De moed van de PvdA

Het is niet zonder belang dat de gehele Tweede Kamer, met uitzondering van de zestien zetels die de fracties van SP en GroenLinks bezetten, heeft ingestemd met de verlenging van de Nederlandse militaire missie in Zuid-Irak. Immers, de militairen die de komende acht maanden hun leven in de waagschaal stellen voor de wederopbouw van dat land, moeten weten dat zij dat doen met steun van de overgrote meederheid van het parlement. In die zin valt omgekeerd te betreuren dat de beide kleinere linkse partijen zich blijven vastklampen aan hun schone-handen-politiek van principiële redeneringen.

Het valt toe te juichen dat de PvdA, net als eerder de coalitiefractie van D66, in meerderheid de eerdere aarzelingen overwon. Dat de Pvda werd overladen met kritiek vanuit de oppositiefracties van SP en GroenLinks, had die partij aan zichzelf te danken. De afgelopen maanden was niet altijd duidelijk waar de sociaal-democraten zich bevonden op het punt van de missie in Irak. Na de terreur-aanslag van 11 maart op drie treinen in Madrid meldde PvdA-leider Wouter Bos dat het ,,mooi was geweest'' met de Nederlandse militaire betrokkenheid in Irak. Europees lijsttrekker van de PvdA, Max van den Berg, verkondigde bovendien in de aanloop naar de verkiezingen voor het Europees Parlement eveneens dat Nederland beter weg kon gaan uit Irak. Het sneuvelen van een Nederlandse militair, een mortieraanval op het Nederlandse Camp Smitty en andere geweldsincidenten in de Nederlandse zone brachten de steun in eigen land voor de Nederlandse inzet in Irak aan het wankelen. Het schandaal rond de Amerikaanse excessen in de Abu Ghraib gevangenis ondergroef verder de morele gronden van de internationale aanwezigheid in dat land. Dat maakte de kwestie als inzet voor de verkiezingen kennelijk interessant voor de PvdA, hoewel de zaak voor die verkiezingen eigenlijk niet relevant was. Het Europees Parlement gaat immers niet over het al dan niet verlengen van de Nederlandse aanwezigheid in Irak.

De eerste woordvoerder van de PvdA, Koenders, zei op 15 april ook nog dat 1 juli een goede datum zou zijn om de Nederlandse troepen terug te trekken. Echter, hij formuleerde ook de voorwaarden waaronder de PvdA wel zou kunnen instemmen. Het ging bijvoorbeeld om een stevige rol van de Verenigde Naties, verankerd in een nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad, de soevereine rol van de Iraakse autoriteiten, en de internationalisering van de vredesmacht in Irak. Aan die voorwaarden is inmiddels voldaan. Bovendien heeft het kabinet duidelijkheid aangegeven dat het om een verlenging gaat van acht maanden en meer niet. Op al die punten heeft de PvdA uiteindelijk gelijk gekregen en daarmee heeft die partij achteraf een steviger standpunt ingenomen dan de regeringspartijen CDA en VVD, die de indruk hebben gewekt dat zij met minder ook genoegen hadden genomen. Deze week werd duidelijk dat behalve mogelijke electorale motieven ook interne verdeeldheid binnen de PvdA-fractie, de oorzaak is geweest voor het beeld van een voortdurend `draaien' van die partij. Goed beschouwd heeft de PvdA de moed gevonden over de eigen schaduw heen te springen. Wat nu telt, zoals altijd in de politiek, is het uiteindelijke resultaat.