Brave eindexamenfilms

Lichting 2004 heeft een beetje pech. De huidige eindexamenklas van de Filmacademie, waarvan deze week de films worden vertoond, heeft duidelijk last van de schaduw van zijn voorganger. In het werk van de lichting 2003 zaten een paar mooie uitschieters en één werkelijk briljante film (Untertage, die sinds een paar weken eindelijk in de bioscoop te zien is). Zulke films ontbreken dit jaar.

Ambachtelijk is het allemaal prima in orde, hoor je dan te zeggen. Dat is zeker zo. De cameraklas heeft bijvoorbeeld negen commercials gemaakt voor twee verzonnen produkten en daar zitten filmpjes bij (van Bas Andries, Michael Brooke, Jasmijn Cedee, Joris Kerbosch, Minke Faber en Maarten van Rossem) die zó op tv zouden kunnen. Zij hebben zich helemaal de taal en de toon van de beste Nederlandse commercials eigen gemaakt.

Eigenlijk is het bij de documentaires en de speelfilms niet veel anders. De taal spreken ze wel, er zitten verzorgde special effects in, complexe camerabewegingen, intense shots, maar wat willen ze er eigenlijk mee zeggen?

Er zijn vier documentaires, acht speelfilms en twee interactieve projecten dit jaar gemaakt. De documentaires zijn uitermate onevenwichtig, alleen Dushi van Lisa Boerstra ontstijgt het niveau van goede bedoelingen waar de anderen in blijven steken. Boerstra filmde een aantal vrouwen op Curaçao in de dagen na het carnaval om te laten zien hoe hun positie daar is – en die is tamelijk verschrikkelijk. Het zijn vooral vroegoude twintigers en dertigers, uitgezakt van de vele kinderen die ze sinds hun tienerjaren kregen, en ze staan machteloos tegenover de machocultuur die van hun mannen dictators maakt.

Boerstra kan kijken, ze kan in enkele shots van heel jonge meisjes de van erotiek doortrokken cultuur neerzetten. Bovendien heeft ze een interview met een drugssmokkelaarster dat meer over haar eenzaamheid zegt dan alle Twee vandaag items die daar ooit over zijn gemaakt.

De speelfilms willen verhalen vertellen over nasi in Holland, puberteit in Japan, een Brabants jochie op zoek naar Canada, een postnatale depressie in Amsterdam-Zuid, een hardhandig generatieconflict in een fantasie-Oostblok, een Duitse en een junkie, een voetballer die liever Ajax dan zijn meisje ziet en een rozenverkoper uit India. Je kunt zeggen dat de blikwijdte van de studenten aangenaam is. In twee films is de voertaal zelfs niet Nederlands, maar Japans en Indiaas. En of het nou toeval is of niet, juist die films steken enigszins boven de rest uit.

Danyael Sugawara maakte The Quiet One over een Japanse puber die zich in zijn kamer opsluit en daar verwildert, terwijl zijn ouders in de huiskamer angstvallig proberen te doen alsof hij er niet meer is. Sugawara heeft in elk geval gevoel voor sterke scènes. Een zelfmoordpoging met twee geslepen potloden is al geen doorsnee en Sugawara heeft het mooiste shot van de hele lichting gedraaid na het mislukken van de poging, als er geen bloed maar een traan langs het potlood naar beneden glijdt.

De film Over rozen van Remy van Heugten is de enige die er in slaagt iets van ontroering teweeg te brengen. Indiase rozenverkopers spreken ongetwijfeld tot ieders verbeelding, door het geheime leven dat achter hun nachtelijke geleur met bloemen en Polaroids schuilgaat. Van Heugten slaagt er in 23 minuten in een overtuigend en menselijk verhaal bij te presenteren. En zijn Indiase versie van Aan de Amsterdamse grachten is ook een welkome afwisseling van de muziekkeus in de meeste andere films.

Eindexamenwerk van studenten van de Nederlandse Film en Televisie Academie. Gratis te zien t/m 26 juni in het gebouw van de Filmacademie in Amsterdam.