De echte tegenstander: het glazen plafond

Het glazen plafond is een aanduiding voor het verschijnsel dat vrouwen in de lagere en middenregionen van organisaties zwaarder vertegenwoordigd zijn dan in de top. Kennelijk is er iets dat hen verhindert hoger door te stoten, iets dat er wel is, maar dat je niet ziet – een glazen plafond.

De discussie erover wordt soms op schrille toon gevoerd. Vrouwen zouden te gehaaid of juist te soft zijn om bestuurlijk mee te kunnen draaien, en mannen zouden als machtsbeluste macho's complotteren om hen buiten de deur te houden.

Ik geloof dat niet. We raken verstoord; wat we zien is de ander tegenover ons, die zal de oorzaak wel zijn, en zo ontstaan de verwijten over en weer. Maar volgens mij zijn er andere krachten in het spel, onzichtbare, die de pionnen op ons bord omvergooien.

Laat me een illustratie geven. Er is een tijd geweest dat ik bijna doodging van ellende als in de auto mijn vrouw aan het stuur zat en ik ernaast. Tegelijkertijd vond ik dat ik een rationeel wezen was, dus mijn ellende moest wel voortkomen uit aanwijsbare feiten. Ergo, zij moest wel van alles fout doen – in de manier waarop zij het stuur vasthield, wel of niet in de zijspiegels keek of op de linkerbaan bleef rijden of noem maar op. Pas jaren later bedacht ik dat mijn moeder, die al in 1948 haar rijbewijs had en dus in dat opzicht een vroeg geëmancipeerde vrouw was, de bestuurdersplaats altijd overliet aan een man. Zelfs als dat de monteur van de garage was die meereed als zij op de dag van een servicebeurt weer naar huis moest.

Dat beeld had zich kennelijk bij mij genesteld als het model van hoe het hoort als een man en een vrouw samen in een auto zitten. Zo kwam het dat ik, telkens wanneer mijn vrouw stuurde terwijl ik ernaast zat, voelde dat wij beiden verraad pleegden aan mijn voorbeeld. Merk daarbij op dat het voorbeeld zich al voor mijn derde had ingegrift, voordat ik had leren omgaan met taal en rede. Daardoor bleef ook het verraad op een pre-rationeel niveau. Het kon wel gevoeld maar niet begrepen worden. Zo ontstond mijn machteloze ellende, die des te ellendiger werd omdat ik er met mijn verstand niet bij kon. Ik moest slaan, figuurlijk gesproken, mijn vrouw was de enige die in de buurt was, en zo kreeg zij de klappen.

Iedereen is opgegroeid als zoon of dochter van een moeder. Als die haar vervulling vond als huisvrouw, dan heeft dat zich waarschijnlijk in je bewustzijn genesteld als model van hoe het hoort. Ben je haar zoon, dan kun je, net als ik in mijn auto, onbewust kermen van ellende in het bijzijn van een vrouwelijke collega die de ambitie en de kwaliteiten heeft om in de raad van bestuur te komen. Zij pleegt verraad aan jouw beeld, en daar word je, net als ik in mijn auto, grimmig en gemeen van. Ben je de dochter van zo'n moeder en ook nog een sterke, gedreven klimmer, dan kun je op rationeel niveau gas geven. Maar subrationeel kan er een gapend lek in je brandstoftank ontstaan omdat je voelt dat je verraad pleegt aan een dieper en ouder beeld. Je motor sputtert, de mannen in je omgeving gedragen zich onuitstaanbaar, je geeft er de brui aan en voilà – het glazen plafond. Mijn eigen kinderen staan op het punt deze arena te betreden, en ik leef bij voorbaat mee met hun tweestrijd.

Er is een kleine kans dat het hier en nu in orde komt, namelijk als het jou zelf èn de mensen om je heen lukt bewust onder ogen te zien wat er onbewust aan de hand is. Dat is geen kleinigheid. Waarschijnlijker is dat het pas goed komt bij je kinderen. Je dochters en je zoons zien nu je verlangende worsteling en het onrecht dat je ervaart omdat je niet krijgt wat je verdient. Ooit zullen zij de organisatiepiramide beklimmen, en de herinnering aan jouw ongeluk in hun gedrag meenemen.

Je zoon zal ruimte bieden aan de vrouw die naast of boven hem de plaats claimt die jij nooit gekregen hebt, en op die manier eer geven aan jou en je gevecht.

En je dochter zal gas kunnen geven zonder brandstoflekkage, maar integendeel, met turbokracht. Zij zal, gesteund door jouw voorbeeld, kunnen bereiken wat jouw onvervulde ambitie was.

Maar het werkt alleen als je zelf moeder wordt; als je zoons en dochters krijgt en grootbrengt. Dat is een extra last op schouders die toch al veel te dragen hebben. Alleen dat wat zich voortplant heeft een toekomst, of dat nu lichamelijke kwaliteiten zijn of gedrag. Al het andere is kansloos, althans voorzover de evolutiebiologie het voor het zeggen heeft.

Misschien verklaart dat het verpletterde, overweldigde gevoel dat jonge carrièrevrouwen soms hebben. In hun streven zijn zij moreel gedreven, maar de natuur heeft geen boodschap aan goed of slecht, recht of onrecht. Zij staan voor een overmacht. Wat zij zien is kribbige mannen en grimmige of gelaten vrouwen, maar dat is slechts het voetvolk. De echte tegenstander blijft onzichtbaar. Het is de kracht van de natuur zelf, de orde der dingen die is gegroeid uit tienduizenden jaren menselijke evolutie en talloze generaties voorbeeldgedrag.