.

Door de hoge waterstand is de grond zeer drassig. Dit bemoeilijkt het werk. Het vee kan minder snel het land op en de boeren kunnen met minder zware machines werken. Toch vindt Veerman het van groot belang dat de melkveehouderij niet uit het gebied verdwijnt. De aanwezigheid van koeien is volgens hem vanuit landschappelijk oogpunt van groot belang voor de veenweidegebieden. Tevens onderhouden de boeren het land en reguleren ze mede de waterstand.

Veerman wil dat boeren meer vrijheid krijgen van gemeenten en provincies om hun inkomen aan te vullen met nevenactiviteiten. Ook voor landschapsonderhoud en waterbeheer zouden zij van de regionale overheden en de waterschappen een vergoeding moeten krijgen.