`Wel meer productie - helaas alleen water'

Shell zit klem in een cyclus van te grote beloften en tegenvallende prestaties. Kroonprins Van de Vijver ziet al snel dat van hem onmogelijke prestaties worden verwacht. ,,Hij zei dat het er niet zo mooi uitzag als het leek.''

In het najaar 2001 kan Walter van de Vijver zijn ongerustheid niet meer onderdrukken. Die zomer is hij, als 45-jarige, piepjong voor Shell-begrippen, tot de groepsdirectie van de Koninklijke/Shell doorgedrongen. Van de Vijver krijgt het hart van het bedrijf onder zich – `EP', exploratie en productie, waar olie en gas worden gezocht en geproduceerd. Hij volgt Sir Philip Watts op, die is gepromoveerd tot groepsvoorzitter. Gezien zijn leeftijd is het nu vrijwel zeker dat Van de Vijver die stoel ook zal bereiken. Hij is voortaan de kroonprins.

Van de Vijver zit meteen in een lastig parket. Een jaar voordat hij als chef begint is de EP-directie onder Watts gewaarschuwd dat EP in een neerwaartse spiraal gezogen dreigt te worden. ,,Een cyclus van te grote beloften en tegenvallende prestaties'', is het 26 juni 2000 intern genoemd. Maar als Van de Vijver een jaar later aantreedt, zijn de doelstellingen die Watts achterlaat niet neerwaarts bijgesteld. Gepland is nog altijd een enorme productiegroei van 5 procent, en een even ambitieus plan om voor gewonnen olie elk jaar nieuwe bronnen van gelijke grootte aan te trekken.

Al na een paar weken doorziet Van de Vijver dat van hem onmogelijke prestaties worden verwacht. Hij krijgt september 2001 gedaan dat de doelstelling voor productiegroei van 5 naar 3 procent gaat. Analisten schrikken al van deze ,,heftige'' aanpassing. Maar in werkelijkheid is het probleem groter, begrijpen NAM-managers als Van de Vijver 11 oktober 2001 een volle aula op het NAM-hoofdkantoor in Assen toespreekt. Dan laat de nieuwe EP-chef, vertelt een aanwezige, in een tussenzinnetje doorschemeren dat een andere oplossing hem liever was geweest: de verwachte productiegroei terugbrengen naar nul.

Het is geen incident. Soortgelijke sombere bespiegelingen heeft Van de Vijver drie weken later, zaterdag 3 november 2001, als hij in Sociëteit Phoenix van het Delftsch Studenten Corps meedoet aan een bridgetoernooi. Die middag wordt het 25-jarig jubileum van het Heerenbridge gevierd. Shell-medewerkers die ooit in verre buitenlanden een vaste bridgeavond met elkaar hadden, komen er samen voor een toernooi, omlijst met lunch, borrel en diner in een informele maar statige setting. Van de Vijver, vertellen verscheidene aanwezigen, blijft de hele middag, tot en met de borrel na half zes. Het diner slaat hij over. Hij is te druk, legt hij enkele vrienden uit. Hij heeft hard moeten knokken om de productiegroei naar 3 procent terug te brengen. ,,Walter zei dat het er allemaal niet zo mooi uitzag als het leek'', vertelt een aanwezige. Van de Vijver zit nu ook gevangen in de cyclus van te grote beloften en tegenvallende prestaties – de wurggreep zal de jaren daarna steeds verstikkender worden.

Olie- en gasreserves zijn de levensverzekering van een oliebedrijf. Zonder nieuwe velden verdampt elke oliemaatschappij. Vandaar het belang dat in de financiële wereld wordt gehecht aan steeds nieuwe reserves: als geproduceerde olie of gas niet door evenveel nieuwe reserves wordt vervangen, teert een bedrijf in op zijn toekomst. Analisten beoordelen oliebedrijven om die reden op drie criteria: de productiegroei, de omvang van reserves, en de vervanging van geproduceerde olie en gas door even grote nieuwe voorraden.

Het probleem is alleen dat cijfers over reserves ten onrechte een indruk van exactheid wekken, vertellen geologen. Zekerheid over de precieze omvang van reserves is er pas als de laatste druppel olie uit een veld is gehaald. Vóór die tijd valt er nooit een garantie op de ware opbrengst te geven.

Bekend is wel dat alle oliemaatschappijen in het verleden te pessimistisch zijn geweest. Zo heeft de American Association of Petroleum Geologists (AAPG) voor de VS vastgesteld dat de verhouding eerste schatting/uiteindelijke reserves gelijk is aan één staat tot zeven, aldus Roel Murris, oud-directeur Exploratie van Shell. Er is een ander veelzeggend cijfer: in 1992, werd de totale omvang van de mondiale oliereserves geschat op 1.080 miljard vaten. Sindsdien zijn elk jaar gemiddeld 25 miljard vaten geproduceerd; een kleine 300 miljard vaten. Maar op dit moment worden de reserves wereldwijd ruim hoger geschat, op 1.200 miljard vaten. ,,Zo relatief zijn cijfers over reserves'', aldus Murris.

Het is daarom logisch dat binnen oliemaatschappijen geen geweldige waarde wordt gehecht aan reservescijfers. Dat geldt helemaal voor de getallen die aan de Amerikaanse beurstoezichthouder SEC worden verstrekt. De SEC, vertelt Murris, schat de omvang van reserves in aan de hand van verouderde criteria. De relevantie van de data die de SEC verlangt is voor de bedrijfsvoering van Shell vrijwel nihil. Maar in de financiële wereld spelen de gegevens niettemin een rol. Aangezien kapitaalverschaffers en beleggers de beurswaarde van Shell bepalen, kan het bedrijf er niet omheen. Murris: ,,Shell heeft onderschat dat men in die wereld erg druk is met deze fictieve gegevens.''

Heer van stand

Maar binnen Shell is ook al geruime tijd bekend dat men te soepeltjes is geworden met het boeken van reserves. Het kleine bedrog heeft sluimerend zijn intrede gedaan. Willem de Koning is ruim twintig jaar productietechnoloog bij Shell als hij in 1993 naar Argentinië gaat. Productietechnologen halen de olie uit de grond. In Argentinië is een licentie voor velden verkregen die vermoedelijk olie bevatten. Het valt ernstig tegen. ,,Maar toen mijn baas een presentatie van ons werk aan het hoogste management gaf vertelde hij doodleuk dat er goede productieresultaten werden geboekt, en er extra olie was gevonden. Dat was gewoon onjuist. Er werd wel meer productie gerealiseerd – maar dat was helaas alleen water'', aldus De Koning. Uit andere landen komen in die tijd soortgelijke berichten.

In de loop van 2000 begint binnen Shell te dagen dat er iets grondig mis moet zijn gegaan met de reservesrapportages. De Enron-affaire, vertelt een hoge Shell-manager, vergroot de aandacht van de SEC voor financiële verslaglegging van bedrijven. In 2000 publiceert de SEC al richtlijnen waarmee men er verscherpt op wil toezien. Daar zitten ook regels tussen voor olie- en gasreserves. Bij Shell Oil in Houston ziet men het belang meteen – al najaar 2000 gaat hierover waarschuwende e-mail naar Nederland, aldus Shell-betrokkenen in de VS.

Voorjaar 2001 publiceert de SEC een herzien overzicht met interpretaties van bestaande regels (Frequently Requested Accounting and Financial Reporting Interpretations and Guidance, 31-3-2001). Bij olie- en gasreserves wijst de SEC erop dat pas sprake is van `bewezen' reserves als er een financieel commitment is om olie uit de grond te halen. Alleen wanneer een bedrijf investeert in een veld vindt de SEC reserves `bewezen'.

Maar die interpretatie is in 2001 niet tot iedereen bij Shell doorgedrongen. Het komt doordat Shell tot dan toe eigen regels hanteert. Een betrokkene in het bedrijf vertelt dat de Shell Guidelines al sinds 1972 bestaan terwijl de SEC-regels er pas in 1979 kwamen. En toen die werden gepubliceerd besloot Shell dat tussen de twee geen licht zat. Maar feit is dat de Shell Guidelines alleen geologische voorwaarden stellen om reserves `bewezen' te verklaren. Een financieel commitment is niet vereist. Zo is een jarenlange praktijk gegroeid waarin Shell zich grotere hoeveelheden reserves toebedeelde dan de SEC toelaatbaar vond.

Voor Shell werkt Anton Barendregt sinds 1999 als extern toezichthouder belast met reserves. Hij doet dit werk alleen, en staat bekend als een milde man, een heer van stand. Voordat hij deze baan kreeg heeft hij een leven lang bij EP gewerkt – hij kent het metier op zijn duimpje. Toenmalig EP-manager Hans Bouman, die dit voorjaar groepsvoorzitter Van der Veer adviseerde de helft van de hoge managers te ontslaan (,,ze wisten allemaal wat er aan de hand was''), heeft Barendregt aangetrokken als toezichthouder.

Uit interne bedrijfsdocumenten blijkt dat Barendregt vanaf 2001 spanning tussen de SEC-regels en Shell Guidelines signaleert. Barendregt weigert commentaar, maar in zijn jaarrapport over 2001 (30 januari 2002) beveelt hij ,,aanscherping'' van de Group guidelines aan. ,,Er is een serieus financieel of contractueel commitment vereist voordat reserveboekingen gedaan kunnen worden'', aldus het verslag, met kopie aan EP-baas Van de Vijver. In een andere passage noemt Barendregt de gemene gevolgen als SEC-regels worden overtreden. ,,De SEC herinnert er de industrie vaak aan dat individuen, die verantwoordelijk zijn voor het rapporteren [...] van bewezen reserves, civielrechtelijk aansprakelijk zijn als regels niet worden nageleefd.''

Don't f*** with Phil

Walter van de Vijver – die geen commentaar geeft – weet dan al dat er iets aan de hand is. Eind 2001 is EP-routinier Jan Willem Roosch uit zijn pensioen teruggehaald om te helpen problemen met reserves in kaart te brengen. In een intern EP-document wordt daarna voor het eerst getaxeerd wat het probleem is. Het komt erop neer dat 2,3 miljard vaten – 10 procent van het totaal – vermoedelijk in strijd met SEC-regels als bewezen zijn geboekt. Maar voor de goede verstaander staat er één detail in het stuk dat pijnlijker is. Het probleem is groter dan het enkel niet-naleven van SEC-regeltjes. De indruk is opnieuw gerezen dat Shell in het verleden, vooral in Oman en Nigeria, `bewezen' reserves heeft geboekt die nooit uit de grond zullen komen. Van de Vijver stuurt het document 11 februari 2002 (`Note for Information') aan de groepsdirectie.

De directe manier waarop Van de Vijver zijn collega's in de bedrijfsleiding met dit slechte nieuws confronteert, is volgens naaste collega's typerend voor hem. Walter van de Vijver heeft niet de klassieke Shell-stijl van diplomatieke ingetogenheid. Hij is krachtig, hard, open, een groot technisch brein. Een reus die de finesses van het olievak tot in de vingertoppen beheerst, maar soms te vlot een heupschot loslaat. Lo van Wachem, groepsvoorzitter in 1982-1992 en buurman van Van de Vijver in Wassenaar, ziet in hem lange tijd de ideale figuur om Shell langdurig te gaan leiden. Voor Van Wachem is dat ook in een ander opzicht van belang: hij heeft de laatste jaren in kleine kring geregeld zijn zorg geuit dat in de top-400 van Shell, de zogenoemde SEG (Senior Executive Group), het aantal Nederlanders dat nog carrière kan maken, op de vingers van één hand te tellen is.

Er is één man die grote moeite heeft met Van de Vijvers directe optreden inzake de reserves: groepsvoorzitter Sir Philip Watts. Watts en Van de Vijver zijn in de beleving van veel oudere Shell-managers storend expliciete types. Hun geduld voor domheid duurt meestal geen drietiende seconde. Niet zelden vegen ze medewerkers de mantel uit – bullying, noemen ze dat binnen Shell. Daarom hebben ze, aldus de kritiek, te veel gehoorzame medewerkers. In een intern discussiestuk van 2 november vorig jaar vat EP-medewerker Aidan McKay het slaafse gedrag van veel EP'ers samen met: ,,Het is WWW of YDFWP: What Walter Wants of You Don't F*** with Phil.'' Er zijn overigens ook grote verschillen tussen de twee. Watts wordt in brede Shell-kring gehaat, Van de Vijver niet – veel mensen dragen hem, ook nu hij weg is, nog op handen. Van de Vijvers advocaat, John W. Dowd, benadrukte vanochtend dat zijn cliënt altijd open heeft gestaan voor slecht nieuws.

Het is vooral de zaak van de reserves zelf die de ruzie tussen Watts en Van de Vijver vanaf 2002 opzweept. Terwijl Watts erop hamert dat de ambities worden nagekomen, voorziet Van de Vijver dat het blijvend omarmen van onhaalbare beloften de toekomstige problemen alleen vergroot. Op 2 september 2002 schrijft Van de Vijver de groepsdirectie zodoende dat Shell ,,gevangenzit'', mede door te agressieve reservesboekingen in Watts' EP-periode. De twee proberen de zaak in oktober nog uit te praten in een diner maar dat verergert het conflict alleen maar. ,,Ik word doodziek van discussiëren over harde feiten'', mailt Van de Vijver zijn baas daarna. Een maand later legt hij het EP-management uit hoe de problemen zijn ontstaan, en noemt als oorzaken onder meer ,,verlies aan realiteitszin'' en ,,manipulatie van reserves''.

Productietechnoloog Willem de Koning loopt tegen het laatste aan als hij vanaf 2000 drie jaar voor Shell in Oman gaat werken. Medio jaren negentig zit hij tussen de honderden techneuten die met vervroegd pensioen worden gestuurd. Nu komt hij terug bij Shell als goed betaalde consultant. En wat hij medio jaren negentig in Argentinië zag, ziet hij nu in Oman – maar nu op een veel grotere schaal: ,,In 2002 lag daar een doelstelling om de productie met 50.000 vaten per dag tot 800.000 vaten te verhogen. Daarop had de lokale regering haar inkomstenprognoses gestoeld. Maar iedereen zag dat er geen extra olie bijkwam; je hoefde niet alle details van de voorspellingen te kennen om te zien dat dit fout moest gaan: er waren reserves geboekt die nog ontdekt moesten worden – er waren hooguit wat vage indicaties dat er olie zat.''

Verbazingwekkend langzaam

Binnen Shell wordt in die dagen al in brede kring erkend dat in de jaren negentig onder toenmalig groepsvoorzitter Cor Herkströter de verkeerde exploratiestrategie is gevolgd, en ten onrechte de functie van hoofd Exploratie is geschrapt. De strakke financiële criteria die aan nieuwe olie- en gasprojecten zijn gesteld, hebben het gebrek aan nieuwe vondsten verder gevoed. Al onder Herkströters opvolger Sir Mark Moody-Stuart (1998-2001) is besloten opnieuw een hoofd Exploratie te benoemen. Maar Shell blijft een stroperig bedrijf; het zal tot 2002 duren voordat het ook gebeurt. ,,Verbazingwekkend langzaam'', zegt oud-directeur Exploratie Murris.

De terugkeer van de functie komt te laat om de strijdende topmanagers vanaf 2002 een uitweg te bieden. Toch lijkt er even lucht te komen. Hoewel het niet blijkt uit zijn harde woorden, bindt Van de Vijver in 2002 een beetje in. Hij verwijst in mails en nota's aan de groepsdirectie niet langer naar mogelijke overtreding van SEC-regels – het meest explosieve punt van de zaak. Hij lijkt het probleem te willen `managen', aldus het externe rapport over de kwestie van het Amerikaanse advocatenkantoor Davis Polk & Wardwell dat Shell in april publiceert. In plaats van de overtredingen meteen te melden bij de SEC hoopt de Shell-leiding de gaten te vullen met meevallers in nieuwe velden, signaleert `Davis Polk'. Er wordt op tijd gespeeld. Het is in strijd met de SEC-regels, die onmiddellijke publicatie van gebleken overtredingen voorschrijven. Van de Vijvers advocaat Dowd benadrukte vanochtend dat zijn cliënt nooit heeft besloten het probleem te `managen'. In een verklaring van april suggereerde Van de Vijver zelf dat hij wél vroegtijdig de SEC wilde verwittigen – maar daarvan rept het rapport van Davis Polk niet.

Dit geldt trouwens voor meer cruciale elementen. Hoewel het rapport wel de steun van Barendregt noemt aan de – achteraf – fatale keuze om het probleem te `managen', blijft onvermeld dat dezelfde Barendregt ook na het voorjaar van 2002 het niet-nakomen van SEC-regels aan de orde stelt. Zo ziet hij in 2002 een ,,overtreding'' van de ,,regels voor bewezen reserves'' in Oman en Nigeria, aldus zijn jaarrapport van 31 januari 2003.

Maar Barendregt is het gewend dat zijn stukken niet altijd worden opgepikt. Zo concludeert hij in drie achtereenvolgende jaarrapporten (over 2001 tot en met 2003) dat de betrouwbaarheid van de reservesschattingen ook door de moderne Shell-cultuur onder druk staan – omdat ze zijn gekoppeld aan bonussen. Binnen Shell is het bekend dat Barendregt enkele malen door landenmanagers op zijn nummer is gezet toen hij reservesboekingen te optimistisch noemde. Barendregt heeft, bevestigen verscheidene bronnen, enkele malen te horen gekregen dat hij ,,met zijn poten van de bonus af moet blijven''. Eénmaal, in 2002 op een conferentie in Stavanger, heeft hij het gevaar van de koppeling zelfs publiekelijk aan de orde gesteld. Maar feit is dat de adviezen van Barendregt niet door het EP-management worden overgenomen zolang Van de Vijver de baas is. Maart dit jaar, als de reservesaffaire in volle omvang bekend is, besluit Shell de relatie reserveschattingen/bonussen te schrappen. Murris: ,,Als je succes vraagt van je ondergeschikten dan krijg je het. Vooral als daar een financiële bonus of carrièrebonus aan vastzit. Dan stimuleer je dat mensen de zaak te rooskleurig voorstellen.''

All we have?

Het is in 2003 de financiële man van EP, Frank Coopman, die de lont in het kruitvat steekt, vertellen direct-betrokkenen. Coopman heeft binnen Shell een lange ervaring in allerhande financiële functies als hij april 2002 de rechterhand van Van de Vijver bij EP wordt. De twee wonen in Wassenaar op loopafstand van elkaar.

Coopman heeft na zijn komst het reservesdossier naar zich toegetrokken. Terwijl Watts en Van de Vijver in 2003 hun ijzige verstandhouding continueren, belandt op zijn bureau het ene ongemakkelijke bericht na het andere. Zo zijn er speciale landenrapporten van Barendregt over Nigeria (30 september) en Oman (29 november) die allebei bange vermoedens bevestigen. En er speelt nog iets – een kleine kwestie die opnieuw bewijst dat het probleem van de reserves venijniger is dan de laatste maanden wel werd gesuggereerd.

Shell blijkt al sinds 1999 opmerkingen te krijgen van huisaccountant KPMG over de opbrengsten uit projecten waarbij het bedrijf voor staatsoliemaatschappijen olie produceert. In zulke production sharing contracts wordt de producerende maatschappij uitbetaald in olie. Ze komen in de branche veel voor; Shell heeft ze in zo'n twintig landen.

Ook Barendregt heeft begin 2003 opmerkingen gemaakt over deze contracten. Het draait erom dat Shell de reserves uit deze contracten te gunstig voorstelt, nu de SEC voor het omrekenen eist dat hiervoor de actuele dollarprijs wordt gebruikt. Shell hanteert echter een lagere prijs. Hierdoor boekt het bedrijf hogere reserves dan volgens de SEC-regels is toegestaan. Betrokkenen bevestigen dat het om circa 200 miljoen vaten gaat waarmee Shell hierdoor de eigen reserves te hoog heeft ingeschat.

Deze opeenstapeling van slecht nieuws brengt Coopman ertoe juridisch advies te vragen van Cravath Swain & Moore met kantoren in Londen en New York. Hij voegt het advies toe als hij 2 december 2003 een overzicht van al het slechte nieuws voor Van de Vijver maakt (`Script for Walter'). Er staat in dat Shell ,,wettelijk verplicht is informatie zonder uitstel aan alle investeerders te verstrekken op het moment dat het management accepteert of erkent dat de gerapporteerde `bewezen' reserves onjuist waren''. In reactie (,,dit is dynamiet'') vraagt Van de Vijver het stuk ,,te vernietigen'', wat Coopman overigens nalaat – maar het betreffende e-mailtje wordt later door Davis Polk onderschept, en draagt vermoedelijk bij aan het vertrek van Van de Vijver in maart. Ook Coopman weigert commentaar.

De maanden erna wordt helder hoezeer Van de Vijver in de kern gelijk had. Zeker in Nigeria en Oman blijken in de zucht naar het realiseren van onhaalbare beloften grootschalig dubieuze reserves te zijn geboekt. De volgens Watts zo cruciale vervanging van oude reserves voor nieuwe, blijkt de laatste vijf jaar voor maar 60 procent te zijn gerealiseerd – een dramatisch slecht resultaat voor een oliebedrijf. Lichtpuntjes zijn volgens velen de benoeming van Jeroen van der Veer en Malcolm Brinded als opvolgers van Watts en Van de Vijver – zij staan bekend als gedegen en fatsoenlijk. Maar twijfel is er ook. Een hoge EP'er: ,,Is this all we have?''

Gieren en hyena's

Intussen weten sceptische medewerkers dat Shell er nog lang niet is. In hun redenering is de reservesaffaire representatief voor de crisis die het bedrijf sinds medio jaren negentig kent. Het zijn niet de slechtst geïnformeerde medewerkers die zo denken. Aidan McKay, de man die in 2000 als lid van de werkgroep-Capital Allocation waarschuwde voor de cyclus van te grote beloften en tegenvallende prestaties, verraste vorig jaar collega's enkele malen met sombere bespiegelingen over Shell. Zo stuurde hij in augustus binnen EP een Powerpoint-presentatie van 63 pagina's rond waarin hij liet zien hoe slecht Shell er voorstaat vergeleken met concurrent ExxonMobil.

Het pijnlijkste aan de presentatie is misschien nog de grafiek waarin hij, op dia 8, het rendement op geïnvesteerd vermogen (ROACE) van de twee vergelijkt. Toen Shell medio jaren negentig aan de reorganisaties begon die de affaire van dit voorjaar inleidden, was er één groot doel: Shell moest vergeleken met de concurrenten een hoger ROACE halen. Maar dia 8 laat zien dat er weliswaar één jaar was, 2000, waarin Shell beter was dan Exxon, maar dat de achterstand in de overige jaren ongeveer gelijk is gebleven.

Dan is er, op dia 38, de vervanging van geproduceerde velden voor nieuwe reserves. Mede om te voorkomen dat deze vervangingsratio (RRR in vaktermen) onder de 100 procent zou komen, poetste Shell zijn `bewezen' reserves de laatste jaren op, met alle gevolgen vandien. Ook op dit gebied heeft het bedrijf de afgelopen tien jaar ondermaats gepresteerd: een stabiel niveau voor Exxon, een gestaag dalend voor Shell, aldus deze interne Shell-analyse.

,,Exxon is continu de standaard'', luidt de tekst boven de één na laatste dia, 62. In alle belangrijke bedrijfsmatige ontwikkelingen, laat de dia zien, gaat Shell na enkele jaren, en soms vijftien jaar, doen wat Exxon doet. ,,Exxon geeft het tempo aan, Shell volgt soms.'' Het grafiekje ernaast vertelt de rest: in 1991 was Shell internationaal koploper met reserves, inmiddels heeft Exxon zijn voorraden weten te vergroten, zodat het de eerste plaats bezet, terwijl Shell de reserves zag krimpen, en nu de derde maatschappij is. Het hoeft niet meer te verbazen dat dezelfde Aidan McKay, hoewel hij toen uitging van een dalende olieprijs, in een discussiestuk van 2 november vorig jaar voor EP Leadership Forum, met afschrift aan Walter van de Vijver, voorzag dat ,,Shell over zestig maanden in zijn huidige vorm niet meer bestaat''. McKay wilde niet meewerken aan dit artikel.

Niet iedereen is zo pessimistisch – maar de somberheid binnen Shell is groot. Humor is dan een wapen. Enkele hoge managers van de NAM sturen afgelopen 1 april een grap in het bedrijf rond, een nepaankondiging van een boek over Shell. Het gaat om Shell's ,,opkomst en consolidatie (periode tot 1994), de heroriëntatie (1995-2001), de aftakeling (2001-2004) en de nabije toekomst (2004-2008)''.

De `aanbiedingstekst': ,,Eindelijk komt de tijdbom in 2004 tot ontploffing: het plotselinge vertrek van Watts en zijn kroonpretendent Van de Vijver, en een terugkeer naar oude normen en waarden onder Van der Veer. [Maar] het is te weinig en te laat. [...] Het concern is uitgemergeld en alle bronnen voor revitalisatie zijn opgebruikt. [...] De gieren en hyena's zijn op de reuk van het bloed afgekomen en zullen uiterlijk in 2008 de buit verdelen: Europa, Rusland en U.S. naar ExxonMobil, Afrika naar TotalFinaElf, Kazachstan en Midden Oosten naar Agip, en de [...] benzinestations naar BP.''

Talrijke medewerkers namen de grap hoogst serieus op. Vooral, zeggen bronnen in het bedrijf, door een knap nagemaakt krantenbericht over het boek, dat bij de aanbiedingstekst is gevoegd. De kop: Gifbeker nog lang niet leeg voor Shell.

Dit is het tweede deel van een serie.

De eerste aflevering verscheen 19 juni.

Reacties: shell www.nrc.nl