Decentralisatie komt Europese patenten niet ten goede

,,De nieuwe Europese voorstellen voor het aanvragen van patenten zijn desastreus'', zegt Caroline Kamerbeek, voorlichter bij elektronicabedrijf Philips. Kamerbeek werkt op de afdeling Intellectual Property and Standards, die zich met patentzaken bezighoudt. In 2002 was Philips het bedrijf dat, binnen de Europese Unie, de meeste patentaanvragen indiende: drieduizend. Maar dat bracht de nodige kosten met zich mee. ,,In de VS dien je een patent in en daarmee ben je klaar. Maar in Europa moet je voor de Franse markt een aanvraag indienen in het Frans, en voor de Duitse markt in het Duits.'' Volgens Kamerbeek kost het 1.000 euro om een patent te laten vertalen van, zeg, het Engels naar het Frans. Het vraagt daarom alleen patent aan voor Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië. ,,Anders wordt het te duur'', zegt Kamerbeek. Omgerekend is het bedrijf zo'n 6 miljoen euro per jaar kwijt alleen al aan het vertalen van patenten.

Maar dat wil ook meteen zeggen dat de uitvindingen in andere EU-landen niet beschermd zijn. Als een concurrent in bijvoorbeeld Nederland of Spanje inbreuk pleegt op een Philips-patent – en bijvoorbeeld een soort Senseo-koffiezetapparaat met speciale koffiepads op de markt brengt – dan kan het bedrijf daar weinig tegen doen.

En nu de EU uit 25 lidstaten bestaat wordt het er alleen maar slechter op, zegt Kamerbeek. De Europese Commissie wil de beoordeling van patentaanvragen meer gaan decentraliseren. Dat wil ze omdat ze voorziet dat het Europees Patentbureau in München overvoerd raakt met aanvragen uit de nieuwe lidstaten. ,,Maar wat is de kwaliteit van die regionale patentbureau's, die in sommige gevallen nog opgezet moeten worden?'' De nieuwe voorstellen zouden er ook toe leiden dat bedrijven als Philips vertalers Sloveens of Hongaars in huis zou moeten halen. ,,De aanvraagtijden en de kosten zouden de pan uit rijzen. Wij verzetten ons daarom fel tegen deze voorstellen.''