Probleemkind niet opsluiten in gevangenis

Gedragsgestoorde jongeren mogen niet langer worden opgesloten in een jeugdgevangenis. Zij moeten elders binnen de jeugdzorg (gesloten) worden opgevangen en behandeld.

Alleen jongeren die een ernstig misdrijf hebben gepleegd en ouder zijn dan twaalf jaar mogen worden opgesloten in een zogenoemde justitiële jeugdinrichting.

Dit staat in de eindrapportage van de werkgroep `optimalisering zorgaanbod voor jeugdigen met ernstige gedragsproblemen' die op verzoek van minister Donner (Justitie) en staatssecretaris Ross-Van Dorp (VWS) is opgesteld.

De bewindslieden zullen de voorstellen nog deze maand naar de Tweede Kamer sturen. Het kabinetsstandpunt over deze kwestie zal voor een belangrijk deel op dit rapport gebaseerd zijn. Eerder dit jaar zei Donner al in de Tweede Kamer dat hij in zijn maag zat met de niet-criminele jongeren in de gevangenis.

In de vijftien jeugdgevangenissen zitten zo'n 1.200 kinderen en jongeren die een ernstig misdrijf hebben begaan. Daarnaast plaatst de kinderrechter er kinderen; niet omdat ze een misdrijf hebben begaan, maar om een crisissituatie te overbruggen (civielrechtelijk geplaatsten). Deze groep groeide van 153 in 1998 tot 696 in het afgelopen jaar.

Uit onderzoek blijkt dat 80 procent van de civielrechtelijk geplaatsten intensieve en gespecialiseerde behandeling nodig heeft. Het gaat onder anderen om lichtgehandicapten of jongeren met hechtings- of andere gedragsproblemen.

Begin dit jaar uitten de kinderrechters hun grieven over deze situatie in een manifest. Hun bezwaar gold niet zozeer dat kinderen zonder strafblad in een jeugdgevangenis terechtkwamen; als ze een gevaar vormen voor zichzelf of de maatschappij mag dat, zo is in de jaren negentig besloten. Het probleem is, zeiden de kinderrechters, dat die kinderen niet doorstromen naar behandelplaatsen. Daarvan zijn er te weinig en de wachtlijsten zijn eindeloos.

Uit recent onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut blijkt dat zowel de civielrechtelijk als strafrechtelijk geplaatste jongeren de samenplaatsing ook niet rechtvaardig vinden. De jongeren zonder strafblad nemen soms crimineel gedrag over en zeggen bang te zijn voor de jongeren die een ernstig delict hebben gepleegd.

Sommige justitiële jeugdinrichtingen streven ernaar beide groepen zoveel mogelijk te scheiden. In de praktijk blijkt dit zeer moeilijk.

    • Sheila Kamerman