1+0+3=4

Nederland gaat dus door. Oranje maakt zich op voor de kwartfinale van Euro 2004, een volk slaakt een zucht van verlichting. Europees voetbal is meer dan een spel van twee keer vijfenveertig minuten en tweeëntwintig spelers – het is een vorm van nationale therapie. Terwijl Europa met een verdrag voor een nieuwe grondwet een stap naar verdere gemeenschappelijkheid zet en op nagenoeg alle terreinen de grenzen vervagen, bloeit het nationalisme binnen de krijtlijnen van het voetbalveld als nooit tevoren. De triomf dat Nederland een bij de meeste supporters onbekend Baltisch landje de baas is en dat de dappere Tsjechen met hun B-team het grote Duitsland vernederd naar huis sturen, heeft een louterende werking. Het is een groepspsychologisch houvast in onzekere tijden en zomers vermaak in vakantiestemming.

Euro 2004 is tot nu toe een schitterend toernooi. Gevestigde reputaties van voetballanden – Italië, Spanje, Duitsland – zijn gesneuveld, er zijn adembenemende wedstrijden gespeeld en oogstrelende acties te zien geweest. De vreugde of het verdriet van het publiek is buiten de stadions niet ontaard in handgemeen of vernielzuchtige strooptochten door de Portugese gaststeden. Al is er wel een feestende Britse supporter doodgestoken bij een roofoverval en werd gisteravond in Venlo de Nederlandse overwinning `gevierd' met het lastigvallen van Duitse automobilisten.

De publieke opinie in Nederland heeft zich de afgelopen week van een minder voorbeeldige kant laten kennen. De wijze waarop het `gezonde volksgevoel', aangewakkerd door elkaar opjagende praatprogramma's op televisie en sommige geschreven media, zich richtte op bondscoach Advocaat na de verloren prachtwedstrijd tegen Tsjechië, had alles van een schervengericht. Voetbal roept emoties op, maar dit was een publieke slachtpartij waarbij, na de overwinning van gisteravond, de stemming even radicaal weer is omgeslagen en dezelfde trainer geroemd wordt als `de kleine generaal' van Braga. Zo verliezen dag na dag de mediamakers hun relativeringsvermogen alsof niet de voetballers, maar de presentatoren en hun praatgasten de ware vedettes zijn. Het is symptomatisch dat op de Nederlandse televisie het voor- en nabeschouwen van de wedstrijden onwaarschijnlijk veel meer tijd kost dan de negentig minuten die de bal in het spel is.

De entourage van het voetbal lijkt op een geloofsgemeenschap van mannen, met banvloeken, verheerlijking en uitdrijving die daar bij horen. Terwijl het voor de spelers en het publiek uiteindelijk een kwestie is van een schitterend spel van doelpunten en winst en verlies. Een plus nul plus drie maakt vier punten en geeft toegang tot de kwartfinale.