Zware gevechten in Ingoesjetië

Hevige gevechten in de Russisiche deelrepubliek Ingoesjetië hebben afgelopen nacht aan tientallen mensen het leven gekost. Ook de Ingoesjetische minister van Binnenlandse Zaken, Abukar Kostoyev, is bij de gevechten omgekomen, samen met enkele andere hoge regeringsfunctionarissen.

Hoeveel slachtoffers er precies zijn gevallen is niet bekend, maar verschillende bronnen spreken van zeker vijftig doden en vele tientallen gewonden. Andere noemen zeventig doden en tweehonderd gewonden. Dat er veel dodelijke slachtoffers zijn, valt onder meer af te leiden uit het feit dat de president van de deelrepubliek, Murat Zjazikov, drie dagen van rouw heeft afgekondigd. Zjazikov, een oud-generaal van de KGB, de voormalige Russische geheime dienst, overleefde in april een aanslag op zijn leven.

Gisteravond rond elf uur lokale tijd begon een aantal gecoördineerde aanvallen, die duurden tot ongeveer drie uur vannacht. Gewapende en, volgens getuigen, gemaskerde mannen vielen vanuit het aangrenzende Tsjetsjenië en Noord-Ossetië min of meer gelijktijdig het ministerie van Binnenlandse Zaken, waar de politie is ondergebracht, en het hoofdkwartier van de Russische grenstroepen in de Ingoesjetische hoofdstad Nazran aan. Ook doelen buiten de stad kwamen onder vuur te liggen.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken werd in brand geschoten. Daar zijn vermoedelijk ook de meeste slachtoffers gevallen, volgens verschillende bronnen zo'n dertig. Onder hen minister Kostoyev. Hij raakte zwaargewond en is later in een ziekenhuis overleden. Ook de Ingoesjetische procureur, de vice-procureur en mogelijk tientallen burgers zijn bij de gevechten omgekomen.

Russische militaire bronnen meldden dat de aanvallen halverwege de nacht tot staan waren gebracht en dat de opstandelingen daarna terug werden gedrongen naar Tsjetsjenië. Volgens de Russen is een aanval op het presidentiële paleis buiten Nazran voorkomen. De opstandelingen hebben echter tegen getuigen gezegd dat zij zich vrijwillig terugtrokken nadat zij hun doelen hadden bereikt. De Russen hebben troepen samengetrokken langs de grens tussen Ingoesjetië en Tsjetsjenië.

De Russische televisie toonde vanochtend beelden van lange colonnes tanks in de straten van Nazran.

De Russische minister van Defensie, op bezoek in het Verre Oosten, zei in een reactie geen reden te zien om Ruslands troepen in de gevoelige regio te versterken. Volgens hem zijn er voldoende politie- en legereenheden om het geweld in de hand te houden.

De aanvallen van vannacht logenstraffen de herhaalde verklaring van de Russisiche president Poetin dat de Russische veiligheidstroepen de situatie op de Kaukasus onder controle hebben. Zij komen geregeld onder vuur; nu in Ingoesjetië, maar voornamelijk in Tsjetsjenië. Daar vallen maandelijks soms wel vijftig doden onder de Russen en onder de leden van de militie van Ramzan Kadyrov, de zoon van de vorige maand omgebrachte Tsjetsjeense president Ahmad Kadyrov.

Nog afgelopen nacht kwamen drie Russische militairen om en raakten er acht gewond toen zij na een `speciale actie' terugkeerden naar hun basis.

Onbekend is vooralsnog wie er achter de aanvallen zit. Nog niemand heeft de verantwoordelijkheid opgeëist. Sommigen noemen Sjamid Basajev, een Tsjetsjeense krijgsheer die ook verantwoordelijk was voor de aanslag op Kadyrov en voor het gijzelingsdrama in het Moskouse theater Nord Ost, eind 2002. Hij zou de enige zijn die zoveel manschappen op de been kan brengen en hij heeft bovendien verklaard zijn acties niet tot Tsjetsjenië te willen beperken. De mujahedeen van Basajev streven ernaar een islamitische staat te stichten op de noordelijke Kaukasus.

Een andere opstandelingenleider, de oud-president van Tsjetsjenië Aslan Maschadov, heeft onlangs verklaard zijn acties te willen uitbreiden van `sabotage-acties' naar `actieve militaire acties'. Volgens waarnemers zijn zijn troepen echter niet sterk genoeg om een actie als die in Ingoesjetië uit te voeren.

David Jan Godfroid vervangt komende maanden onze correspondent Coen van Zwol, die tijdelijk afwezig is.