`Dutroux' niet het einde van Belgische lethargie

De affaire-Dutroux legde rotte plekken in het Belgische bestel bloot. Sommige manco's zijn verholpen, andere bestaan hardnekkig voort.

Het `monster van Charleroi' zit de rest van zijn leven achter de tralies. Daar heeft heel België vrede mee. Maar de zaak-Dutroux draaide niet alleen om de veroordeling van de hoofdverdachte en zijn handlangers. Voor veel Belgen toonde ze ook, vooral sinds de arrestatie van Marc Dutroux in 1996, wat er allemaal `rot' was in het land. Nu het proces ten einde is, rijst de vraag of het er ook iets van geleerd heeft. Het antwoord is geen ondubbelzinnig `ja'.

De affaire legde de hele Belgische maatschappij op het hakblok. Niets deugde er meer. De verschillende politiediensten werkten elkaar tegen en deelden geen informatie. Als ze dat wel hadden gedaan, was Dutroux veel eerder opgepakt, en hadden sommige meisjes nu nog geleefd. Justitie was te log. Politieke benoemingen zouden er mede debet aan zijn dat hoge functionarissen dit topzware systeem maar lieten aanmodderen. Dutroux en de andere hoofdverdachten waren fraudeurs van de bovenste plank. Ze tilden de sociale dienst, handelden in drugs, stalen en verdienden zich zwart een slag in de rondte. Enigerlei vorm van controle was er kennelijk niet geweest. Oók een gevolg van politiek cliëntelisme, zegt men – in de verarmde Borinage, waar Dutroux vandaan kwam, zien controleurs veel door de vingers in ruil voor een stem op hun partij.

Na de arrestatie van Dutroux, toen het ene dode meisje na het andere werd opgegraven en de vele blunders van `het systeem' aan het licht kwamen, bereikte de woede van de burgers al een kookpunt. Toen de onderzoeksrechter van de zaak-Dutroux werd gehaald omdat hij spaghetti had gegeten met ouders van Dutroux' slachtoffers, in oktober 1996, trokken honderdduizenden Belgen in de Witte Mars door de straten om hervormingen te eisen.

Er kwam een parlementaire onderzoekscommissie, die in grote lijnen bevestigde wat velen al dachten: België was ziek. De remedie was zonneklaar: er moest één politie komen en een slagvaardiger justitie-apparaat, en het systeem van politieke benoemingen moest op de schop. Daarmee kreeg de affaire-Dutroux de potentie om het land ingrijpend te veranderen. Het volk bedaarde, min of meer.

Sommige lessen zijn getrokken. De politie en de gendarmerie zijn samengevoegd. Er kwam een landelijk informatiesysteem. Maar de kinderziektes van de nieuwe organisatie zijn tergender dan de kwalen van de oude. Door politieke machinaties, zeggen insiders, gebeurt er te weinig aan. Anders dan in Groot-Brittannië, waar de minister een politiechef wil vervangen na blunders rond de moord op de meisjes Holly en Jessica, is de politietop in België nooit ter verantwoording geroepen voor wat er misging in de zaak-Dutroux.

Justitie is al jaren in de ban van hervormingen, maar veel levert dat nog niet op: de weerstand binnen het systeem is fenomenaal. De achterstanden bij de parketten groeien nog. Dat het bijna acht jaar heeft geduurd voordat Dutroux en de anderen werden berecht, is een symptoom van de voortdurende malaise. De politieke benoemingen werden afgeschaft, maar vorig jaar officieel ook weer ingesteld. Ambtenaren aannemen op grond van competentie en niet op basis van een partijkaart ging de meeste partijen bij nader inzien te ver. En de sociale fraude tiert in veel delen van het land even welig als voorheen. De Belgen vallen weer terug in de lethargie van weleer. Ze wantrouwen de staat, maar melken hem tegelijkertijd uit. Teveel Belgen hebben er uiteindelijk belang bij, zeggen sociologen, dat alles zoveel mogelijk bij het oude blijft.

Daarmee is het proces-Dutroux geen afsluiting van een tijdperk geworden, zoals sommigen in 1996 hadden voorspeld. Het was een gewoon proces tegen een perverse psychopaat en zijn handlangers, niet meer en ook niet minder.