Straffeloos olieroven in Nigeria

Olierovers in Nigeria hebben vrij spel. Ze genieten bescherming tot in de hoogste kringen van het land. Misschien moet Shell zich wel neerleggen bij het verlies van 40.000 vaten per dag.

Ze beschikken over snellere boten en meer vuurkracht dan de Nigeriaanse marine. Ze hebben hun vertakkingen tot in de hoogste kringen van het land. Misdaadsyndicaten met internationale connecties beroven de Shell Petroleum Development Company (SPDC) in Nigeria van gemiddeld 40.000 vaten ruwe olie per dag, circa 4 procent van de productie.

Het niveau van de oliediefstal lag een groot deel van 2002 en het begin van 2003 nog veel hoger: op 100.000 vaten per dag. Uitbreiding van marinepatrouilles in de Niger Delta vorig jaar heeft de misdaad gedrukt.

Shell Petroleum Development Company (SPDC) is de grootste olieproducent van Nigeria met ruim één miljoen vaten per dag in het eerste kwartaal van dit jaar. Het bedrijf is een gezamenlijke onderneming van het Nigeriaanse staatsolieconcern NNPC (55 procent) en de multinationale energiemaatschappijen Shell (30 procent), Elf (10 procent) en Agip (5 procent). Shell heeft de leiding. Nigeria levert 9 procent van Shells mondiale olieproductie.

Vincent Okwechime, hoofd veiligheidszaken van SPDC in Port Harcourt, schat de huidige strop voor het bedrijf op 2 miljoen dollar (1,6 miljoen euro) per dag, ruim 700 miljoen dollar per jaar. Dat is inbegrepen de schade die de bendes toebrengen aan installaties, inclusief ook de kosten van bestrijding van de vervuiling die ze veroorzaken bij de olieroof.

Niet meegerekend zijn de kosten van conflicten met de gemeenschappen in de Niger Delta, de olieregio in het zuiden van Nigeria. Daarbij gaat het om bezetten van installaties, beschadiging van apparatuur en gijzelen van werknemers. De meeste confrontaties komen voort uit een diepgewortelde onvrede onder de bevolking omdat de regio die met haar olie meer dan 90 procent van 's lands exportinkomsten levert, decennialang niet in die rijkdom heeft gedeeld.

Okwechime noemt die conflicten ,,beheersbaar'' en de schade ,,te overzien''. Waar hij zich zorgen over maakt, is de georganiseerde misdaad. En over de wapens die met de opbrengst worden gekocht. En over het etnisch en politiek geweld waarvoor die wapens worden gebruikt. Olie als brandstof voor oorlog om olie.

Wekelijks krijgt president Olusegun Obasanjo tegenwoordig een brief van Shell. Met een opgave van de hoeveelheid gestolen olie die week. Plus een kaart waarop staat aangegeven waar de bendes dit keer hebben toegeslagen. Die kaart verschilt waarschijnlijk niet zoveel van de plattegrond die achter het bureau van veiligheidsman Okwechime hangt. Brandhaarden van criminele activiteit zijn met zwarte cirkels gemarkeerd.

Luchtfoto's van Shell laten zien hoe de dieven te werk gaan. Ze tappen de leidingen af van hoofdbronnen en tussenstations. Ze leiden de olie naar hun platboomde schuiten, drijvende jerrycans. Dat gebeurt in een omvangrijk, onoverzichtelijk, moeilijk toegankelijk moerasgebied waar Shell 6.200 kilometer leidingen heeft liggen en meer dan duizend bronnen. Ze opereren meestal 's nachts. Uiteindelijk wordt de olie op zee in tankers geladen voor de internationale markt.

Er gaat ook wel eens wat mis. Zoals laatst nog in Afam bij bron 18 waar de olierovers met vuur hebben gespeeld. Een ontploffing, brand en verkoolde lijken. Drie weken heeft het vuur nog gebrand. Een speciaal brandweerteam uit Houston moest overvliegen om te komen blussen. De schade is nog niet geïnventariseerd.

Veiligheidsman Okwechime zegt eerlijk dat Shell tegenover de georganiseerde misdaad machteloos staat, zoveel partijen zijn erbij betrokken. Leden van lokale gemeenschappen helpen mee of accepteren zwijggeld. Mogelijk verstrekken ook eigen Shell-mensen informatie. Strijdkrachten knijpen tegen betaling een oogje toe.

Lokale krijgsheren spelen een spilrol bij de olieroof. Van een deel van de winst kopen ze wapens voor hun milities van ontevreden jongeren. Geregeld komt het tot een treffen, vaak gepresenteerd als een etnisch conflict, maar in feite een strijd om territorium. Dus om olie.

Grote zakenlieden in Lagos, machtige politici in de hoofdstad Abuja moeten bij de oliediefstal betrokken zijn. Okwechime is er zeker van, maar bewijzen kan hij niets, dat heeft ook geen zin. ,,Ze staan toch boven de wet.''

Zelfs de `infanteristen' zoals hij ze noemt, de kleine jongens die vuile handen maken, blijven nooit lang gevangen, ook al zijn ze op heterdaad betrapt. In beslag genomen boten worden opmerkelijk snel weer teruggegeven aan de eigenaars. Hij zegt het bedachtzaam: ,,Olie roven, dat doe je in Nigeria straffeloos.''

Het inzetten van de marine heeft vorig jaar geholpen, maar kent zijn beperkingen. De marine heeft geen snelle boten. Shell heeft de marine ,,logistiek al gesteund'', zoals dat eufemistisch heet. Maar hoever kan het bedrijf daarbij gaan, vraagt Okwechime zich af, zonder in aanvaring te komen met mensenrechtenorganisaties.

De marine zou een snelle reactie-eenheid kunnen gebruiken. Ze zouden met volwaardige zeeschepen in de mondingen van de rivieren kunnen patrouilleren om de platbodems te onderscheppen op weg naar de tankers. ,,Maar moeten wij daarvoor zorgen?'' vraagt Okwechime. ,,Wegen de opbrengsten tegen de kosten op?''

Zeker is dat de Nigeriaanse regering zulke geavanceerde middelen niet ter beschikking zal stellen. Ze wil de legereenheden liever niet te sterk zien worden, gezien een verleden dat rijk is aan coups.

Okwechime vindt dat de onderneming moet vaststellen welk niveau van oliediefstal ze acceptabel vindt. Misschien moet ze zich wel neerleggen bij een verlies van 40.000 vaten ruwe olie per dag. Misschien werkt elke andere strategie wel contra-productief.