Notities bij een sluimerende paniek

Europeanen zijn gevaarlijk anti-joods, en idem antizionistisch en anti-Amerikaans, heeft Pal Ahlmark, oud-vice-premier van Zweden de lezers van deze krant op 16 juni voorgehouden. Een verdienstelijke bijdrage, vooral omdat die door een Zweed is geschreven. Zweden, het land waar de verzorgingsstaat zich tegen alle hype van de absolute zegeningen van de vrije markt staande heeft gehouden. Ik dacht aan president Eisenhower die in de jaren vijftig (v.d.v.e.) het grote aantal zelfmoorden onder de Zweden toeschreef aan de excessieve sociale voorzieningen. Het kan zijn dat hij zich vergiste. Laten we niet vergeten dat onder zijn opperbevel de Invasie goed is afgelopen. En dat hij een uitdrukking heeft bedacht die tot op de dag van vandaag haar geldigheid heeft behouden: het militair-industrieel complex, waarmee hij bedoelde de parlementair oncontroleerbare collusie tussen de generaals en de wapenindustrie met medewerking van een bepaald deel van de politiek. En dat hij de auteur is van een nog altijd actueel aforisme: Any war will surprise you. Eisenhower, een groot veldheer en een staatsman met verrassingen.

Wat heeft dit te maken met de heer Ahlmark? Europeanen zijn gevaarlijk anti-joods, anti-Amerikaans, enz. `De `akelige jood' krijgt de hoofdrol in de belastering', heeft de redactie als kenmerkende zin uit zijn tekst geciteerd. Waarom heeft hij er niet aan toegevoegd: Europeanen worden gevaarlijk aangetast door vreemdelingenhaat in het algemeen en islamofobie in het bijzonder? Waarom niet gerefereerd aan `de gluiperige moslim' die er automatisch van wordt verdacht een medeplichtige van Osama en zijn vriend Saddam te zijn? Waarom heeft hij zich niet wat nauwkeuriger uitgedrukt? Wie zijn die Europeanen? `De' Europeanen? Ik ook?

Van tijd tot tijd denk ik met verdriet aan Yitzhak Rabin en met sympathie aan Shimon Peres, die ik voor belangrijke Israëlische staatslieden houd. En met gemengde gevoelens aan Bill Clinton die tijdens zijn presidentschap en nu weer, na de publicatie van zijn boek, door rechtgeaarde Republikeinen in de Verenigde Staten gehaat wordt als de duivel.

Als ik het voor het kiezen had, zou ik liever in New York gaan wonen. Maar als ik hier in mijn commentaren op het reilen en zeilen van George Bush en de zijnen de toon zou aanslaan die het beroemde talkradio-fenomeen Rush Limbaugh over Clinton ten beste geeft, zou ik voor de heer Ahlmark en zijn talrijke geestverwanten in Europa, ook in Nederland, als een verschrikkelijk voorbeeld van anti-Amerikanisme worden opgevoerd. Als ik hier stem gaf aan de Israëlische oppositie tegen Ariel Sharon, zou ik volgens dezelfde maatstaven tot antisemiet worden uitgeroepen.

Deze column gaat niet over de verdiensten of mislukkingen van deze of gene politiek, maar over de manier waarop het debat wordt gevoerd. In de tijd van Eisenhower ging het voor het Westen niet goed in de Koude Oorlog. De Koreaanse oorlog had met Chinese steun Noord-Korea als communistische staat onwrikbaar bevestigd, de Sovjet-Unie had zich in Midden-Europa geconsolideerd, het communistisch wereldrijk verscheen als de reusachtige doodsvijand van het Westen. Angst en twijfel aan de eigen kracht waarden door onze democratische gelederen.

Toen verscheen senator Joseph McCarthy. Hij zwaaide met een stukje papier waarop – dat zei hij – een lijstje stond van een paar honderd card carrying communists die in het State Department werkten. De verraders waren onder ons. McCarthy's Senaatscommissie voor on-Amerikaanse activiteiten begon aan een radicale zuiveringsoperatie. Daarbij moderniseerde de commissie een oud trucje, het `waar je mee omgaat, daar word je mee besmet'. In de praktijk van McCarthy werd het guilt by association. Wie niet van mening was dat de Sovjet-Unie binnen de kortste keren met alle middelen moest worden weggevaagd, werd ervan verdacht soft on communism te zijn. Het slot was, dat McCarthy bij zijn verhoren een tegenstander ontmoette die niet geïmponeerd was. Het resultaat van zijn kruistocht, schreef de historicus Arthur B.Schlesinger jr., is dat hij de Amerikaanse politiek een jaar of drie heeft verlamd. Zijn belangrijkste wapenfeit, dat hij Charles Chaplin uit Amerika deed emigreren.

Na zich een jaar of twaalf in de gelukzaligheid van de eeuwig groeiende welvaart te hebben gekoesterd, wordt het Westen sinds 11 september 2001 opnieuw belaagd en door angst bevangen. Het internationaal terrorisme, immigratie uit de Latijns-Amerikaanse landen in de Verenigde Staten, en uit het Midden-Oosten en Afrika in Europa. Dat zijn al niet geringe bedreigingen en verstoringen van onze comfortabele stabiliteit. Daarbij komt een stroom van ingrijpende veranderingen die we aan onszelf te danken hebben, de eindeloze stroom van schaalvergrotingen en massa-ontslagen in het bedrijfsleven, de continue vernieuwing, om het zo maar te noemen, van de fameuze normen en waarden, stagnatie in de infrastructuur, een tergende recessie. En dan het universeel recept: keihard aanpakken!

Helpt het? Heeft het opsluiten van 595 gevangenen uit de oorlog tegen de Talibaan, in een speciale gevangenis waar ze bestaan, zonder uitzicht op een proces, de oorlog tegen het terrorisme geholpen? Hebben de martelingen in de Iraakse gevangenissen iets tot de veiligheid waar ook ter wereld bijgedragen? In ieder geval zijn de door het Westen zo gekoesterde mensenrechten, is ons hele rechtssysteem zonder poespas terzijde geschoven. Zijn we anti-Amerikaans als we protesteren? Lees The New York Times, voor een voorbeeldig, constant volgehouden protest.

Het is relatief een kleinigheid, maar als bij ons in alle ernst door een minister wordt voorgesteld, immigranten een insigne op te spelden, zodat de buitenwereld kan zien in welke mate ze geïntegreerd zijn, denkt u dan niet dat dit stigmatisering bevordert, in plaats van wat, naar we aannemen, de bedoeling is? En als dan een fatsoenlijk man als Hans Dijkstal daartegen protesteert en zodoende bijdraagt tot de verdediging van de menselijke waardigheid, verdient hij het dan om terzijde te worden geschoven; om het in het modern Nederlands te zeggen, als een ouwe lul te worden weggezet?

In ons openbaar debat, niet alleen in Nederland, klinkt langzamerhand de toon door die hoort bij de hysterie van een paniek. Een kenmerk van de paniek is dat die tot de verkeerde reactie inspireert. In het Westen sluimert de paniek.