Hof spreekt vertrouwen in AIVD-informatie uit

Hoe toelaatbaar is AIVD-informatie in een strafproces? Het Haagse gerechtshof veroordeelde gisteren twee mannen op basis van informatie van de inlichtingendienst.

Minister Donner zei gisteren ,,blij'' te zijn met de veroordeling door het Gerechtshof in Den Haag van twee mannen voor deelname aan een terroristische organisatie die banden zou hebben met Al-Qaeda. Ze kregen gevangenisstraffen van zes en vier jaar. Het is niet de gebruikelijk dat een minister zich een oordeel aanmeet over de uitspraak in een strafzaak. Meestal respecteren bewindslieden de trias politica die de scheiding der machten regelt. Maar hier ging het in zijn ogen om iets erg belangrijks: Is Nederland in staat terroristen op te sporen, te vervolgen en te veroordelen?

In december 2002 was minister Donner nog in mineur. Toen had de rechtbank in Rotterdam dezelfde mannen vrijgesproken omdat het openbaar ministerie verkeerd met informatie van de Algemene Inlichtingen- en veiligheidsdienst (AIVD) was omgesprongen. Donner zei toen dat de bestrijding van terrorisme door het vonnis onder grote druk was komen te staan en kondigde wetswijzigingen aan. Waarom is Donner nu zo blij? En betekent het arrest wel echt steun voor zijn plannen?

De Fransman Jerôme C. en de Algerijn Abdelghani R. werden verdacht van betrokkenheid bij voorbereidingen voor een aanslag in Europa. Beide mannen werden gearresteerd op 13 september 2001, twee dagen na de grote aanslagen in de Verenigde Staten. Op diezelfde dag werd in België de Tunesische ex-profvoetballer Nizar Trabelsi gearresteerd die bekende plannen te hebben voor een zelfmoordaanslag op de Belgische luchtmachtbasis Kleine Brogel. Maar justitie ging ervan uit dat ook de Amerikaanse ambassade in Parijs een doelwit van Trabelsi was. De mannen kenden elkaar.

In Brussel kreeg Trabelsi vorig jaar een gevangenisstraf van tien jaar opgelegd. Maar de rechtbank in Rotterdam schoot de zaak tegen in Nederland af: het openbaar ministerie had de Jerôme C., Abdelghani R. en twee medeverdachten niet uitsluitend op basis van informatie van de AIVD mogen arresteren. Het was een principiële uitspraak van de rechtbank. Maar eigenlijk waren juristen het er wel over eens dat die uitspraak de bestrijding van terrorisme ernstig belemmerde. Hoe moest justitie aanslagen voorkomen als de AIVD met de waarschuwing komt dat een terroristische aanslag op handen is? Moet justitie dan eerst zelf tijdrovend onderzoek gaan doen? De advocaat van Jerôme C., mr. I. Saey, zegt het voorzichtig: ,,Het kwam niet onverwacht dat het hof dat niet zou volgen. Je kon daar andere redeneringen tegenover plaatsen.''

Dat heeft het hof nu ook gedaan. Een `ambtsbericht' van de AIVD mag wel degelijk gebruikt worden als aanleiding voor een strafrechtelijk onderzoek, om arrestaties te verrichten en om huiszoekingen te doen: openbaar ministerie en strafrechter ,,mogen er (...) van uitgaan dat de BVD (thans AIVD, red.) haar taak legitiem heeft verricht en haar ambtsberichten bevoegdelijk ter beschikking van justitie heeft gesteld.'' Ook mag de AIVD van het hof onderzoek blijven doen naar de verdachten. Als beschermer van de veiligheid van de staat heeft de geheime dienst immers een eigen taak. En als uit dat onderzoek iets blijkt dat voor het openbaar ministerie interessant kan zijn, kan dat weer via een ambtsbericht aan justitie kenbaar gemaakt worden. Het hof waarschuwt er wel voor dat justitie in deze samenwerking de eigen beperkingen van opsporingsbevoegdheden ,,omzeilt'' door de AIVD voor haar karretje te spannen en onderzoek te laten doen dat het OM zelf niet mag.

De reacties op deze redenering zijn niet overal even positief. Louis Sévèke van het Onderzoeksbureau Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (OBIV) noemt de uitspraak ,,vrij pijnlijk''. Hij spreekt van een ,,blind vertrouwen'' in de AIVD, waarvoor volgens hem geen reden bestaat. ,,Deze informatie vormt wel de basis waarop iemand zeer lang in voorlopige hechtenis kan worden gehouden.''

Maar veel verder dan dit, gaat het hof in de uitspraak van gisteren niet. Mensen mogen wel verdacht worden op basis van AIVD-informatie, maar niet veroordeeld. Over de rol van AIVD-informatie in de bewijsvoering spreekt het hof zich nauwelijks uit. Daarover is nu ook wetgeving in voorbereiding die het mogelijk moet maken vertrouwelijke AIVD-informatie toe te laten als bewijs in strafprocessen tegen terreurverdachten. Minister Donner zegt dat hij zich door het hof gesteund voelt bij het wetsvoorstel dat hij vorige maand voor advies naar de Raad van State heeft gestuurd. Ambtsberichten van de AIVD moeten volgens hem wel als bewijs kunnen dienen. De rechter-commissaris moet bij een strafrechtelijk onderzoek AIVD-medewerkers anoniem kunnen horen. In een proces-verbaal moet hij daarna aangeven waarom bepaalde informatie wegens de staatsveiligheid niet kan worden vermeld.

Het verrassende van de uitspraak is eigenlijk iets anders: de rechtbank in Rotterdam sprak de mannen vrij vanwege de AIVD-informatie. Maar daar voegden de rechters aan toe dat als zij wél aan de beoordeling van de feiten toe was gekomen ze het bewijs veel te dun hadden gevonden. Op basis van diezelfde feiten, veroordeelt het hof de mannen nu wel. Niet het voorbereiden van aanslagen of de medeplichtigheid daaraan wordt hen verweten, maar het lidmaatschap van een terroristische organisatie. Advocate Saey vindt het een ,,heel eigenaardige uitspraak'', waartegen ze in cassatie zal gaan. Het hof veroordeelt de mannen omdat ze zich met een organisatie hebben ingelaten waarvan ze zich bewust hadden moeten zijn dat die zich ,,heel wel ook in de sfeer van terroristische aanslagen zou kunnen bewegen'', aldus het arrest. Saey noemt die redenering: ,,Grote stappen, snel thuis.''

Het is de vraag in hoeverre deze uitspraak invloed zal hebben op een andere grote zaak rond `moslimterrorisme'. Vorig jaar zomer werden twaalf mannen door de Rotterdamse rechtbank vrijgesproken van betrokkenheid bij het ronselen van strijders voor de gewapende Jihad. Ook hier vonden de rechters het bewijs veel te dun. Ook hier zal het Haagse gerechtshof een nader oordeel vellen.

Met medewerking van Jos Verlaan