`Wij horen niet bij wereldklasse'

De aluminiumdivisie van Corus wil zijn klanten in de auto- en vliegtuigindustrie wereldwijd kunnen bedienen. Directeur Buddenbaum is naarstig op zoek naar partners.

De aluminiumwereld had er heel anders uitgezien als president-commissaris Leo Berndsen van Corus Nederland vorig jaar het plan om het grootste deel van de aluminiumactiviteiten van Corus te verkopen aan het Franse Pechiney niet geblokkeerd had. Pechiney en Corus, toen de nummer 4 en de nummer 5 op de mondiale aluminiummarkt, hadden samen een sterke Europese speler kunnen worden.

Het is het anders gelopen. Pechiney is zelf overgenomen door het Canadese Alcan, dat daarmee het Amerikaanse Alcoa voorbijstreefde als grootste aluminiumproducent ter wereld. Alcan besloot, op last van Brussel, een groot deel van zijn walserijen te verzelfstandigen. Het nieuwe bedrijf dat hierdoor ontstaat, is in één klap de grootste producent ter wereld van aluminium walsproducten, zoals plaatmateriaal voor auto's, verpakkingen en aluminiumfolie.

,,Als Berndsen de aluminiumverkoop niet had tegengehouden, was Pechiney nooit bij Alcan terechtgekomen'', zegt Gerhard Buddenbaum, divisiedirecteur van Corus Aluminium en lid van het Corus-bestuur. Intussen is Corus nog steeds de nummer vijf op de mondiale aluminiummarkt, maar is de afstand tot de grootste vier is een stuk groter geworden. ,,We horen niet bij de wereldklasse'', zegt Buddenbaum. ,,Terwijl onze concurrenten grote stappen kunnen zetten, hebben wij daar de middelen niet voor.'' Corus produceert met 5.500 werknemers een half miljoen ton aluminium per jaar, goed voor een omzet van 1,5 miljard euro, 12 procent van de totale omzet van Corus.

Corus heeft in het verleden wel geprobeerd zelf een rol te spelen bij de verschuivingen in de aluminiummarkt door het Duitse aluminiumbedrijf VAW over te nemen, maar die poging mislukte. Het Noorse Norsk Hydro bracht een beduidend hoger bod uit op VAW en is nu het grootste aluminiumbedrijf van Europa. Kort na het mislukken van de overname maakte Corus bekend zich te willen concentreren op staal en de aluminiumdivisie niet langer als kernactiviteit te beschouwen.

Sindsdien zit Corus Aluminium gevangen tussen het moederbedrijf dat van het onderdeel af wil en het personeel en de commissarissen van Corus Nederland, die de aluminiumactiviteiten niet willen laten gaan – in elk geval niet zolang die een gezonde winst boeken, terwijl de staalactiviteiten verliesgevend blijven. Het gevolg is dat Corus Aluminium in de concentratiegolf in de aluminiumindustrie al meer dan een jaar noodgedwongen aan de zijlijn staat.

Maar dat kan veranderen. Begin dit jaar ging Corus zich weer actief op nieuwe toekomstscenario's te richten. Buddenbaum praat sindsdien zowel met andere aluminiumbedrijven als met financiële partijen over een mogelijke overname of een ander samenwerkingsverband, bijvoorbeeld een joint venture.

Personeel en commissarissen van Corus Nederland lijken dit keer niet op voorhand tegen. Zo is een belangrijk bezwaar van de Ondernemingsraad weggenomen nu het aluminiumbedrijf weer als één geheel beschikbaar is. Pechiney wilde destijds alleen de Corus-bedrijven in België en Duitsland die walsproducten en aluminium profielen maken overnemen, en niet de twee smelters in Nederland en Duitsland die primair aluminium maken uit aluinaarde.

,,Het is onze intentie om het aluminiumbedrijf als één geheel bij elkaar te houden'', zegt Buddenbaum. ,,Maar we houden alle opties open.'' De eerste prioriteit ligt volgens Buddenbaum bij het bereiken van meer schaalgrootte voor de aluminiumactiviteiten van Corus. ,,Wij hebben een sterke positie op een aantal nichemarkten, met name in de auto- en luchtvaartindustrie, maar wij kunnen onze klanten nu niet wereldwijd bedienen. Die wereldschaal hebben we uiteindelijk wel nodig.''

Aan gesprekspartners heeft Buddenbaum geen gebrek. ,,Er is in de markt veel belangstelling voor ons bedrijf.'' Dat er uit Alcan nu een nieuwe speler voortkomt die net als Corus actief is in walsproducten, juicht hij alleen maar toe. ,,Dat vergroot voor ons de mogelijkheden.'' Buddenbaum wil niet zeggen met wie hij praat en welke partij zijn voorkeur geniet. ,,Maar het is helder dat de meeste synergie te behalen is met een partner die net als wij in de auto- en luchtvaartindustrie actief is.'' Met alle grote aluminiumproducenten – Alcoa, Alcan, de te verzelfstandigen walsdivise van Alcan en Norsk Hydro – zijn wel raakvlakken te vinden met Corus. ,,Op het gebied van plaatmateriaal voor vliegtuigen zou Alcan het beste bij ons passen, maar in producten voor de auto-industrie wordt ook het nieuwe walsbedrijf dat uit Alcan voortkomt een sterke speler.''

Corus Aluminium is volgens Buddenbaum een aantrekkelijke partner, omdat het bedrijf ondanks de perikelen in de afgelopen twee jaar is blijven investeren in groei. ,,We zijn niet alleen maar bezig geweest met overleven, we zijn ons ook blijven ontwikkelen.'' Zo werd in de aluminiumwalserij in het Belgische Duffel geïnvesteerd in een nieuwe productielijn voor plaatmateriaal voor auto's en komt er in de fabriek in Koblenz een nieuwe wals voor het maken van extra brede vliegtuigplaten.

Ondanks het feit dat het alweer bijna een half jaar geleden is dat Corus weer actief met zijn aluminiumdivisie de boer op is gegaan, zegt Buddenbaum dat hij geen haast heeft. ,,Er is geen deadline.'' Corus heeft de opbrengst van een eventuele verkoop ook niet meer dringend nodig, zoals voorheen wel het geval was. ,,Twee jaar geleden bestond misschien de indruk dat Corus de aluminiumdivisie om financiële redenen wilde verkopen, maar inmiddels is Corus gezond geherfinancierd. De situatie is nu wezenlijk anders dan toen. ``