Congo en Rwanda

Wat de heer Romkema over Congo vertelt in het artikel `Wantrouwen verdeelt Congo', klopt niet (NRC Handelsblad, 18 juni). Hij zegt op te komen voor een groep in de Congolese samenleving: de Banyamulenge, Tutsi's van Rwandese oorsprong. Deze groep zou volgens hem in Oost-Congo bijna met genocide bedreigd worden. Dergelijke beweringen zijn reeds weerlegd door de VN-vredesmacht die ter plekke onderzoek deed.

Dat de rol van Rwanda door Romkema willens en wetens niet erkend wordt, getuigt van onoprechtheid. Bij de gevechten die deze maand in Bukavu (Oost-Congo, Kivu-provincie) plaatsvonden, waren wel degelijk Rwandese militairen aanwezig, wat ook door de VN erkend is. Na de internationale dreiging van een interventie onder leiding van Frankrijk hebben zij zich snel teruggetrokken. Dit neemt niet weg dat de opstandelingen in Bukavu en in de noordelijke provincie van Kivu niet in staat zijn om tegen het officiële leger van Congo te vechten, als ze niet vanuit Rwanda steun krijgen in de vorm van wapens en manschappen. Rwanda heeft er belang bij om in Oost-Congo greep te houden op het bestuur, want dit verzekert de elite van dat land van het delen in de winst uit de grondstoffenexploitatie in het gebied.

De beide opstandelingenleiders, Nkunda en Mutebusi, behoren tot de ernstigste oorlogsmisdadigers die de afgelopen jaren de moord op veel Congolese burgers op hun geweten hebben. Geen wonder dat ze tegen de eenwording van Congo zijn en tegen een sterke Congolese staat, want dit betekent dat ze vervolgd zullen worden. Zij zijn de echte extremisten, en niet groepen rond Kabila, zoals Romkema zonder enig bewijs suggereert.

Het Congolese volk heeft recht op democratie en vrije verkiezingen en de inspanningen van bepaalde geledingen in de internationale samenleving, zoals het internationale comité dat de overgang begeleidt, dragen hiertoe bij.