Hoofden eeuwenlang gespietst op staken

Moslimterroristen in het Midden-Oosten gebruiken onthoofdingen als terreurwapen. Het is een eeuwenoude praktijk.

Vele eeuwen lang zijn hoofden afgehakt en ten toon gesteld om de vijand te intimideren. Deze praktijk was gaandeweg in onbruik geraakt, maar moslimterroristen hebben haar de laatste jaren weer nieuw leven ingeblazen. De video-opnames van de laatste weken waarop de onthoofding van de in Irak ontvoerde Amerikaan Nicholas Berg en Zuid-Koreaan Kim Sun-il en de in Saoedi-Arabië gekidnapte Amerikaan Paul Johnson te zien zijn, hebben de functie van de stokken waarop vroeger hoofden van de vijand werden gespietst en die bij de stadspoorten werden geplaatst. Ontmoedig de tegenstander en breng hem zo op de knieën, was het idee. Maar er kunnen vraagtekens worden geplaatst bij de huidige effectiviteit van dit terreurwapen.

Vroeger werkte het zeker. ,,Hoort mij nu broeder, en neemt dit hoofd en hangt dat uit, op de tinnen van onze stadsmuur'', verklaarde Judith in het bijbelboek Judith (dat door het protestantisme als apocrief wordt beschouwd). Het hoofd was van Holofernes, veldoverste van koning Nebukadnezar – vermoedelijk een dichterlijke verwijzing naar de Chaldese koning die van 630 tot 562 v. Chr. leefde – die haar stad Bethulia in Judea belegerde. Overgave dreigde, maar Judith verzon een list. Zij verleidde Holofernes, voerde hem dronken en sloeg zijn hoofd af. De ontmoedigde belegeraars werden verslagen en dropen af.

In de Middeleeuwen was het zwaard een belangrijk wapen en rolden overal koppen, zowel in de reguliere strijd als ter intimidering. Moslimextremisten verklaren nu soms terug te grijpen naar het zwaard van de profeet Mohammed die inderdaad met zijn troepen talloze onthoofde vijanden in zijn kielzog achterliet. In de 13de eeuw maakten de Mongolen zich waar zij in Azië en Europa kwamen gevreesd door middel van de torens van schedels die zij oprichtten bij steden die hadden geweigerd zich over te geven en door hen waren ingenomen. Een toren van 80.000 schedels werd bij de Perzische stad Isfahan gebouwd. Maar het gebruik van zwaard en hakbijl ter afschrikking en intimidering bleef niet tot de moslims beperkt.

Aan het begin van de 14de eeuw begonnen de Engelse gezagdragers de hoofden van geëxecuteerde `verraders' op stokken ten toon te stellen op London Bridge – Sir Thomas More en Thomas Cromwell bij voorbeeld eindigden op deze manier. In Amsterdam werd in 1535 een groep wederdopers die het stadhuis op de Dam hadden bezet gevierendeeld; hun hoofden belandden op stokken bij de stadspoorten. Of neem Karel V (1500-1558) die de opstandige stad Gent in 1540 strafte door 25 rebellen te laten onthoofden, hun lichamen op wielen te laten binden en hun hoofden op staken te laten spietsen. In 1569 werden de graven van Egmond en Hoorne op de Grote Markt in Brussel onthoofd; hun hoofden werden op twee hoge staken bevestigd waar ze zes uur bleven.

Hoewel langzaam maar zeker het spietsen als officieel onderdeel van de straf in onbruik raakte, bleven onthoofdingen gangbaar als manier om doodstraffen te voltrekken. De laatste onthoofding, met de guillotine, in België was in 1918 die van een onderofficer in Veurne die zijn zwangere vriendin had vermoord. De laatste terechtstelling in Frankrijk, eveneens per guillotine, werd in 1977 voltrokken. De laatste openbare executie had er plaats in 1939. In Saoedi-Arabië wordt nog steeds onthoofd (waarbij in het geval van ernstige misdaden het hoofd niet in één keer maar in drie slagen wordt afgehakt).

Tegenwoordig grijpen op vele plaatsen moslimextremisten terug op onthoofdingen als terreurwapen. De Algerijnse extremisten die in de jaren zeventig zo gruwelijk huishielden in het land, gebruikten bijlen, dolken en zwaarden en zelfs een kettingzaag om hoofden van rompen te scheiden. Ook werd het inzetten van een dwerg gemeld als executeur en het gebruik van een mobiele guillotine.

Maar zo gruwelijk waren de strijdmethoden van deze extremisten dat de bevolking niet naar hun kant maar juist in de armen het bestreden regime werd gedreven. Er zijn nog extremisten actief, maar ze vormen geen bedreiging meer. Aan de andere kant hebben bijvoorbeeld in Saoedi-Arabië de extremisten met hun nieuwe strijdmethodes de regering gedwongen haar tegenoffensief te verhevigen. Kort na de publicatie van de videobeelden van de onthoofding van Johnson werd de belangrijkste terroristenleider in Saoedi-Arabië door de politie gedood.