Oranje (5)

Toen ik Dick na afloop belde, kreeg ik geruime tijd alleen de gesprekstoon te horen.

,,Met wie was je nou zo lang aan de praat?'', vroeg ik hem toen ik hem later eindelijk te pakken kreeg. Van míj kan hij zulke vrijpostige vragen wel hebben.

,,De premier'', zei hij met een zweem van trots.

Ik kon mijn ongeloof nauwelijks onderdrukken. Was de voetbalgekte in Nederland nu al tot zo'n duizelingwekkende hoogte gestegen dat de minst sportieve premier die Nederland ooit heeft gehad (Drees goede tweede, Kok derde) zich met `de ruit' op het middenveld begon te bemoeien?

,,Wat zei-die?''

,,Hij vroeg honderduit'', zuchtte Dick, ,,maar het probleem was dat ik hem niet kon verstaan. God, wat praat die man vlug. Het is net Andy van der Meyde: snel in zijn bewegingen, maar hij komt geen man voorbij en al zijn voorzetten belanden achter het doel.''

Toen was het moment aangebroken waarop ik Dick eindelijk kon feliciteren met het bereiken van de kwartfinales.

,,Ja, het is een geweldige prestatie'', zei hij opgelucht.

,,Van Tsjechië B bedoel je?''

,,Tsjechië B, hoezo? Begin jij nu ook al? Wie staat er in die kwartfinale: Tsjechië B of wij?''

Onmiddellijk besloot ik mijn toon drastisch te matigen, net als Jack van Gelder kort tevoren in de tv-studio had gedaan. Jack wilde opeens helemaal niet meer weten dat zelfs híj een paar dagen eerder zulke scherpe vragen over `de wissel' had durven stellen.

,,Natuurlijk, Dick'', zei ik, ,,ik wil niets afdoen aan de grandioze overwinning op Letland. We hebben het zelf afgedwongen. Eerst die volkomen terechte strafschop na een schandalige overtreding op Davids, later dat prachtige doelpunt van Van Nistelrooy die alleen maar dééd of hij buitenspel stond.''

,,Zo mag ik het horen'', mompelde hij.

Ik overwoog in een flits of ik nog een paar vraagjes moest stellen over die vier grote kansen die Letland in de eerste tien minuten na de rust kreeg. Dat waren kansen waar betere spitsen, bijvoorbeeld die van Zweden, wel raad mee zouden hebben geweten. Kortom, waarom maakt dit elftal, zelfs in een wedstrijd waarin alles meezit, opeens zo'n labiele indruk?

Maar ik wilde Dicks humeur niet bederven, er moest bovendien een belangrijker onderwerp worden afgewerkt: Jan Mulder. Dick had in het tv-interview na afloop gezegd dat bepaalde critici van hem `normen en waarden' kwijt waren. Hij doelde impliciet op Mulder die gezegd had dat Dick `gestenigd' had moeten worden.

,,Een beetje flauw van je, Dick'', zei ik. ,,Jij weet heel goed dat het een ironische overdrijving van Mulder was, juist om aan te geven dat hij nooit zulke zware termen had gebruikt.''

,,Bewaar die smoesjes maar voor de grachtengordel'', snauwde Dick, ,,ik trap er niet in. De rollen zijn vanaf nu omgedraaid. Wij gaan die meneer Mulder eens flink demoniseren. Ik heb het Nederlandse volk weer helemaal op mijn hand.''

Op de achtergrond hoorde ik Jack van Gelder instemmend schateren, en ik besefte dat Dick eindelijk de goede tactiek had gekozen.