Einde Stabiliteitspact

De Europese Unie maakt zich op om het Stabiliteits- en Groeipact overboord te zetten. Het besluit is een erkenning van de werkelijkheid. Afgezien van boekhoudkundige trucs hebben Duitsland, Frankrijk en Italië de afgelopen drie jaar telkens de limiet doorbroken die het pact stelt aan de begrotingstekorten. Geen van deze landen verwacht een lager tekort voor 2005. Het verwezenlijken van een begrotingsevenwicht is een eerzame doelstelling, maar lijkt niet binnen het bereik te liggen van de grote Europese landen.

Er zijn diverse goede redenen om het pact terzijde te schuiven. In de eerste plaats heeft het nooit veel zin gehad, omdat het een gemeenschappelijke norm oplegt aan zeer verschillende economieën. In de tweede plaats werd naleving van het pact niet afgedwongen. De dreiging van een boete voor overtreders bleek een wassen neus. In de derde plaats wekte het pact de wrevel van de kleinere landen, omdat de Europese Commissie hen wèl tot de orde riep.

Toch is Brussel niet in actie gekomen omdat het een beter alternatief voorhanden heeft, maar omdat het bang is voor wetten die niet worden nageleefd. Het is afhankelijk van de welwillende medewerking van de lidstaten. Als de EU wordt genegeerd, zou zij in rap tempo aan belang inboeten.

Gezien het gebrek aan overeenstemming tussen de lidstaten zal het pact zich waarschijnlijk ontwikkelen tot weinig meer dan een intentieverklaring.

Gehoopt wordt dat binnenlandse hervormingen en brede Europese richtlijnen genoeg zullen zijn om tot een gezonder begrotingsbeleid te komen. Die hoop zal vermoedelijk ijdel blijken. De agenda's voor hervormingen en stabiliteit zijn nauw met elkaar verbonden. Ze zijn heilzaam en impopulair. Als de doelstelling van begrotingsdiscipline wordt losgelaten, zal de politieke bereidheid tot hervormingen waarschijnlijk wegkwijnen.

Trekt de Europese groei weer aan, dan zullen alleen heel dappere regeringen in staat zijn de extra inkomsten te gebruiken voor terugdringing van de tekorten en niet voor populaire nieuwe bestedingsprogramma's. Helaas komen dappere regeringen in Europa weinig voor. Het gebrek aan begrotingsdiscipline is geen probleem zolang de markten niet klagen. Maar als de euro begint te stijgen, zullen de landen die hun begroting op orde hebben heel ongelukkig zijn met hun spilzieke buren.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.