Referenda over EU in Spanje en Portugal

Spanje en Portugal hebben zich gisteren geschaard bij de landen van de EU die een volksraadpleging zullen houden over het grondwettelijke verdrag waarover de EU-regeringsleiders eind vorige week overeenstemming bereikten.

De parlementen van alle 25 lidstaten van de Europese Unie krijgen tot eind 2006 de tijd om het nieuwe verdrag, kortweg aangeduid als `Europese grondwet', te ratificeren. Een toenemend aantal landen is van plan in deze procedure ook een referendum te houden. Spanje en Portugal schaarden zich gisteren bij deze landen.

Eerder werd al duidelijk dat in België, Denemarken, Groot-Brittannië, Ierland, Luxemburg en Tsjechië volksraadplegingen zullen worden gehouden. In Frankrijk, Nederland en Polen is nog geen beslissing gevallen.

In het nieuwe verdrag staan afspraken die de besluitvorming in EU-verband slagvaardiger, transparanter en democratischer moeten maken. Zo zal de Europese Raad van regeringsleiders afstappen van het roulerend voorzitterschap en een vaste voorzitter krijgen. Ook staat erin dat voor beslissingen op bepaalde beleidsterreinen niet langer unanimiteit is vereist, maar een `gekwalificeerde meerderheid' volstaat. Daarvoor geldt dan 55 procent van de lidstaten plus 65 procent van de bevolking als limiet.

Wanneer de referenda zullen plaatshebben is nog niet bekend. De Spaanse minister van Buitenlandse Zaken, Miguel Angel Moratinos, zei te verwachten dat zijn land een van de eerste zal zijn die het nieuwe verdrag zal ratificeren. De Portugese premier José Manuel Durao Barroso zei te verwachten dat de volksraadpleging in zijn land in de loop van volgend jaar zal plaatsvinden.