Omzichtig praten met het Vlaams Blok

Op besturen met het extreem-rechtse Vlaams Blok rust een taboe. Maar nu het Blok vorige week de tweede partij van Vlaanderen werd, wordt er wel met Blokkers gepraat.

,,We gaan naar Rwanda om Hutu's en Tutsi's met elkaar te laten praten,'' zei de liberale Vlaamse politicus Jean-Marie Dedecker deze week, ,,maar zelf kunnen we nog niet met elkaar praten!'' Hij is niet de enige Vlaming die dezer dagen het cordon sanitaire tegen het Vlaams Blok in twijfel trekt. Na de enorme zege van het Blok bij de regionale verkiezingen van 13 juni is de discussie over de houdbaarheid van het cordon weer in alle hevigheid losgebarsten.

Of discussie? Bijna heel Vlaanderen lijkt het erover eens dat het cordon sanitaire – de weigering van alle Vlaamse politieke partijen om, op welk niveau ook, samen met het Blok te besturen – contraproductief is. Het cordon dateert van 1992, toen het Blok bij verkiezingen voor het eerst doorbrak. Door het Vlaams Blok te negeren, aldus de communis opinio, bevestig je die partij in de underdog-positie die haar zo goed ligt: je geeft Blokkers de kans om altijd maar vanaf de oppositiebankjes te schreeuwen dat ze het niet met het beleid eens zijn. Dat is scoren voor open doel. Zo wordt het Blok nooit gedwongen om zèlf een beleid te formuleren en uit te voeren en kan het daarop later ook nooit worden afgerekend.

Uitsluiting van de macht betekent ook dat de bijna één miljoen Vlamingen die vorige week op het Blok stemden, kunnen zeggen: `Is dit democratie?' Dat sterkt deze 24,1 procent van de kiezers die hun stem uitbrachten in de mening dat de bestaande politiek niet deugt. En dat een nóg massalere stem op het Blok de enige manier is om het `arrogante' establishment op de knieën te dwingen.

Privé trekken veel gevestigde politici die conclusie al jaren. Maar nu het Blok de tweede partij van Vlaanderen is (net achter de christen-democraten), zeggen ze het hardop. Steeds meer liberalen, christen-democraten en Groenen vinden dat je zoveel kiezers niet links kunt laten liggen. De één na de ander wil nu ,,praten'' met het Blok.

De eerste die dat openlijk in de praktijk bracht, was de christen-democratische partijvoorzitter Yves Leterme. Hij moet een nieuwe Vlaamse regering zien te vormen, en voert gesprekken met de andere partijen om te zien wat voor coalitie er mogelijk is. Vrijdag nodigde hij ook het Blok uit.

Een informateur die het Blok ontvangt – dat was nog nooit vertoond. Maar Leterme zei er van tevoren bij dat hij coalitievorming met het Blok uitsloot. Hij wilde alleen praten ,,uit respect voor de kiezer''. De uitkomst lag dus bij voorbaat vast: het gesprek zou nergens toe leiden.

Het Blok moet volgens Leterme in de oppositie blijven. De enige manier om daarvoor te zorgen is dat hij een regering vormt met socialisten en liberalen. Geen enkele andere coalitie is groot genoeg om het Blok uit de regering te houden.

,,Praten met het Blok klinkt nieuw. Maar het is een steriele onderneming,'' vindt Johan Ackaert, hoogleraar politieke wetenschappen aan het Limburgs Universitair Centrum en beroeps-watcher van het Blok. ,,Het cordon blijft immers overeind.'' Praten met het Blok doen de gevestigde politici al jaren – in de Vlaamse en federale parlementen, in de gemeenteraden, tijdens tv-debatten en bij openbare instellingen en sociale diensten waarnaar elke partij, naar rato, bestuurders afvaardigt. Gerolf Annemans, een gematigde Blok-topman, heeft aan zijn tijd in de parlementaire onderzoekscommissie-Dutroux zelfs vriendschappen met collega's van andere partijen overgehouden. Wat achter de schermen al gebeurde, kan nu kennelijk het daglicht velen.

,,Dit is een kosmetische verandering,'' zegt ook de Nederlander Cas Mudde, hoogleraar politieke en sociale wetenschappen aan de universiteit van Antwerpen. ,,De fundi's, die vinden dat je het Blok principieel moet negeren, raken geïsoleerd. De realo's overheersen. Maar ook voor de meesten van hen is samenwerken met het Blok onbespreekbaar.''

Deze realo's weten wat er met de rechts-radicale FPÖ van Jörg Haider in Oostenrijk gebeurde: vanaf de dag dat ze meeregeerde, ging het bergafwaarts met de partij. De Nederlandse LPF implodeerde, toen ze eenmaal op het pluche zat. Maar velen vrezen dat dit scenario in Vlaanderen niet op zal gaan. Daar is het Blok al te groot voor, te volwassen. Door hun jarenlange ervaring in de politiek hebben sommige Blok-politici bovendien een gedegen dossierkennis. LPF'ers en FPÖ'ers waren beginnelingen. Zíj zijn dat niet.

Er is maar één manier om het succes van het Blok te keren, zegt Mudde: ,,Het cordon doorbreken.'' Dat betekent inhoudelijke discussies voeren, die iedereen nu uit de weg gaat. Nu het Blok van een extreem-rechts partijtje verandert in een grotere, gematigder volkspartij, vindt Mudde dat het tijd wordt om het Blok op inhoud uit te dagen.

Nu weten veel kiezers bijvoorbeeld niet dat het Blok in Antwerpen vóór de uitbreiding van de haven is, en de partij in het dorpje Doel (dat eraan gaat zij zo'n uitbreiding) ertegen is. Omdat elk tv-debat nog steeds verloopt in termen van `wij zijn goed en zij zijn slecht', komt dit soort inconsistenties zelden naar boven.

,,Het Blok komt vroeg of laat aan de macht,'' zegt Mudde. ,,Misschien al in 2006, na de gemeenteraadsverkiezingen. In plaats van af te wachten tot dat gebeurt, moeten de andere partijen het Blok leren om het democratische spel te spelen: geven en nemen, compromissen sluiten. Voor het Blok is dat nieuw. Als de andere partijen die kans nu niet grijpen, en ook zèlf water bij de wijn doen, krijgen we straks een polariserende, compromisloze partij aan de macht.''

Eén op de vijf Vlaamse burgemeesters, becijferde Johan Ackaert, is bereid om te besturen met het Blok. Nog eens één op de vijf wil dat `onder voorwaarden'. Maar toch gebeurt het niet. Uit angst voor het falen van het Oostenrijkse of Nederlandse model, blijven partijleiders hameren op hun morele gelijk. En omdat alle grote partijen in het midden van het politieke spectrum liggen of links daarvan, weten ze dat de handhaving van het cordon voor hun de beste garantie is om de macht te houden.

,,Ik word meteen uit de partij gezet als ik het cordon breek,'' zegt een gemeenteraadslid dat anoniem wil blijven. ,,Mijn collega's ook. Wij zien in ons dorp of onze stad hoe het Blok verandert: minder racistisch, meer main-stream. Velen vinden dat je de partij nú in bad moet trekken. Nu kunnen we nog eisen stellen, straks niet meer.'' Maar niemand durft de eerste te zijn die de stap zet. Ook hij niet.

    • Caroline de Gruyter