Oranje verder op boeiend en snel EK

Na de overwinningen van Oranje en Tsjechië gisteren zijn alle kwartfinalisten van het EK voetbal bekend. Voorlopige conclusie: een vrolijk en spannend toernooi, met veel goals.

De criticasters hebben ongelijk gekregen. Het EK in Portugal is tot nu toe veel aantrekkelijker dan menig voetbalkenner had voorspeld. De prachtige en bijna altijd uitverkochte stadions zijn het toneel van boeiende strijd met veel doelpunten bovendien. Met gemiddeld 2,6 doelpunten per wedstrijd scoort Euro 2004 hoger dan de voorbije toernooien.

Het Nederlands elftal maakte gisteravond drie doelpunten tegen Letland (3-0), maar minstens zo belangrijk was de overwinning van de Tsjechen op Duitsland (2-1), waardoor ook Oranje zich tot de kwartfinalisten mag rekenen. Van Nistelrooy is nu met vier treffers gedeeld topscorer met de Engelsman Rooney. Na dagen van kritiek op met name bondscoach Advocaat zijn de zwartkijkers plotseling in de minderheid.

Toch blijven kritische stemmen hoorbaar. Zo zouden de meeste ploegen in tactisch en verdedigend opzicht volgens met name de Nederlandse rapporteurs een zwakke indruk maken en ook op technisch gebied is het voetbal volgens hen niet al te best. Dit laatste is overdreven. Het moderne voetbal is zo snel en voorzien van zoveel positiewisselingen, dat de balbehandeling er wel onder moet lijden. Wat niet wil zeggen dat de Europese toplanden een gebrek aan techniek aan de dag leggen, integendeel. Maar het tempo is domweg te hoog om een reële vergelijking met het topvoetbal van dertig jaar geleden te kunnen maken.

Sceptici klagen ook over het gebrek aan uitblinkers en missen ploegen die erbovenuit steken. Alsof de bloedstollende duels Zweden-Italië, Tsjechië-Nederland, Spanje-Portugal en Zweden-Denemarken geen hoge amusementswaarde hadden.

Na 24 groepsduels valt de eindwinnaar niet te voorspellen; de ploegen zijn aan elkaar gewaagd. Het vermeende gebrek aan uitblinkers is ook relatief. Voetbal is meer dan ooit een teamsport en toch zijn de individuele kwaliteiten van de Fransman Zidane, de Tsjech Nedved, de Duitser Ballack, Rooney en Van Nistelrooy voldoende aan het licht gekomen.

In organisatorisch opzicht is het EK voorlopig ook een succes. Het is vooral een supervriendelijk toernooi. De supporters en journalisten worden niet bij voorbaat argwanend bejegend en de politieagenten slaan er niet meteen op los, zoals bij Euro 2000 in België het geval was met Engelse fans. De hooligans houden zich gedeisd, ondanks ongeregeldheden in het nachtleven aan de Algarve. In de buurt van de stadions is sprake van een vrolijk en kleurrijk voetbalfeest. Dieptepunt was het steekincident in het centrum van Lissabon. Een inwoner van de hoofdstad, afkomstig uit Oekraïne, pleegde maandagnacht een roofmoord op een Britse fan. Zijn dood had volgens de Portugese politie weinig met voetbal te maken.

Een meevaller voor de organisatie is de plaatsing van Portugal bij de laatste acht. Nog nooit heeft een gastland ontbroken in de kwartfinales van een EK – vier jaar geleden werd België uitgeschakeld maar ging Nederland naar de tweede ronde – en het scheelde weinig of Portugal was de klos. Na het verloren openingsduel tegen Griekenland was het thuispubliek in een rouwstemming. Maar na twee zeges op respectievelijk Rusland en Spanje gelooft heel Portugal weer in een wonder. Vanavond kunnen de nationale sporthelden Figo en Deco zich ten koste van Engeland voor de halve finale plaatsen.

Het eerste kwartfinaleduel in Estadio da Luz is een veelbelovend treffen tussen een Zuid-Europees en een Noord-Europees voetballand. Ofwel: techniek en hartstocht tegenover tactiek en berekening. Engeland heeft zich onder leiding van de Zweedse bondscoach Eriksson een continentale speelstijl aangemeten. Kick and rush lijkt voor altijd afgezworen. Dankzij het 18-jarige talent Rooney is het Engelse countervoetbal succesvol gebleken. De bonkige spits van Everton is uitgegroeid tot dé publiekslieveling.

Opvallend is de uitschakeling van drie grote voetballanden: Italië, Spanje en Duitsland. Daar wordt al meer dan twintig jaar het beste clubvoetbal gespeeld. De oorzaak van hun falen wordt gezocht in het overladen programma dat zij afgelopen seizoen met hun club hebben moeten afwerken. Dit is een drogreden. Hetzelfde geldt namelijk voor de Engelsen die zich wel wisten te plaatsen en geen vermoeidheidsverschijnselen vertonen. Bovendien spelen de meeste Denen, Zweden, Tsjechen en Nederlanders in dezelfde zware (buitenlandse) competities.

Spanje werd nota bene uitgeschakeld door Griekenland, dat in het kwalificatietoernooi ook al hoger eindigde. De Duitse bondscoach Rehhagel heeft het chaotisch spelende team tot een degelijk geheel gesmeed. Morgenavond is Griekenland tegen Frankrijk weer outsider. Het spel van de titelhouder valt voorlopig tegen, maar met zoveel vedetten in de ploeg zijn de Fransen op elk toernooi favoriet. Het zou een klein wonder zijn als de Grieken naar de halve finale gaan. Voor hen geldt wél dat ze profiteren van een minder zwaar seizoen. De meeste internationals zijn reserve bij hun club.

Zoals altijd wordt er veel geklaagd over de arbitrage. Dit keer gingen de bondscoaches van Rusland en Kroatië tekeer tegen vermeend onrecht. De Oost-Europese landen zouden benadeeld worden, omdat ze commercieel minder interessant zijn dan de West-Europese landen. Dit is zonder meer het geval, maar of de scheidsrechters hier doelbewust naar handelen is niet aangetoond.

En dan de voorzichtige terugkeer van de buitenspelers. Nederland is na een mislukt experiment met een `ruit' op het middenveld weer met vleugelspitsen gaan spelen en krijgt internationaal eindelijk navolging. Portugal en Denemarken hebben de zijkanten op het speelveld ook dubbel bezet. De andere vijf kwartfinalisten zweren bij een of twee spitsen en een rits opkomende middenvelders. Beide speltypen kunnen voor spectaculair voetbal zorgen. Er leiden meer wegen naar de finale in Lissabon.

hoofdartikel pagina 9