`Plan kabinet pakt discriminerend uit'

Vanavond spreekt de Tweede Kamer over integratie in het onderwijs. Onderwijsjurist Paul Zoontjens adviseerde de minister, en ziet kwetsbare plekken in haar plannen.

Twee jaar duurde het, voor de minister van Onderwijs een reactie gaf op een studie van de Onderwijsraad naar artikel 23 van de grondwet. Zo'n reactie is lastig, zegt onderwijsjurist Paul Zoontjens, omdat de overheid zelf partij is. ,,Minister Van der Hoeven heeft als CDA'er een extra handicap, want de discussie is besmet met christen-democratische belangen. En dan krijg je ook nog de VVD die zich tegen islamitische scholen keert, met Hirsi Ali voorop. Daar word je als minister knap zenuwachtig van.''

Dus vroeg Van der Hoeven om advies aan Zoontjens, als bijzonder hoogleraar onderwijsrecht verbonden aan de rechtenfaculteit van de Universiteit van Tilburg. Zijn opmerkingen over de huidige betekenis van artikel 23 zijn integraal overgenomen in de notitie van de minister, die vanavond in de Tweede Kamer wordt besproken. Zoontjens was twee jaar geleden ook betrokken bij de studie van de Onderwijsraad. Hij is ook betrokken bij de reactie van het katholieke onderwijs op de notitie van de minister, en adviseert binnenkort het islamitische onderwijs hierover.

De professor reageert dus op zijn eigen bevindingen. Zoontjens: ,,Ik zou het liever anders zien, maar de kenners van dit onderwerp zijn in Nederland op de vingers van één hand te tellen. Ik vertel aan iedereen hetzelfde verhaal, dan kan het.'' In deze politiek gevoelige materie neemt Zoontjens een tussenpositie in: hij is lid van de PvdA, maar niet bijster enthousiast over het onderwijsbeleid van zijn partij. ,,Ik waardeer de inzet van het CDA voor het onderwijs, ze doen dat beter dan de PvdA.''

Artikel 23 is het laatste en langste artikel van de Nederlandse grondwet. De gelijke bekostiging door de rijksoverheid van openbaar en bijzonder onderwijs was in 1917 de afsluiting van de schoolstrijd. Het was een concessie van de liberalen aan de confessionelen: jullie je bijzonder onderwijs, wij het algemeen (mannen)kiesrecht. Twee toenmalige kroonjuwelen werden tegen elkaar uitgeruild. Sindsdien beschikt Nederland over een uniek onderwijssysteem, zegt Zoontjens.

In het huidige debat over artikel 23 gaat het om de relatie tussen vrijheid van onderwijs en integratie van allochtonen. De vrijheid van het bijzonder onderwijs, met name de mogelijkheid om leerlingen te weigeren, is een oorzaak van de etnische segregatie in het onderwijs, menen VVD, D66 en PvdA. Volgens het kabinet hoeft het artikel echter niet te worden aangepast. Een acceptatieplicht van alle leerlingen voor bijzondere scholen, zoals deze partijen willen, is volgens het kabinet niet nodig. Wel wil minister Van der Hoeven aanvullende eisen stellen aan het stichten van nieuwe scholen. Twee leden van artikel 23 bieden die mogelijkheid: de wetgever regelt `de eisen van deugdelijkheid' (lid 5) en stelt voorwaarden voor de bekostiging met rijksgeld (lid 7).

Maar er is wel een probleem, signaleert Zoontjens. De door het kabinet voorgestelde eis dat nieuwe scholen maximaal 80 procent achterstandsleerlingen mogen hebben, is in juridisch opzicht ,,zeer kwetsbaar''. ,,Als rechter zou ik het ontoelaatbaar vinden. In principe is de maatregel neutraal, maar in de uitwerking is hij discriminerend. De eis heeft namelijk alleen gevolgen voor nieuwkomers. Het land zit al vol met christelijke scholen, daar komen geen nieuwe meer bij. De groei zit alleen bij islamitische en, in mindere mate, bij hindoe-scholen. Een rechter zal deze eis moeten toetsen aan internationale verdragen, bijvoorbeeld het Anti-Rassendiscriminatie Verdrag van de VN.''

Zoontjens hoopt dat de koepelorganisatie van islamitische scholen, ISBO, de maatregel voor de rechter brengt. ,,Dat zou ik ze willen aanraden, ze zijn belanghebbende, ze kunnen een concreet geval aankaarten van een school die niet mag worden opgericht. Het is belangrijk dat hier jurisprudentie over komt.''

Als vermeende oorzaak van de segregatie willen VVD en PvdA artikel 23 aanpassen, D66 wil het hele artikel zelfs afschaffen. Omdat bijzondere scholen leerlingen mogen weigeren, zijn allochtone leerlingen aangewezen op openbaar onderwijs. Acceptatieplicht voor het bijzonder onderwijs is een noodzakelijk middel in de strijd tegen toename van de segregatie, menen deze partijen.

Een misvatting, volgens Zoontjens. ,,Ik vind het geen issue, en zeker geen reden om artikel 23 aan te passen. Er zijn er maar heel weinig scholen die met een beroep op hun identiteit leerlingen weigeren. Vijf procent van de scholen, blijkt uit onderzoek van de Onderwijsraad. Dan heb je het over reformatorische scholen op de Veluwe. Zolang zij het zich bedrijfseconomisch kunnen permitteren om leerlingen te weigeren, is er niets aan de hand. Er is nog nooit een allochtone leerling naar de rechter gestapt omdat hij op zo'n school geweigerd werd. In de steden is het ook geen probleem, want daar kunnen bijzondere scholen het zich niet permitteren om allochtone leerlingen te weigeren.''

In 1917 zwichtten de liberalen voor de confessionelen, nu lijkt de situatie omgekeerd. Eind vorig jaar keerde Van der Hoeven zich in felle bewoordingen tegen de voorstellen van het liberale Kamerlid Ayaan Hirsi Ali om het islamitisch onderwijs aan banden te leggen. Nu komt ze met maatregelen die hier naadloos op aansluiten. Ook al zijn ze formeel gericht op alle scholen, in de praktijk gelden de beperkingen voor islamitische scholen. Is het huidige kabinetsbeleid een overwinning voor de VVD-lijn van Hirsi Ali? ,,Zeker. Als zij er niet was geweest, waren we niet in dit vaarwater beland. Ik ben het niet met haar eens, maar ik heb grote waardering voor de manier waarop ze dit onderwerp aan de orde stelt. Als migrante is ze niet belast met onze traditie om tegenstellingen te bedekken. Dat komt het debat ten goede.''