Literatuur en kritiek uit oud en nieuw China

De onlangs in Nederlandse vertaling uitgekomen roman Grote borsten, brede heupen van Mo Yan (1956) is niet zo'n goed boek. De auteur probeert vooral te behagen en blijft hangen in een grote stroom beeldrijke beschrijvingen, zonder dat hij de tijd neemt om een origineel perspectief te zoeken. Aldus de overtuigende bespreking van de roman door Silvia Marijnissen in het voorjaarsnummer van Het trage vuur, het tijdschrift dat goeddeels wordt gevuld met vertalingen van klassieke en moderne Chinese literatuur.

Het aardige van het blad is dat de recensent niet alleen beweert dat Mo Yan beter kan dan in Grote borsten, brede heupen, maar dat je dat ook zelf kunt nalezen: het nummer opent met een lang en mooi verhaal van dezelfde schrijver: Schommel en witte hond. Dat begint met een scène die beantwoordt aan alle clichébeelden die de buitenstaander kan hebben over het leven in een tijdloos China. Een man ziet in een bos een gebogen gestalte aankomen die gebukt gaat onder een enorme lading takken, waardoor je nauwelijks nog ziet of het een man of een vrouw is.

In het vervolg blijkt de gestalte een jeugdvriendinnetje van de verteller, dat ooit een oog verloor bij een schommelongeluk, waar hij mede schuldig aan was. Hij is later naar de stad getrokken en werkt aan de universiteit. In spijkerbroek is hij nu op bezoek in de streek van zijn jeugd. Zij is getrouwd met een doofstomme bullebak. Ze is moeder van een drieling: ,,Ik kreeg er drie tegelijk. Net als een hond: floep, floep, floep'' – wat zou `floep' eigenlijk zijn in het Chinees? Het vervolg van de gebeurtenissen staat in het teken van de tegenstellingen in het twintigste-eeuwse China: tussen handwerkers en intellectuelen, armen en geprivilegieerden, burgers en soldaten. Een vrolijk verhaal is het niet.

Lichter is het werk van Liu Yichang (1918), dat in Hongkong speelt, alwaar materiële overvloed ook onbehagen met zich meebrengt. Het verhaal Ketting is een serie korte portretten van mensen op 18 november 1967. Een groot deel van hen wordt op bijna karikaturale wijze geplaagd door de vraag of het Engelse pond zou devalueren.

Het tweede deel van Het trage vuur is gewijd aan poëzie, waarbij de sectie `Raakvlak' in het oog springt. Daarin staat werk van de klassieke Chinese dichter Su Dongpo (1036-1101), gevolgd door een cyclus die de Nederlandse dichter Nachoem Wijnberg over Su Dongpo schreef. Ook hier komen, zij het in een andere vorm, origineel werk en de reflectie daarop mooi samen. Vergelijk de woorden van Su Dongpo (,,Oud, en onbeschaamd een bloem in mijn haar,/ – zíj moest zich schamen, op mijn oude hoofd!/ Men lacht als ik ondersteund dronken thuiskom,/ paarlen voorhangen zijn half geheven.'') met het eerbetoon van Wijnberg: ,,Su Dongpo:/ Hoe ik over iets was, herinnerd in rust,/ die verdwijnt./ Proberen woorden te vinden/ om de rust twee, drie keer terug te kunnen kopen.''

Het is dit soort kalme kwaliteit die Het trage vuur de moeite waard maakt.

Het trage vuur. Nummer 25. Stichting Het trage vuur, 80 blz. Prijs 8,00 euro. www.tragevuur.com