Servische spijt over `Srebrenica'

De president van de Servische Republiek in Bosnië, Dragan Cavic, heeft voor het eerst openlijk de massamoord door de Bosnische Serviërs op meer dan zevenduizend moslims in Srebrenica, in juli 1995, toegegeven en veroordeeld. Srebrenica was een moslimenclave die onder bescherming stond van Nederlandse VN-militairen.

Cavic verwees in een televisietoepraak naar het rapport dat een regeringscommissie van de Servische Republiek eerder deze maand over de massamoord heeft opgesteld. Het toont aan, zei hij, dat in juli 1995 negen dagen lang gruweldaden zijn gepleegd. ,,Na dit alles moet ik, eerst als mens en als Serviër, daarna als vader, broer en zoon, en pas daarna als president van de Servische Republiek, zeggen dat deze negen dagen van juli in de tragedie van Srebrenica een zwarte bladzij betekenen in de geschiedenis van het Servische volk.''

Dragan Cavic zei dat het feit dat de Serviërs tot nu toe niet in het reine zijn gekomen met hun oorlogsverleden een eerlijke beoordeling van wat in de oorlog de Serviërs is aangedaan in de weg heeft gestaan, omdat ,,het stereotype van de moslimslachtoffers en de Servische daders'' erdoor is bevestigd. Als de Serviërs eisen dat misdrijven tegen hen worden onderzocht, moeten ,,ze eerst zelf de misdrijven van hun eigen volk onder ogen zien''.

Dragan Cavic is lid van de Servische Democratische Partij, die is gesticht door Radovan Karadzic, nummer één op de lijst van meestgezochte oorlogsmisdadigers. Cavic werd in 1998 nog door de toenmalige Bosnië-bestuurder, Carlos Westendorp, uit het parlement van de Servische Republiek gegooid wegens opmerkingen die volgens Westendorp ,,een bedreiging van de veiligheid van de internationale gemeenschap en een oproep tot geweld'' vormden. Westendorp verbood hem toen ooit nog een openbare functie te bekleden.

Dat verbod werd in 1999 opgeheven. Hij is president sinds eind 2002.

Cavic bood geen excuses aan voor de massamoord en hij riep evenmin mensen als Karadzic op zich over te geven. De premier van de Servische Republiek, Dragan Mikerevic, deed dat maandag wel.