Duivel uitdrijven is terug van weggeweest

Meteen na de geweldige wedstrijd, afgelopen zaterdag, van Oranje tegen Tsjechië – in jaren niet zo genoten! – beantwoorde bondscoach Dick Advocaat enkele kritische vragen over de gevolgde tactiek. Daarmee leek alles wel gezegd, it's all in the game, nietwaar: Robben had voor hetzelfde geld een rode kaart kunnen krijgen voor zijn tweede grove overtreding, Van der Vaart had kunnen scoren in de laatste minuut, enzovoorts.

Toen ik gisteren om een uur of vijf Nederland 2 inschakelde, zag ik daar tot mijn verbazing een heel gezelschap `deskundigen' (onder wie John de Mol) nog steeds eindeloos doorpraten over de zogenaamde `fatale wissel', waardoor Oranje kennelijk had verloren. Het was net alsof de eerste uitzending na de wedstrijd zonder onderbreking dagenlang was doorgegaan onder de bezielende leiding van Jack van Gelder.

Het eerste interview met Advocaat bleek achteraf de opmaat te zijn geweest voor drie dagen uitvoerig napraten en speculeren over wat er allemaal niet mogelijk zou zijn geweest met andere spelsystemen, andere opstellingen en uiteraard een andere bondscoach. Het is onvoorstelbaar hoeveel zendtijd al die praatprogramma's en hoeveel woorden al die kranten hebben besteed aan het `analyseren' van één verloren wedstrijd.

Even buitenproportioneel is de campagne tegen Advocaat die door deze nieuwsstorm op gang is gekomen. Iedere poging om te relativeren en de gebeurtenissen in perspectief te plaatsen, raakt bedolven onder een stroom van beschuldigingen en beledigingen.

Het slachtoffer van een dergelijke mediahype wordt binnen de kortste keren vogelvrij verklaard, alle remmen gaan los, alles mag gezegd en gepubliceerd worden. Het is een moderne vorm van het middeleeuwse ritueel van de duiveluitdrijving.

In het huidige medialandschap waarin de geschreven journalistiek wil concurreren met al het infotainment op televisie, is dit helaas geen uitzondering meer. Ook bij eerdere `schandalen', zoals de affaire rondom Mabel Wisse Smit, kwam een enorme stroom van halve waarheden, speculaties en geruchten op gang die desastreus was voor de hoofdrolspelers. In plaats van zich bezig te houden met het verifiëren van feiten, raken de media steeds meer verslingerd aan een soort `als..., dan...'-journalistiek waarin voornamelijk opinies overheersen.

Kenmerkend voor deze nieuwsstroom is de eenzijdige uitvergroting van één, uiteraard negatief, beeld van het slachtoffer. Alles wat ook maar op de één of andere manier dat negatieve beeld kan versterken, wordt breed uitgemeten. Al het andere is per definitie geen nieuws. De schade die dergelijke campagnes opleveren voor personen die het mikpunt vormen, staat doorgaans in geen enkele verhouding meer tot de `gepleegde feiten.'

De toenemende vergroving van het taalgebruik in al die praatprogramma's, talkshows en columns draagt daar ook sterk aan bij. Wat vroeger als taboedoorbrekend gold – het belachelijk maken van autoriteiten – is tegenwoordig gemeengoed.

Mensen die onder vuur liggen, mogen in de media op alle mogelijke manieren gekleineerd, beledigd en bespot worden. Misschien wordt het toch eens tijd voor een nieuw taboedoorbrekend offensief in de media, ditmaal vóór herstel van fatsoensnormen.

Peter Vasterman is als mediasocioloog verbonden aan de afdeling Mediastudies van de Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde onlangs op een proefschrift over mediahypes.

    • Peter Vasterman