Selecteer via eindexamen

De Universiteit Leiden gaat experimenteren met toetsen om aankomende studenten te selecteren. Als dergelijke instrumenten politiek of maatschappelijk gewenst zouden zijn, kunnen ze natuurlijk ontwikkeld worden. Maar dat kost veel geld, net als het afnemen van toelatingstoetsen. Er is een beter en goedkoper alternatief: de informatie uit de centrale examens.

Selectie van studenten moet leiden tot hogere studierendementen en een hoger niveau van de afgestudeerden. In het publieke debat tot nu toe lijkt het er met name om te gaan of voor deze selectie de examenresultaten gebruikt moeten worden of dat een toelatingstoets daarvoor het meest geschikt is. Een combinatie daarvan is ook mogelijk. Onlangs is in Engeland gekozen voor deze oplossing. Acht rechtenopleidingen, waaronder Oxford en Cambridge, besloten een toelatingstoets af te nemen naast de examens in het voortgezet onderwijs, de zogeheten `A levels'. Zo'n systeem zou in Nederland trouwens meer informatie opleveren dan in Engeland. Op de cijferlijst bij het vwo-diploma staan de behaalde cijfers per vak. Die geven meer mogelijkheden om te onderscheiden tussen studenten dan in Engeland, waar alleen sprake is van geslaagd zijn of niet.

Maar zouden toelatingstoetsen en andere instrumenten ons zoveel meer of betere informatie geven over aankomende studenten dan de resultaten van het eindexamen? Nu wordt alleen bij studies met een numerus fixus rekening gehouden met het gemiddelde eindexamencijfer. Wat betreft het vakkenpakket wordt alleen gekeken of aan de eisen van de opleiding is voldaan, niet naar de zwaarte ervan.

Wij stellen voor om de toelatingsbeslissing te baseren op de cijfers uit het centrale deel van het examen, voor die vakken die een opleiding zelf relevant vindt. Door de cijfers van het centrale deel van het examen te gebruiken is de vergelijkbaarheid van de cijfers het beste gewaarborgd. Bovendien worden de cijfers bij voorkeur gecorrigeerd voor de zwaarte van het vak, om bijvoorbeeld na te gaan of een 6 voor natuurkunde zwaarder weegt dan een 7 voor biologie. Uiteraard kan een opleiding ook zelf bepalen hoe examenvakken meetellen bij het bepalen van het gemiddelde cijfer. Bij de selectie voor een opleiding krijgen studenten met een hoger gemiddeld gecorrigeerd cijfer de voorkeur boven studenten met een lager gemiddeld gecorrigeerd cijfer.

Als opleidingen meer informatie willen voor de selectie van studenten, kan een aanvullende toets worden afgenomen. Voor bijvoorbeeld rechten zou dit een toets kunnen zijn die vergelijkbaar is met toetsen die voor dit doel in Engeland en Amerika worden gebruikt. Selectie van studenten kan dan gebeuren op basis van het gemiddelde examencijfer en de toelatingstoets. Universiteiten kunnen zich profileren door verschillende eisen te stellen aan het gemiddelde examencijfer en de toelatingstoets. Zo zou Leiden de `beste' studenten voor rechten kunnen selecteren en Tilburg de talentvolste studenten voor economie.

Er zijn nog meer opties. De afgelopen jaren worden met succes zogeheten portfolio's ingezet om studenten te beoordelen. Een portfolio bestaat uit een verzameling bewijsstukken over de capaciteiten van studenten, met name capaciteiten die met examens en toelatingstoetsen niet of nauwelijks gemeten worden. Relevant bij de selectie voor de rechtenopleiding zouden bijvoorbeeld het lidmaatschap van een schoolraad of redactielid van een schoolkrant kunnen zijn.

Of selectie tot betere studierendementen zal leiden, kan onderzocht worden door de studenten tijdens hun opleiding te volgen. Of selectie tot betere afgestudeerden leidt, is moeilijker te onderzoeken. Mogelijke indicatoren zijn de kwaliteit van wetenschappelijke output of betere posities in hun professie. Zulk onderzoek kan ook antwoord geven op de vraag of toelatingstoetsen en andere instrumenten naast de door studenten behaalde examenresultaten tot een betere voorspelling van studiesucces en maatschappelijk succes leidt.

P.F. Sanders is hoofd Psychometrisch onderzoek en kenniscentrum en drs. J. Wiegers is directeur Citogroep.