Géén punt achter geschiedenis

De Poolse staat moet Poolse burgers die in en na 1945 hun bezit verloren toen hun woongebieden aan de Sovjet-Unie werden toegewezen, alsnog compenseren – dit hoewel het parlement net een punt dacht te hebben gezet achter de zaak.

Er worden vaak punten achter de geschiedenis gezet. Maar de geschiedenis trekt zich daar doorgaans weinig van aan, zo heeft Polen deze week opnieuw ondervonden.

Polen is eeuwenlang op de landkaart heen en weer geslingerd door zijn buren en zag daardoor de landsgrenzen steeds verschuiven, met alle volksverhuizingen en onteigeningen van dien. Wat geweest is, is – meestal – geweest. Maar niet in Polen. Het land ziet zich anno 2004 in toenemende mate geconfronteerd met claims van nazaten van verdreven en verhuisde Polen en Duitsers die na de conferenties van Potsdam en Jalta huis en haard moesten achterlaten.

Op die conferenties trokken de geallieerde grootmachten – de Sovjet-Unie, der Verenigde Staten en Groot-Brittannië – de nieuwe grenzen van Polen: in het oosten moest het land afstaan aan de Sovjet-Unie (die gebieden liggen nu in Oekraïne, Wit-Rusland en Litouwen) en in het westen kreeg het Duitse gebieden, zoals Silezië en Pommeren, ter compensatie. Polen zit nu, zestig jaar later, opgezadeld met de complexe juridische situatie die door het geallieerde grenzentrekken is ontstaan.

Deze week oordeelde het Europese Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg dat Polen schadevergoeding moet betalen aan de 60-jarige Jerzy Broniowski, wegens het verlies van eigendommen tijdens de oorlog, een vonnis dat kan leiden tot honderden nieuwe claims. Broniowski's grootouders woonden vóór 1946 in de Oost-Poolse stad Lwów en moesten westwaarts verhuizen toen Lwów op basis van de afspraken van de geallieerden Oekraïens gebied werd.

Ondertussen dreigen in het westen Duitse claims van zogenaamde Vertriebene, nazaten van uit Silezië en Pommeren vertrokken of verjaagde Duitsers, die hun verloren bezit terugeisen. Zij zien met Polens toetreding tot de Europese Unie hun kansen op succes toenemen. De aanspraken hebben de steun gekregen van de Beierse premier Edmund Stoiber, die ze binnen de Europese Unie wil aankaarten. Hij steunt ook de aanspraken van Duitsers die na de oorlog uit Tsjechslowakije werden verdreven.

De Duitse claims jagen de emoties in Polen torenhoog op, omdat de Polen de gevolgen van de door de Duitsers begonnen Tweede Wereldoorlog nooit helemaal te boven zijn gekomen. Door de oorlog belandde Polen achter het ijzeren gordijn en begon vijftig jaar communisme. Berlijn zegt dat de claims van de Vertriebene geen overheidsbeleid zijn, maar acties van individuele burgers.

Twee maanden geleden, nog vlak voor Polens toetreding tot de EU, bestempeldehet Poolse parlement alle kwesties met betrekking tot Duitse claims onherroepelijk als gesloten. De resolutie, die één tegenstem kreeg, stelt dat de eigendomsclaims van Vertriebene niet onder de jurisdictie van de Europese hoven in Straatsburg en Luxemburg vallen. In januari dit jaar nam het parlement een soortgelijke wet aan met betrekking tot de Poolse claims over verloren eigendommen in het vroegere Oost-Polen. Maar het Europese Hof in Straatsburg bepaalde deze week dat Polen met die wet de mensenrechten schendt.

Volgens een oude, nooit goed uitgevoerde wet uit 1946 hadden de verdreven Oost-Polen, zoals de grootouders van Broniowski, recht op compensatie van de staat, in de vorm van land of huizen. De nieuwe wet bemoeilijkt dat, door het aanbod aan beschikbaar staatseigendom sterk in te perken en op compensatie in geld een maximum van 50.000 zloty (10.500 euro) te stellen. Het Europese Hof vindt dat Polen de oude wet alsnog moet respecteren en binnen zes maanden tot een regeling moet komen met Broniowski.

Naar schatting 80.000 Polen verkeren in een vergelijkbare situatie. In Straatsburg lopen nu al 167 zaken over Oost-Poolse claims. Meer claims worden verwacht. ,,Dit wordt een grote rekening'', zo luidde het commentaar van dagblad Rzeczpospolita gisteren. Op een vervelend moment, want Polen worstelt met een torenhoog begrotingstekort.

De punt die Polen achter de Duitse claims heeft gezet is nog niet aan een juridische toets onderworpen. De Poolse jurist Zdzislaw Galicki noemde gisteren in dagblad Gazeta Wyborcza de Poolse claims onvergelijkbaar met de Duitse. De Polen eisen geen eigendommen terug in Oekraïne of Litouwen, zoals de Duitsers dat wel doen in Silezië of Pommeren, maar willen alleen dat de compensatieregeling uit 1946 alsnog volledig wordt uitgevoerd. Ze eisen hun recht bij hun eigen staat, de Poolse, niet de Oekraïense, op basis van een bestaande wet. De Duitse claims zijn volgens Poolse juristen definitief gereld met de conferenties in Jalta en Potsdam.

Maar Duitse juristen zeggen dat de claims wel degelijk kans maken, omdat Duitsland in Jalta en Potsdam geen partij was. In juridische zin hoeft het zich er dus ook niet aan te houden, luidt de redenering. Het is die zuiver juridische benadering, waaraan morele argumenten ondergeschikt worden gemaakt, die de Polen in vuur en vlam zet.