Amerikaanse koerswijziging zonder pijn

De Verenigde Naties steunen de immuniteit van Amerikaanse militairen niet langer. Het doet de VS geen pijn. Washington heeft altijd nog zijn bilaterale verdragen.

De beslissing van de Verenigde Staten om af te zien van verlenging van de VN-resolutie die immuniteit biedt aan Amerikaanse militaire deelnemers aan VN-missies, is een overwinning voor de voorstanders van het Strafhof en een diplomatieke nederlaag voor Washington.

Diplomaten in New York hebben verbaasd gereageerd op het plotselinge besluit van de Verenigde Staten, gisteren, dat ogenschijnlijk het gevolg is van een belangrijke miscalculatie. Het Witte Huis zou er onvoldoende van doordrongen zijn geweest hoezeer het schandaal rond de mishandeling van gevangenen in Irak, de VS schade heeft berokkend. Vrijwel niemand wil Washington, dat nog altijd de belangrijkste financiële en personele contribuant van VN-vredesmissies is, de hand boven het hoofd houden wanneer zijn militairen zich bewezen hebben misdragen in Irak.

Verscheidene leden van de Veiligheidsraad haastten zich te zeggen dat hun stem tegen verlenging van de immuniteitsresolutie niet tegen de VS was gericht, maar veeleer hun steun voor het Strafhof uitdrukte. Maar de boodschap was wel duidelijk: de wereld heeft genoeg van een bondgenoot die zichzelf telkens buiten de internationale rechtsorde plaatst.

Toch doet de ogenschijnlijke koerswijziging de Verenigde Staten weinig pijn. Theoretisch bestaat nu de kans dat Amerikaanse staatsburgers die meewerken aan VN-vredesmissies kunnen worden aangeklaagd door het Internationaal Strafhof wegens oorlogsmisdaden. Maar het is en blijft theoretisch. Want de VS kunnen altijd nog een beroep doen op de 89 bilaterale overeenkomsten die het land de afgelopen twee jaar heeft gesloten. Die garanderen dat Amerikaanse militairen en diplomaten niet zullen worden uitgeleverd door die landen, overigens dikwijls in ruil voor het behoud van Amerikaanse economische en militaire hulp.

Maar ook in Irak, waar naar recentelijk is gebleken concrete bewijzen zijn van misbruik door Amerikaanse militairen is de kans afwezig dat Amerikanen worden uitgeleverd aan Den Haag. Want noch Irak noch de VS hebben het oprichtingsverdrag van het Strafhof in 1998 getekend.

De Verenigde Staten hebben zelfs weten te voorkomen dat Amerikanen door Iraakse gerechtshoven kunnen worden aangeklaagd, want ook daar genieten ze net als de coalitiepartners immuniteit. Deze week is bovendien bekend geworden dat die immuniteit hoogstwaarschijnlijk ook na de machtsoverdracht eind deze maand voorlopig nog van kracht blijft. De Amerikaanse civiele bestuurder Paul Bremer zou zich opmaken de zogeheten Order 17 te verlengen, het desbetreffende decreet dat sinds de Amerikaanse bezetting van Irak een jaar geleden van kracht is en met de overdracht van de macht zou komen te vervallen. Bremer wil dat dit decreet, dat voor alle coalitieleden geldt, nog ten minste een half jaar, tot de Iraakse verkiezingen, geldt.

Naar verwachting zal de pijn het grootst zijn voor de Verenigde Naties zelf. In Washington is ontstemd gereageerd op een verklaring van VN-secretaris-generaal Kofi Annan, vorige week, die, door zich tegen verlenging uit te spreken, feitelijk alle kansen voor de resolutie de kop heeft ingedrukt. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft nu al gezegd dat het alle vredesmissies waar Amerikaanse militairen aan deelnemen opnieuw in overweging zal nemen. Washington heeft altijd gedreigd met volledige terugtrekking en het dichtdraaien van de geldkraan, wanneer Amerikanen die ,,in het belang van de wereldvrede'' hun leven wagen, het risico lopen het slachtoffer te worden van politiek gemotiveerde processen.