Langs kreek en rivier smeult onvrede

De opgepotte onvrede in de olierijke Nigerdelta bedreigt niet alleen de energiemaatschappijen die er werken, zoals Shell. Ook de stabiliteit en eenheid van Nigeria.

Welkom in de Nigerdelta, het olie-eldorado in het zuiden van Nigeria. Hier, in dit verstikkende moerasgebied met zijn negen deelstaten, bijna twee keer zo groot als Nederland, wordt al 45 jaar het zwarte goud gewonnen. Dit is het natuurgebied met zijn eindeloze mangroven en tropische regenwouden, dat Nigeria tot de grootste olieproducent van Afrika maakt met 2,5 miljoen vaten per dag. Hier komt negentig procent van de exportopbrengst vandaan waarop het land met zijn ruim 130 miljoen inwoners al sinds de onafhankelijkheid draait.

Rij kris-kras door de Nigerdelta, in mini-busjes, in trucks, langs de gaten in de weg en door de modderplassen, en je ziet niks terug van dat geld. In de dorpen stinkt het naar armoe. In de steden vechten de paupers elke dag opnieuw voor hun bestaan.

Volgens een rapport van de Wereldbank is de Nigerdelta een van de meest achtergebleven regio's van het land. Het inkomen per hoofd van de bevolking ligt er onder het landelijk gemiddelde van 380 dollar. De levensverwachting blijft er achter bij het landelijk gemiddelde van 51,8 jaar. Meer dan een kwart van kinderen onder de vijf is ondervoed.

De bewoners van de Nigerdelta kennen alleen maar de nadelen van de olie-winning: milieuvervuiling, ontbossing, erosie, de toestroom van gelukzoekers uit andere delen van het land. Allang voordat er olie was ontdekt, stond het gebied als Oil Rivers bekend, vanwege de palmolie die er in grote hoeveelheden werd gewonnen. Maar hun traditionele middelen van bestaan – visserij en landbouw – zijn naar de marge verdrongen door teruglopende vangsten en een overgewaardeerde Nigeriaanse munteenheid, allebei gevolgen van de olieproductie. Dr. Mac-Ogonor, politicoloog aan de Universiteit van Port Harcourt, heeft onlangs meegewerkt aan een studie in opdracht van de Nigeriaanse Shell Petroleum Development Company (SPDC) naar de problemen waar de gemeenschappen in de oliegebieden mee kampen. Zijn conclusie: ,,Ze zijn er per saldo op achteruitgegaan.''

Langs de kreken en rivieren smeulen de onvrede en de verontwaardiging over het onrecht. Bijna dagelijks komt het tot incidenten, vooral gericht tegen de oliemaatschappijen. In de moerasgebieden rond de brandhaard Warri waar zelfs het leger zich niet waagt, laait geweld voortdurend op.

Zij eisen wat hen toekomt: hun aandeel in de olie-opbrengst. ,,Dus honderd procent'', zegt dr. Bobo-Jama, nationaal secretaris van de Ijaw National Congress, de politieke spreekbuis van de grootste bevolkingsgroep in het oosten van de Nigerdelta, de Ijaws. ,,De tijd van kruimels is voorbij.''

Wat is er gebeurd met de 300 miljard dollar die Nigeria de afgelopen decennia aan olie heeft verdiend? Ze zijn grotendeels verdwenen in het zwarte gat van een sterk gecentraliseerde, federale regering. Weggevloeid via steeds verder uitdijende wijdvertakte netwerken van corrupte politieke elites. Verspild aan een topzwaar staatsapparaat dat geen enkele bijdrage levert aan ontwikkeling. Gepotverteerd. Natuurlijk waren het de elites van de grootste bevolkingsgroepen – de Hausa Fulani's, de Yoruba's, de Ibo's – die van die zelfverrijking het meest hebben geprofiteerd.

,,De Nigeriaanse staat is een repressief apparaat van een grotendeels parasitaire klasse die zich tegenover de rest van de samenleving gedraagt als een bezettingsmacht, met weinig of geen respect voor het recht of het volk'', schrijft de politicoloog George Kwanashie in Nigeria: Towards a just and democratic society. Hij beschrijft Nigeria als een geprivatiseerde natie waar politiek uitsluitend gericht is op het verwerven van een groter aandeel in de oliepoet. Een afscheidingsoorlog, twee vermoorde presidenten, zes geslaagde staatsgrepen, vier mislukte coups, dertig jaar militair bewind. De geschiedenis van de jonge staat draagt de sporen van die strijd die voortdurend zorgt voor instabiliteit. Een rapport van het Internationaal Monetair Fonds stelt vast: ,,Olie (..) is waarschijnlijk veruit de belangrijkste oorzaak van de economische en politieke problemen in Nigeria.''

En nergens kwamen verarming en verwaarlozing zo hard aan als in de Nigerdelta. De grote handicap van de regio is dat de veertig etnische groepen allemaal tot minderheden behoren die binnen de federale regering weinig steun genieten. Opeenvolgende militaire regeringen hebben de Nigerdelta zwaar onderdrukt.

Er werden wel beloften gedaan. Er werden zelfs speciale maatschappijen in het leven geroepen om het oliegebied vooruit te helpen, met de indrukwekkende afkortingen die in Nigeria als vlag plegen te dienen voor loze projecten. Ze ontpopten zich steeds opnieuw als instrumenten van corruptie.

De introductie van een burgerregering vijf jaar geleden had het keerpunt moeten zijn. Nooit waren de verwachtingen in de Nigerdelta zo hoog gespannen. President Olusegun Obasanjo beloofde niet alleen democratie, economische hervorming en bestrijding van corruptie, ook gerechtigheid en vooruitgang voor het achtergestelde oliegebied. Dat gebeurde mede onder druk van de internationale oliemaatschappijen die de zwellende onvrede onder de bevolking als een groeiend gevaar voor hun nering zagen.

Trager, veel trager dan de bevolking lief is, heeft de president zijn belofte aan de Nigerdelta waargemaakt. Hij heeft doorgedrukt dat voortaan niet drie maar dertien procent van alle olie-inkomsten terugvloeit naar de regio. Volgens Shell gaat het daarbij om zeker 400 miljoen dollar per jaar.

Hij heeft ook weer een nieuwe ontwikkelingsorganisatie voor het oliegebied ingesteld: de Niger Delta Development Commission (NDDC), die door regering en oliemaatschappijen gefinancierd wordt.

Sinds het eind van het militair bewind durven ook de internationale hulporganisaties zich weer in het Delta-gebied te wagen. Tot grote opluchting van de olieconcerns die steeds dieper in het ontwikkelingsvacuüm waren gezogen dat de regering achtergelaten had. Ze bouwden schooltjes, gaven beurzen, financierden inentingsprogramma's, verstrekten fondsen. Om goede betrekkingen met de gemeenschappen te onderhouden of uit angst voor geweld. Shell besteedt aan hulpprojecten in de Nigerdelta jaarlijks meer dan zestig miljoen dollar. Maar vorig jaar moest het bedrijf erkennen, vertelt hoofd Duurzame Gemeeenschapsontwikkeling Emmanuel Etomi, dat het beleid had gefaald.

De conflicten met de gemeenschappen waren niet afgenomen. De hulp had niet tot duurzame ontwikkeling geleid. Sindsdien laat het concern de branchevreemde ontwikkelingsactiviteiten liever over aan de specialisten, de internationale hulporganisaties als USAID en Afri-care, waarmee intensief wordt samengewerkt.

Intussen merkt de bevolking nog bitter weinig van vooruitgang. Ze ziet alleen maar de brandstofprijzen steeds verder stijgen, notabene van haar eigen olie. Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch constateerde anderhalf jaar geleden in het rapport No Democratic Dividend for Oil Delta dat de mensenrechtenschendingen door veiligheidstroepen in delen van de Nigerdelta zelfs ernstiger zijn dan tijdens het militair bewind. Ondanks het motto waaronder de militairen in het wetteloze westen van de Nigerdelta de orde proberen te herstellen: operatie Restore Hope.

Toch is de kans op duurzame ontwikkeling van de Nigerdelta nog nooit zo groot geweest, zegt de algemeen directeur van Shell in Nigeria, Chris Finlayson. ,,Grofweg eenderde van al het geld dat onder de deelstaten worden verdeeld, gaat tegenwoordig naar de Nigerdelta, terwijl daar maar eenzesde van de nationale bevolking woont. Vraag is natuurlijk of dat geld ook wijs wordt besteed?''

Shell kent de machtige tegenkrachten die vrede en vooruitgang bedreigen. Het bedrijf heeft ze op een vertrouwelijk A4-tje gezet. Zoals de verhoogde politieke activiteit in de aanloop naar de verkiezingen van 2007, die gepaard gaat met toenemend geweld. De lijntjes van de nationale politiek naar de plaatselijke krijgsheren met hun milities. De roep van de regio om volledige controle over de olie-inkomsten. En zal ontwikkelingsorganisatie NDDC slagen waar al haar voorgangers hebben gefaald?

De Nigerdelta blijft een kruitvat. De politieke klasse heeft alleen belang bij het handhaven van de status quo. Het staatsapparaat is niet toegerust voor ontwikkeling.

Maar Nigeria kan zich niet permitteren het oliegebied nog langer te verwaarlozen, zegt Shell-hoofd Etomi. De woede onder de bevolking neemt toe. ,,Als duurzame ontwikkeling nog langer uitblijft, vormt dat niet alleen een directe bedreiging voor de oliemaatschappijen die er werken, maar ook voor de stabiliteit en eenheid van land.''