Beursgang Postbank mist doel

Duitse topmanagers hebben er bijna net zoveel moeite mee hun gezicht te verliezen als Japanse directeuren.

Klaus Zumwinkel, bestuursvoorzitter van Deutsche Post, moet daarom met pijn in het hart de marge van de uitgiftekoers voor de beursgang van `zijn' Postbank naar beneden hebben bijgesteld. Gisteren ging Deutsche Post door de knieën voor druk van beleggers en stelde het de beursgang van Postbank twee dagen uit. Beleggers vonden de emissiekoers te hoog.

De topman van Deutsche Post, eigenaar van Postbank, mikte aanvankelijk op een marktwaarde van 6 miljard euro voor de bank. Gisteren zie hij: ,,We hebben naar de markt geluisterd. En de markt heeft altijd gelijk.''

Zumwinkel moet door alle concessies die zijn bedrijf bij de beursgang van Postbank moest doen, nu genoegen nemen met een marktwaarde tussen de 4,6 en de 5,2 miljard euro. Dat komt in grote lijnen overeen met wat de markt bereid was te aanvaarden.

Is alles uiteindelijk dus toch nog goed op z'n pootjes terechtgekomen?

Niet helemaal.

Ja, de beursgang van Postbank zal nu vrijwel zeker doorgaan. Maar wat was ook al weer het doel van de hele operatie? Met de nieuwe marge voor de uitgiftekoers zal Postbank de handen mogen dichtknijpen als de marktwaarde straks ver boven de boekwaarde van 4,4 miljard euro uitkomt. Het oorspronkelijke idee dat door de beursgang van de Deutsche Post-dochter de verborgen waarde van het bedrijf aan het licht zou komen, is dus op niets uitgelopen.

In plaats van een derde van Postbank te verkopen via een beursgang zou het veel beter zijn geweest het hele bedrijf aan de bestaande aandeelhouders van Deutsche Post cadeau te doen. Op die manier zouden ze uiteindelijk hebben kunnen profiteren van een overnamepremie.

Deutsche Bank – een van de twee waarborgende banken bij deze aandelenuitgifte – had en heeft er immers veel voor over om Postbank in te kunnen lijven.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.