Loonstijging lijkt lager uit te vallen

De contractlonen voor 2004 zijn tot nu toe met gemiddeld 0,7 procent gestegen. Daarmee lijkt de loonstijging dit jaar aanzienlijk lager uit te komen dan de loonstijging vorig jaar, van 2,8 procent. Dat blijkt uit de Voorjaarsrapportage CAO-afspraken 2004 die minister De Geus (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Het voorlopige cijfer voor 2004 is gebaseerd op 48 CAO's die dit jaar zijn afgesloten (peildatum 15 mei 2004). Een deel van deze CAO's was al afgesloten voordat het kabinet en de sociale partners in het Najaarsakkoord van 2003 de afspraak maakten om de lonen dit jaar te bevriezen. Daardoor komt het dat er geen sprake is van een absolute nullijn. Bovendien, zo liet De Geus de Kamer al eerder weten, staan twaalf CAO's op gespannen voet met de afspraken uit het Najaarsakkoord.

Het ministerie van SZW verricht twee keer per jaar een onderzoek naar de belangrijkste CAO-afspraken. In de Voorjaarsrapportage staan, naast de voorlopige cijfers voor 2004, ook de definitieve cijfers over 2003. De gemiddelde loonstijging van 2,8 procent vorig jaar is gebaseerd op gegevens van 125 CAO's. In 2002 stegen de CAO-lonen nog met 3,7 procent.

Uit de Voorjaarsrapportage blijkt verder dat steeds meer VUT-regelingen worden omgezet in flexible uittredingsregelingen. Van de onderzochte CAO's had nog maar 7 procent uitsluitend een VUT-regeling. De meeste CAO's (86 procent) kenden een flexibele uittredingsregeling. In een VUT-regeling kunnen werknemers met 60,3 jaar stoppen met werken tegen 79 procent van het loon, in een flexibele uittredingsregeling ligt die leeftijd op gemiddeld 61,3 jaar bij een uitkering van 73 procent van het loon.