Ketchupgooiers zitten langer vast

De twee vrouwen die vorige week minister Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) met ketchup besmeurden, mogen nog tien dagen in voorlopige hechtenis vastgehouden worden. Dat heeft de politierechter in Amsterdam gisteren bepaald.

De twee actievoersters meldden zich gisteren aan het eind van de middag vrijwillig bij de rechtbank in Amsterdam om de behandeling van de zaak bij te wonen. Ze weigerden nog steeds hun naam en woonplaats bekend te maken en beriepen zich op het zwijgrecht. In de stukken worden ze daarom aangemerkt met NN1 en NN2 (nomen nescio).

De raadkamer van de rechtbank in Amsterdam had gisterochtend bepaald dat de verdachten weer de cel in moesten, nadat ze na het incident door de rechter-commissaris waren vrijgelaten. Die vond de feiten niet ernstig genoeg om de vrouwen vast te houden. Het openbaar ministerie had hiertegen beroep aangetekend.

De politierechter wees gisteren wel de vordering tot gevangenhouding van de officier van justitie af. Die wilde dat de twee vrouwen vast zouden blijven zitten tot de behandeling van de zaak over een maand. Volgens de rechter zou die lange hechtenis niet in verhouding staan tot de uiteindelijke straf. De zaak werd aangehouden omdat de officier van justitie nog met nieuwe stukken kwam en het verzoek een aantal getuigen te verhoren.

In de Tweede Kamer vond vanmorgen op verzoek van de LPF over het `ketchupincident' een spoeddebat plaats met minister Donner (Justitie) en Remkes (Binnenlandse Zaken).

Tijdens dat debat bleek dat een meerderheid in de Tweede Kamer het openbaar ministerie meer middelen wil geven tegen verdachten die hun identiteit niet willen prijsgeven. D66 en CDA willen langere duur van het voorarrest mogelijk maken. De PvdA wil anonieme verdachten een borgsom opleggen als ze moeten worden vrijgelaten voordat hun identiteit is vastgesteld.

Donner bevestigde tijdens het debat dat een man die vorige week donderdag telefonische bedreigingen aan het adres van Verdonk uitte, ook is aangehouden. Die actie stond volgens Donner op zichzelf. ,,Maar als de minister binnen 48 uur twee keer wordt bedreigd, zijn de feiten met elkaar verbonden. Ieder incident lokt het volgende uit'', aldus Donner. ,,Niemand voelt zich meer geremd.''

De Wet op de Identificatieplicht verplicht na invoering verdachten om hun identiteit te geven. Na invoering van die wet, waar de Eerste Kamer deze week mee akkoord ging, is dat een zelfstandig delict, aldus Donner.