Geen vergoeding hbo-klokkenluider

Peter de Jong, klokkenluider van de hbo-fraude, krijgt geen schadeloosstelling van de overheid. Dat heeft minister Van der Hoeven (Onderwijs) gisteren in een persoonlijk gesprek aan De Jong laten weten.

Op uitnodiging van Van der Hoeven heeft De Jong gisteren met haar, staatssecretaris Rutte en secretaris-generaal Van der Steenhoven gesproken over zijn rol als klokkenluider in de hbo-fraude. De Jong heeft Van der Hoeven gevraagd om de verantwoordelijkheid te nemen voor de schade die hij heeft geleden. De minister heeft dat geweigerd. Volgens De Jong zei Van der Hoeven: ,,Van enige financiële genoegdoening kan geen sprake zijn.'' Wel kan de klokkenluider rekenen op eerherstel. In augustus doet het ministerie De Jong een voorstel voor de invulling van dat eerherstel.

De Jong is zeer teleurgesteld over de opstelling van de minister. ,,Juist haar partij, het CDA, heeft de mond vol van normen en waarden. Maar nu geeft ze niet thuis.'' Een woordvoerder van OCW bevestigt dat De Jong wel kan rekenen op eerherstel, maar niet op een vergoeding. ,,Wat OCW betreft is er geen juridische basis en geen aanleiding voor financiële compensatie.'' Twee weken geleden werd bekend dat Ad Bos, klokkenluider van de bouwfraude, ook geen geld krijgt van de overheid.

Informatie van De Jong, oud-werknemer van Saxion Hogescholen, was eind 2001 de directe aanleiding voor onderzoek naar mogelijke fraude in het hoger beroepsonderwijs. Pas nadat minister Hermans actie naliet, trad De Jong met zijn informatie naar buiten. Onder druk van een conflict met Saxion nam De Jong ontslag en verloor hij zijn rechtspositie. Na omvangrijk onderzoek concludeerde de commissie-Schutte op 1 april jongstleden dat met name hogescholen 58 miljoen euro te veel hebben ontvangen van het ministerie van Onderwijs door onjuiste inschrijvingen van buitenlandse studenten. De Tweede Kamer zou volgende week spreken over het Schutte-rapport, maar omdat Rutte zich nog moet inwerken, is dat verplaatst naar 9 september.

De Jong is nu werkloos en leeft van een bescheiden inkomen in het buitenland. In een Kamerdebat over de bestuurscultuur op het ministerie van OCW, vorige week maandag, drong Kamerlid M. Hamer (PvdA) aan op een gesprek tussen minister Van der Hoeven en De Jong. Een dag later werd De Jong uitgenodigd voor een gesprek met de top van het ministerie. In een aan het gesprek voorafgaande brief vraagt De Jong ,,niet om een beloning voor verrichte diensten'', maar om ,,een reële opstelling'' van OCW. ,,Ik zou ons gesprek graag oplossend en afsluitend van aard willen zien waarbij een concrete en pragmatische regeling op tafel zou moeten kunnen komen.''

Volgens De Jong werd al snel in het gesprek duidelijk dat zo'n regeling er niet komt. Van der Hoeven verwees met instemming naar een briefje van toenmalig staatssecretaris Nijs, die op 13 februari 2003 aan De Jong liet weten dat ze ,,geen verband ziet tussen het nadeel dat u heeft ondervonden en de gedragingen van het ministerie''. Nijs ,,betreurt'' de negatieve publiciteit voor De Jong. ,,Dat is een lot dat meer signaalgevers helaas moeten ondergaan''.

Ten aanzien van eerherstel waren Van der Hoeven, Rutte en Van der Steenhoven wel zeer toeschietelijk, aldus De Jong. ,,Daar waren ze het duidelijk over eens, dat moet er komen. `Dat mag heel flink', zei Rutte.'' De invulling van het eerherstel is nog niet duidelijk. Op een lintje, zoals collega-klokkenluider Paul van Buitenen die ontving, zit De Jong niet echt te wachten. ,,Ik weet dat anderen het zien als een teken van waardering, maar zelf hecht ik er niet zo aan. Een publieke verklaring van Van der Hoeven vind ik waardevoller.''