Kabinet moet openheid geven inzake Irak

Het kabinet-Balkenende volgt slaafs de leugenachtige politiek van de Verenigde Staten in Irak en verantwoordt zich daar niet voor. De Tweede Kamer zou dat niet moeten accepteren, vindt Thomas von der Dunk.

De PvdA is gisteren ten langen leste akkoord gegaan met verlenging van de Nederlandse militaire missie in Irak. Omdat met de nieuwe resolutie van de VN-Veiligheidsraad aan haar hoofdeisen tegemoet was gekomen, bezat de PvdA weinig formele argumenten om het regeringsbesluit te veroordelen.

Alleen: wat `mag', hoeft niet verstandig te zijn. Om die reden is het jammer dat de tegenstanders repten van principiële bezwaren, en niet van praktische.

In de internationale politiek komt het niet op papieren afspraken aan, maar op de juiste invulling in de dagelijkse praktijk, en op het vermogen om deze af te dwingen.

Er is weinig reden voor optimisme. Washington heeft zich slechts in uiterste nood bij een grotere rol voor de VN neergelegd, zonder daarin echt te geloven. Het zal dus bij elk concrete beslissing steeds proberen de oude, rampzalige koers weer op te pakken, en het ontbreekt Europa aan macht en middelen om dat te verhinderen.

In dat opzicht zou gisteravond in de Kamer iets meer retrospectie niet misplaatst zijn geweest, ook wat Nederland zelf aangaat. Sinds Nixon is de wereld vanuit het Witte Huis niet meer zo grof voorgelogen als vorig jaar. De conclusies van de Congrescommissie worden met de dag vernietigender: de hele argumentatie om Saddam Hussein aan te vallen blijkt op drijfzand gebouwd. Er was geen sprake van massavernietigingswapens of een acuut Iraaks gevaar, en evenmin van betrokkenheid bij Al-Qaeda, ook al houden Bush en Cheney stug het tegendeel vol. Het Britse parlement laat zich in zijn kritiek niet minder onbetuigd, en in Australië en Denemarken ligt de regering eveneens zwaar onder vuur.

In Nederland wordt instemmend geknikt bij dit buitenlandse zelfonderzoek, maar waar blijft Den Haag? Wanneer legt het kabinet eindelijk verantwoording af voor haar overijlde steun aan een oorlog buiten de Verenigde Naties om waarvoor de legitimatie aan alle kanten rammelde?

Het stilzwijgen op het Binnenhof begint steeds meer op te vallen, temeer nu duidelijk is geworden dat het kabinet AIVD-informatie bewust eenzijdig heeft geïnterpreteerd, omdat het aan ruggengraat voor een `nee' tegen Washington ontbrak.

Dat begint met De Hoop Scheffer, toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, die al vóór de Verenigde Naties geoordeeld hadden, zijn steun aan Bush had toegezegd. En ook ruim een jaar geleden, na die hele vertoning van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Powell in de VN-Veiligheidsraad, sprak hij van overtuigende bewijzen inzake Saddams bewapeningsplannen. Als oppositieleider had hij nog met zijn fameuze `waar-was-je-Wim'-optreden luidkeels de vlucht van Paars voor Srebrenica gegispt.

Maar waar was je zelf, Jaap, toen bleek dat in Irak géén biologische wapens waren? En waar was je, Jaap, toen Powell moest erkennen dat zijn diapresentatie op aperte leugens was gebaseerd? En waar ben je nu, Jaap, nu blijkt dat je dat alles voor zoete koek hebt geslikt? Over welk gezag denkt De Hoop Scheffer als huidig secretaris-generaal van de NAVO eigenlijk nog in Europa te beschikken nu hij zich als zo'n gedachteloos werktuig van Rumsfeld heeft ontpopt?

Na de Fortuynrevolte werden bij het aantreden van de huidige coalitie vrome woorden gesproken over dualisme en openheid. Er zou een einde komen aan de sorrycultuur van Paars, waarbij brokkenmakers na excuses konden blijven zitten. Inderdaad, er wordt nu niet eens meer `sorry' gezegd. Met de arrogantie van de herwonnen regeermacht zwijgt het CDA gewoon hardnekkig.

Dat brengt ons bij de premier, die tegenover anderen voortdurend van verantwoordelijkheid rept, maar de zijne niet neemt. Op welke gronden schaarde hij zich onvoorwaardelijk achter Bush? Wat bevatte dat document van Blair aan harde bewijzen, die ,,for your eyes only'' waren bestemd? Hoe durft Balkenende ons voortdurend belerend over Normen en Waarden toe te spreken, als hijzelf de basisnorm van een democratie – publiek verantwoording afleggen – zo ernstig schendt?

Onlangs moest een staatssecretaris aftreden wegens een onbenullig interview, en in de afgelopen jaren verdwenen bewindslieden wegens slecht plakkende paspoorten of om problemen bij het tellen van vis. Maar deze misslagen vallen in het niet bij het ondersteunen van een oorlog op gronden die evident niet kloppen.

Welk vertrouwen kunnen wij nog hebben in een kabinet dat met zijn serviele goedgelovigheid jegens Amerika de plank zo volkomen misgeslagen heeft als sinds de dagen van minister-president De Geer geen enkele Nederlandse regering de plank meer misgeslagen heeft?

En waar blijft het parlement? Tweede Kamer: lam of leeuw?, was de titel van een boek van wijlen Kamervoorzitter Vondeling, en hij zou nu ongetwijfeld moeten concluderen dat de regeringsfracties bestaan uit tachtig makke schapen. Wat is dat veelgeprezen nieuwe `dualisme' waard, als zij weigeren de regering tot opening van zaken te dwingen?

CDA-fractiewoordvoerder Camiel Eurlings bestond het te smalen over ,,oude koeien uit de sloot halen''. Hoe heeft het CDA kunnen menen dat iemand die zo weinig snapt van de controletaak van de volksvertegenwoordiging, geschikt zou zijn voor het Europees Parlement? Hoe heeft iemand, die al tegenover een Balkenende zijn plicht als parlementariër zo heeft verzaakt, zelf kunnen menen dat hij wél voldoende getalenteerd zou zijn om in Brussel politici van Europees formaat tegemoet te treden? Wat heeft bij hém de misvatting doen postvatten dat de Amerikaanse beweringen enig hout sneden en hem ertoe bewogen de pro-oorlogskoers van de Nederlandse regering onvoorwaardelijk te steunen?

De bevolking van dit land heeft recht op een helder antwoord. Als het kabinet blijft weigeren dat antwoord te geven, en de Kamer blijft weigeren dat af te dwingen, als zij dus nalaat een oordeel over het gevoerde kabinetsbeleid te vellen, zullen de historici dat straks alsnog in haar plaats doen. En dat oordeel zal volstrekt vernietigend zijn.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus.