Europa Transparant

Degenen die bij de Europese verkiezingen op Paul van Buitenen en zijn partij Europa Transparant hebben gestemd, worden steevast uitgemaakt voor `proteststemmers'. Nog onlangs trok Amanda Kluveld in haar column `Worst' van leer tegen kiezers die zich door ,,lekker bekkende flauwekulpraatjes'' zouden hebben laten verleiden om op Europa Transparant te stemmen (Opiniepagina, 18 juni). Er zijn echter goede redenen om Van Buitenen in het Europees Parlement te hebben. Een stem op zijn partij is geen teken van gebrek aan serieuze belangstelling voor Europa.

Een eerste afweging die elke serieuze kiezer moet maken, is of volksvertegenwoordiging op Europees niveau wenselijk is. Een eminent historicus als Eric Hobsbawm schreef in 1994: ,,De kracht van de [Europese] Gemeenschap/Unie kwam voort uit het feit dat haar niet-gekozen centrale autoriteit in Brussel zelfstandig beleidsinitiatieven nam en bijna immuun was voor democratische vormen van politieke druk, behalve dan heel indirect, via vertegenwoordigers van (gekozen) regeringen van lidstaten die periodiek bijeenkwamen en met elkaar onderhandelden. Dit stelde de Unie in staat om te functioneren als een supra-nationale autoriteit die alleen ondergeschikt was aan specifieke veto's.''

Inmiddels, tien jaar later, worden de beperkingen van dit soort kracht steeds beter zichtbaar. Voor een verdere ontwikkeling van de Europese Unie in een positieve richting is democratische legitimiteit nodig.