Eerste onderzoek hof naar Congo

De hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof in Den Haag, Luis Moreno Ocampo, gaat zijn eerste officiële onderzoek naar ,,ernstige misdaden'' die zouden zijn begaan in de Democratische Republiek Congo. Dat heeft de woordvoerder van het Internationaal Strafhof (ICC) gisteren bekend gemaakt.

Het ICC is op 1 juli 2002 begonnen met zijn werkzaamheden. De misdrijven die onder de rechtsmacht van het hof vallen, moeten in beginsel eerst door de staten zelf worden berecht. Het Strafhof is geen substituut voor de nationale rechtbank. Het behandelt alleen een zaak als nationale staten ,,niet bereid'' of ,,niet in staat'' zijn deze te vervolgen. Zo'n beslissing neemt het hof zelf.

De aanklagers van het Strafhof hebben de situatie in Congo sinds juli 2003 nauwlettend in de gaten gehouden. Ze richtten zich daarbij in eerste instantie voornamelijk op de regio Ituri waar geregeld massaslachtingen plaats zouden hebben gehad.

Na veel diplomatiek overleg door Moreno Ocampo stemde Congo in met een verkennend onderzoek. In maart dit jaar vroeg de regering in Kinshasa het ICC formeel om assistentie. Moreno Ocampo kan wanneer een land niet meewerkt ook toestemming vragen aan de ICC-rechters, maar hij geeft de voorkeur aan een verzoek en de steun van de betrokken staat.

,,Het beginnen van het eerste onderzoek door het ICC is een belangrijke stap voorwaarts voor internationale gerechtigheid, tegen straffeloosheid en voor de bescherming van slachtoffers'', aldus de hoofdaanklager in een gisteren gepubliceerd persbericht.

In Congo zelf heeft president Joseph Kabila gisteren een een oproep gedaan om een escalatie van het conflict in het oosten van het land te vermijden. Hij smeekte de internationale gemeenschap de rebellerende soldaten te ontwapenen. Zij zouden in dienst zijn van Rwanda. Eerder deze week beschuldigde Rwanda Congo ervan dat het zijn troepen concentreerde aan de grens met het oog op een invasie in Rwanda. De Veiligheidsraad van de VN heeft gisteren er bij Congo's buurlanden – Rwanda, Burundi en Oeganda – op aangedrongen om zich niet te mengen in het Congolese conflict. Rwanda werd opgeroepen om vooral geen gewapende milities te steunen, logistiek noch politiek.