Poetin: Moskou deed te weinig voor Ingoesjetië

De Russische president Vladimir Poetin heeft gisteren een deel van de verantwoordelijkheid voor de aanvallen van opstandelingen in Ingoesjetië op zich genomen. ,,Afgaande op wat hier gaande is, doet het federale centrum [Moskou] niet genoeg om de republiek te verdedigen,'' zei hij tijdens een bliksembezoek aan de Ingoesjetische president Zjazikov. Volgens officiële cijfers hebben de aanvallen aan zestig mensen het leven gekost.

Poetin was naar Ingoesjetië gevlogen na een nacht van geweld in de Russische deelrepubliek in de noordelijke Kaukasus – en buurland van Tsjetsjenië. Eerder op de dag had hij in Moskou de chefs van leger en politie opdracht gegeven alles te doen om de ongeveer tweehonderd aanvallers ,,op te sporen en te vernietigen''. ,,Degenen die gevangen kunnen worden moeten levend worden opgepakt en worden berecht,'' aldus de president. Duizenden Russische militairen zijn vanuit naburige regio's overgebracht naar Ingoesjetië.

Daags na de aanvallen wordt meer en meer duidelijk dat die waren gericht tegen de leiding van politie en justitie in Ingoesjetië. Onder de slachtoffers waren de minister van Binnenlandse Zaken, Aboekar Kostojev, de hoofdaanklager van de republiek, Mukharbek Boezoertanov, alsmede vier andere aanklagers en tenminste achttien politiemensen.

Volgens mensenrechtenorganisaties is het geweld dan ook waarschijnlijk een reactie op ,,onrechtmatige detenties en ontvoeringen'' door de veiligheidsdiensten. Alleen al in het afgelopen jaar zijn volgens de Ingoesjeetse afdeling van Memorial, een gerespecteerde Russische mensenrechtenorganisatie, tientallen mensen ontvoerd.

Die opvatting strookt met uitlatingen namens de bekende Tsjetsjeense opstandelingenleiders. In Londen verklaarde een woordvoerder van de voormalige Tsjetsjeense president Maschadov dat zijn leider niet bij de aanvallen betrokken was. ,,Hij heeft ze niet geleid en hij heeft ze niet georganiseerd,'' zei Achmed Zakajev. Volgens hem ging het om een puur Ingoesjeetse aangelegenheid en zijn de gevechten geleid door de tot nu toe onbekende commandant Magomed.

Maar volgens de Russische en de Ingoesjeetse autoriteiten waren er wel degelijk Tsjetsjenen betrokken bij de aanvallen. ,,Vastgesteld is dat een aanzienlijk aantal van de guerrillastrijders uit het oosten van Tsjetsjenië kwam en dat enkele bandieten zich in Ingoesjetië bij hen hebben aangesloten,'' verklaarde een bron bij het Ingoesjeetse openbaar ministerie.