Iraakse dichters ten strijde tegen ongeloof

Sinds de Amerikanen het regime van Saddam Hussein ten val hebben gebracht, is de islam in Irak in opmars. Het land raakt zijn seculiere karakter kwijt.

Er is een poëziemiddag georganiseerd in het clubhuis van de Iraakse schrijversbond in Bagdad. Verscheidene mannen spreken op luide toon, gadegeslagen door zwart-wit portretten van oude, bekende dichters als Badr Shaker al-Sejab. ,,Oh Mahdi, Messias, sta op en trek uw zwaard tegen de ongelovigen'', declameert biologiestudent Ali Abdul Wahed (22). Met de kin omhoog neemt hij het applaus in ontvangst. De toeschouwers, morsige jongens en enkele oude, boze mannetjes, joelen om meer.

Voor de oorlog was dergelijke taal niet welkom geweest in de seculiere schrijversclub, maar nu staat het comité van intellectuelen dat leiding geeft aan de bond het toe. ,,Als dit soort mensen de macht krijgt in Irak wordt dat de grootste ramp aller tijden'', voorspelt secretaris en dichter dr. Fa'ez al-Sha'rah. Maar ,,de meerderheid wil gedichten over islam horen, dus hebben we de democratische beslissing genomen om de dichters een podium te geven'', legt Sha'rah uit. De intellectuelen staren in hun glaasjes thee. ,,Democratie betekent de wil van de meerderheid, of zien we dat verkeerd?''

De val van het Ba'ath-regime betekende ook het einde van het primaat van de seculiere gedachte als nationaal kenmerk van Irak. De afgelopen jaren had Saddam Hussein al veel toegegeven aan de islamitische krachten die binnenslands en van over de grenzen invloed uitoefenden op Irak. Toch was het een land waar vrouwen ongestoord zonder hoofddoek over straat konden, drank en films vrij verkrijgbaar waren en de geestelijkheid in de moskee bleef.

Sinds de Amerikanen het bewind van Saddam Hussein hebben verdreven, is de radicale islam overal in Irak in opmars. Slijterijen worden opgeblazen, bioscopen gesloten, schoonheidssalons in brand gestoken. De nieuwe Iraakse politici, de meesten seculiere bannelingen uit het Westen, verdringen zich plotseling op de gebedsmatjes om hun religieuze kant te laten zien. De invloedrijkste man van het land, de shi'itische geestelijke groot-ayatollah Ali Sistani, zet alles op alles om de toekomstige grondwet op het islamitisch recht te grondvesten. Daarnaast wil hij snelle verkiezingen, want de meerderheid van de Irakezen zal zeker op islamitische kandidaten stemmen.

De jonge student en dichter Ali Abdul Wahed, afkomstig uit de arme shi'itische Bagdadse wijk Sadr City, kan niet wachten tot zijn visie op democratie werkelijkheid wordt in Irak. Religieuze vrijheid wil hij als toekomst voor het land. Wahed stoort zich aan de twee hoofddoekloze vrouwen die op de voorste rij zitten op deze dichtmiddag. ,,Ik hoop dat ze in de toekomst hun hoofd zullen bedekken'', zegt hij. Waheds religieuze vrijheid bereikt haar grens als het over de slijterijen gaat, meestal in het bezit van christenen die wél alcohol mogen drinken. ,,Alleen in hun wijken anders heb ik er geen probleem mee dat die winkels worden opgeblazen.'' Volgens diverse slijterij-eigenaren zijn er nog veertig drankzaken over in de Iraakse hoofdstad. Dat waren er voor de oorlog meer dan 500. Deze week was er weer een bomaanslag.

Op Waheds universiteit, Al-Mustansiriya, gaat het dezer dagen ook over religieuze vrijheid. Een decaan verbood shi'itische studenten om een `Hussainiye' te openen, een soort islamitisch clubhuis.

Voor de val van het Ba'ath-regime waren de universiteiten bolwerken van vrijheid, waar het hoofddoekje in de minderheid was. Nu is dat andersom. De decaan trok aan het kortste eind en werd weggepromoveerd.

,,Hij kon duidelijk niet met de studenten overweg'', zegt Taki al-Moosawi, vice-president van de universiteit. In zijn werkkamer hangen spreuken uit de Koran, op tafel ligt een tijdschrift over groot-ayatollah Sistani. Volgens Al-Moosawi worden de nieuwe sociale regels in Irak bepaald door religie, dus is er niets mis met een Hussainiye op de campus. ,,Daarom vraag ik vrouwen ook om hun hoofd te bedekken, ze worden er immers betere mensen van'', zegt de vice-president, die jaren in Schotland woonde.

Dr. Sana Tariq, secretaris van de Iraakse Onafhankelijke Vrouwen Organisatie, weet hoe het is om zonder hoofddoek te lopen. In het ziekenhuis waar ze werkt kijkt iedereen op als ze het hospitaalcafetaria binnenkomt. ,,Ik voel me zo treurig als ik al die hoofddoeken zie. Zelf word ik soms uitgescholden op straat omdat ik er geen draag.''

Volgens haar is de situatie voor vrouwen veel erger geworden sinds de omverwerping van het oude regime. ,,Dieptepunt was wet 137, die eind vorig jaar door de Iraakse regeringsraad werd aangenomen en waarin stond dat voortaan iedereen volgens de gebruiken van zijn eigen geloof zou worden behandeld'', zegt Tariq. Het betekent bijvoorbeeld dat voor alle moslims in Irak de shari'a zou gelden, inclusief het familierecht dat vrouwen benadeelt ten opzichte van mannen. ,,De wet is nu van de baan, maar het geeft een idee welke kant we opgaan'', vertelt Tariq.

De intellectuelen van de schrijversbond worstelen dagelijks met de vraag wat te doen met mensen die de nieuwe vrijheid gebruiken om vervolgens anderen hun vrijheid te ontzeggen. ,,Van religieuze dwang is nog geen sprake'', zegt er een. ,,Als de mensen islam willen dan is dat democratie'', zegt een ander. Uiteindelijk vinden ze een compromis. ,,De gematigde geestelijken moeten het voor het zeggen krijgen, dat zou de beste oplossing zijn.''