`Hockey sust zichzelf langzaam maar zeker in slaap'

Toon Siepman (52) is hockeycoach, en assistent bij zowel Oranje Zwart als olympisch titelkandidaat Spanje. ,,Clubs dreigen de jeugd te verwaarlozen.''

Eerst maar eens een hartgrondig misverstand uit de weg ruimen: hij is meer dan een strafcornertrainer. ,,Die corner is een specialiteit, meer niet.'' Cynisch: ,,Maar als mensen mij willen zien als `een strafcornergoeroe', prima, kan ik mee leven. Ik weet dat ik meer in mijn mars heb.''

Al bijna twintig jaar is Antoine (Toon) Siepman werkzaam in de hockeysport. In de wandelgangen staat hij, planoloog gespecialiseerd in golfbaanarchitectuur, bekend als een uitgekookte strateeg, die vlijtig zijn huiswerk doet en kan bogen op een schat aan nationale (Push, MOP, Den Bosch, Oranje Zwart) en internationale ervaring (Canada, Pakistan, Nederland, België, Zwitserland). Niet voor niets besloot bondscoach Maurits Hendriks van Spanje hem vorig jaar toe te voegen aan de begeleidingsstaf, want: ,,Toon is goud waard.''

Dat mag zo zijn, maar als assistent van Oranje Zwart kijkt Siepman (52) met gemengde gevoelens terug op het voorbije seizoen. Drie titels won de club uit Eindhoven (NK zaal, Europa Cup zaal (B-poule en dus promotie) en de Europa Cup II), maar de belangrijkste prijs het landskampioenschap op het veld bleek een brug te ver. Al zoveel brandstof had OZ verbruikt dat de selectie met de tong op de knieën aan de play-offs begon, en (dus) werd uitgeschakeld.

Een inschattingsfout? Siepman: ,,Misschien hebben we inderdaad te veel hooi op onze vork genomen. Maar de belangrijkste conclusie is toch dat we voorin simpelweg ervaring en kwaliteit tekortkwamen. Dat is geen verwijt, maar een constatering. Het is geen toeval dat we vrijwel elk duel heel moeizaam wonnen.''

Wrang noemt Siepman ook de prijs die OZ komend seizoen dreigt te moeten betalen voor alle inspanningen. Het Europa-Cuptoernooi in de zaal valt samen met de herstart van de veldcompetitie. ,,Zoals de kaarten nu geschud zijn, is de kans groot dat wij ons terugtrekken. Dat zou doodzonde zijn, nu Nederland eindelijk weer vertegenwoordigd is in de A-poule, en de bond zegt het zaalhockey weer serieus te nemen. Maar als het een het ander in de weg zit, moeten we kiezen en dan valt de keuze uiteraard op het veld.''

Ook op de `transfermarkt' kwam de winnaar van de reguliere competitie van een koude kermis thuis. Matthew Hetherington, het strafcornerkanon van de gedegradeerde buurman EMHC, was de beoogde nieuwe spits, met wie Siepman al in februari contact opnam. ,,Wij wilden hem graag, niet alleen vanwege zijn corner. Hij maakt oorlog in de cirkel, en wilde graag, mits EMHC zich zou handhaven. Maar hij had zijn wensen: 15.000 euro netto per jaar plus een woning, net als bij EMHC. Dat is te veel, zeker voor een niet-international. Ook Joop (OZ-roerganger Veelenturf, red.) vond dat een pittige eis.''

Uiteindelijk koos Hetherington voor het uitgeholde Den Bosch, de club waarmee Siepman zijn eerste successen vierde, en gaf de Engelse topschutter ,,een verbale schop na'' in het Brabants Dagblad: `Ik vind het niks als een team bijeen gekocht wordt, zoals OZ.'

Siepman: ,,Zijn verhaal getuigt van weinig respect. Hij heeft van ons geen aanbod gehad, hij heeft zelf een voorstel ingediend, en beweert vervolgens dat wij een club van individualisten zijn die spelers `koopt'. Als er iemand is die jeugd laat doorstromen, dan zijn wij het wel. Jezelf verschuilen achter kulargumenten, terwijl het dus kennelijk om de centen gaat. Wees dan flink en zeg dat Den Bosch wel bereid was om aan je financiële eisen tegemoet te komen.''

Het illustreert de hedendaagse mores in het Nederlandse tophockey, beseft Siepman. ,,Spelers houden clubs aan het lijntje en spelen de een handig tegen de ander uit, om zo hun marktwaarde te vergroten. Dat is helaas de realiteit. Ik gun spelers die centen van harte, maar wees eerlijk, en draai jezelf en daarmee anderen geen rad voor ogen. Ethiek is een groot goed. Je wilt, ongeacht de vergoeding, wel of niet spelen voor een bepaalde club, punt uit. Nu wegen financiële belangen zwaarder dan sportieve, en dat is zorgelijk.''

Hoe dergelijke uitwassen te voorkomen? Siepman, aarzelend: ,,Clubs dreigen zichzelf te overbieden, en daarmee de eigen jeugdopleiding te verwaarlozen. Een herenakkoord klinkt mooi, maar wie ziet toe op de naleving? Uiteindelijk is het ieder voor zich. Het is net als met [voetballer Robin] Van Persie: PSV als breekijzer gebruiken om een transfer naar Arsenal af te dwingen. Jij kan zeggen: jij doet ook mee aan het circus door de telefoon te pakken. Maar ik bel een speler alleen als ik zeker weet dat de interesse wederzijds is.''

Zorgen maakt Siepman zich ook over het niveau in de competitie die te boek staat als de beste ter wereld: de Nederlandse hoofdklasse. ,,Het is de wet van de remmende voorsprong. Hockey heeft zichzelf in slaap laten sussen, op eenzelfde manier als het voetbal. Zo ontbreekt het aan een opleiding voor coaches op topniveau, en dus aan kennisoverdracht. Het hoofdklasse-overleg bestaat al jaren niet meer. Terwijl de kloof tussen het nationale en het internationale hockey alsmaar groter wordt. Gelukkig nemen veel coaches zelf het initiatief om naar grote toernooien te gaan om zo hun kennis uit te diepen. Doen ze dat niet, dan lopen ze achter de feiten aan.''

Buitenlanders moeten het gebrek aan kwaliteit camoufleren, aldus Siepman, die met verbazing de klucht volgde rondom Laurence Docherty, de Schot die drie weken na zijn uitverkiezing al weer afviel bij de nationale selectie. ,,Te gek voor woorden dat een sporter zonder Nederlands paspoort überhaupt mag opdraven. Een belediging voor alle hockeyers in Nederland. Timme Hoyng (van Amsterdam, red.) was een van de beste spelers tijdens de play-offs, maar die wordt niet uitgenodigd. Zo demotiveer je mensen.''

Diezelfde uitwerking hadden volgens Siepman de woorden van bondsvoorzitter André Bolhuis, toen die vorig najaar uitlegde waarom voor een buitenlandse bondscoach (Terry Walsh) was gekozen: ,,In Nederland zijn geen geschikte kandidaten.'' Siepman: ,,Ik heb Bolhuis aangesproken op die woorden. Hij had het zo niet bedoeld. Wat hij wél bedoelde: het Nederlands elftal is op dit moment niet gebaat bij een Nederlandse coach na alles (affaire-Bellaart, red.) wat er gebeurd is. Dat vraag ik me af, maar goed: zeg dát dan.

,,Nu vragen veel coaches zich af waar ze in hemelsnaam mee bezig zijn, en voelt men zich door de bond in het hemd gezet. Terwijl diezelfde mensen wél worden gevraagd voor de zaalselectie en Jong Oranje. Maar voor `het grote werk' zijn ze kennelijk te licht.''

Niet dat hij zelf zo nodig gevraagd had moeten worden, ook al zou hij ooit graag zelf leiding willen geven aan een nationale ploeg. ,,Ik zat toen net bij Spanje en heb het uitstekend naar mijn zin: jonge, talentvolle groep met veel potentie. Alleen: twee jaar geleden was ik wel goed genoeg om mijn vakantie op te offeren en als assistent van Nederland de voorbereiding op de Champions Trophy te doen, omdat men in de shit zat. Als ik vervolgens lees dat er in Nederland geen geschikte kandidaten zijn, ja, dan knapt er wat.''