VVD verloochent traditionele liberale waarden

Er wordt gesproken over een leiderschapscrisis binnen de VVD. Maar de problemen gaan veel dieper, meent Johan van Beek.

Geschrokken van de felle bewoordingen waarmee de doorgaans aimabele Hans Dijkstal de huidige VVD-generatie kritiseert, zetten partijgenoten van hem en de media de oud-partijleider weg als rancuneus en verbitterd. Dat de gewezen VVD-voorman teleurgesteld is, is duidelijk, maar dat rancune zijn drijfveer zou zijn, is onzin. Dijkstal heeft gewoon gelijk. De VVD onder leiding van Van Aartsen combineert neoconservatisme met Fortuyn-populisme en verloochent daarmee haar liberale waarden. Maar de discussie over de koers die de VVD vaart, gaat veel dieper dan de vraag wie in deze partij de dienst uitmaakt.

De huidige VVD verdient eerder het predikaat conservatief-liberaal dan liberaal. Immers, voor de rechtgeaarde liberaal biedt D66 of de rechtervleugel van de PvdA meer aangrijpingspunten dan de VVD. Het reeds in de kiem gesmoorde, door Mark Rutte en Melanie Schultz van Haegen aangezwengelde, debat over de VVD als sociaal-liberale partij bevestigt dit.

Bij gebrek aan een zich conservatief noemende partij biedt de VVD niet alleen onderdak aan een liberale, maar ook aan een conservatieve stroming. Hoewel het conservatisme sinds kort ook in Nederland – in de vorm van het neoconservatisme – aan populariteit wint, zal een conservatieve partij hier waarschijnlijk nooit tot bloei geraken. Lange tijd wenste niemand met het conservatisme geassocieerd te worden en ook nu vindt het merendeel van de Nederlandse bevolking het conservatisme nog steeds een onaantrekkelijke ideologie.

Desalniettemin heeft de in naam liberale VVD haar liberale koers laten varen. Alle liberale groten binnen de partij, die onder Paars in het kabinet of in de fractie zaten, hebben het veld moeten ruimen ten faveure van neoconservatieve geesten als Kamp en Wilders. Als laatste der liberale Mohikanen heeft onlangs Frank de Grave de fractie verlaten en de eens bewierookte liberale voorman Hans Dijkstal, die voor de komst van Pim Fortuyn de zo gewenste nummer één positie leek binnen te halen, wordt tegenwoordig als softie verketterd. En dat, terwijl juist hij over een samenbindende gave beschikte. Hét kenmerk van een echte volkspartij, die de VVD volgens Van Aartsen is.

De huidig beleden conservatief-liberale koers is daarbij ook een conservatisme met een kleine c in plaats van met een grote c. De VVD belijdt niet de grote c, waarbij een pessimistisch mensbeeld centraal staat – dat de mens eerder een neiging tot het slechte toeschrijft dan tot het goede – maar het goede wil behouden en verandering niet a priori als verbetering beschouwt. De VVD is in de ban van de kleine c, waarbij de bestaande orde wordt verworpen, naar een nooit bestaand verleden wordt terugverlangd en benepenheid, angst en xenofobie heersen. In de strijd om de gunst van de LPF-achterban en in naam van een vaag begrip als `nieuwe politiek' verlaagt de partij zich tot neoconservatieve nieuwlichterij.

Waar is de traditie van de Thorbecke-liberalen te bekennen of waar is het aristocratisch liberalisme, gepersonifieerd door mensen als Molly Geertsema, gebleven? De VVD kent alleen nog een economisch-liberalisme. Hoe kan de VVD tot een liberale jihad oproepen? Alleen al de samenvoeging is een contradictio in terminis. Doctrinair liberalisme en verlichtingsfundamentalisme voeren de boventoon, terwijl het liberalisme juist ruimte biedt aan het christelijke, islamitische, joodse of welk geloof ook. Geloof behoort immers tot de privé-sfeer, vandaar dat iemand liberaal én gelovig kan zijn – hoewel de meeste liberalen de voorkeur zullen geven aan

agnosticisme of atheïsme, maar dat is iets geheel anders dan oproepen tot een liberale jihad. Fundamentalisme bestrijd je niet met fundamentalisme.

Het liberalisme wijst de idee van een absolute waarheid af. Liberalen begrijpen waarheid als een relatief, hypothetisch en meervoudig begrip. Het liberalisme benadrukt pluralisme en individualisme, benadert de maatschappelijke toestand en het politieke gebeuren niet vanuit polarisatie, maar vanuit een genuanceerde, vergelijkende en graduele denkwijze en stelt toegang tot kennis voor allen open.

Hoe kan het dat de VVD allochtone ouders uit hun ouderlijke bevoegdheid wil zetten als het gaat om de schoolkeuze van hun kind? Daarmee wordt een nieuwe categorie van onbekwamen ingevoerd, wat aan de negentiende eeuw doet denken. Deze ouders moeten niet uit hun opvoedtaak worden gezet, maar hulp krijgen. Hoe kan een liberale partij denken dat het door overheidswege ontzeggen van de zeggenschap over de bloedeigen kinderen integratie bevordert? Het tegengestelde is aannemelijker.

De door Wilhelm von Humboldt verwoorde emanzipatorische Erziehung is niet voor niets één van de belangrijke kenmerken van het liberalisme. Zelfbeschikking over de persoonlijkheid (in opvoedende, onderwijzende zin) begint met het elimineren van vooroordelen en bekrompenheid, luidde zijn credo. Liberalen dienen een tolerante elite van de geest te vormen. De belangrijkste eigenschap van deze elite is elkaar, ondanks meningsverschillen, te respecteren. Zonder geestelijke elite is het liberalisme van generlei waarde.

Waar is het wantrouwen tegen overheidsingrijpen gebleven? Hoe kan het dat de VVD zich terugtrekt onder de eigen nationale stolp en inspeelt op ongegronde angsten aangaande de Europese integratie? Het is noodzakelijk de nieuwe leden niet als tweederangs lidstaten te behandelen, maar hen volwaardig te omarmen, nu dat eindelijk mogelijk is. Te beginnen met de naleving van het ook door de VVD vurig bepleite vrije vervoer van personen, goederen, diensten en kapitaal.

Wat is er überhaupt liberaal dan wel conservatief aan de neoconservatieven binnen de VVD? Begrip, inlevingsvermogen, verdraagzaamheid, humanisme, diversiteit zijn begrippen waarvan ook conservatief-liberalen en conservatieven zich bedienen. De VVD doet er goed aan geen voorbeeld te nemen aan de Amerikaanse neoconservatieven, noch aan de Edmund Burke Stichting of aan het populisme van de LPF. De partij doet er beter aan te leren van de Habsburgse conservatieve traditie, nu blijkbaar het liberalisme voor een conservatief-liberalisme is verruild. In de geest van deze traditie past dat een bovennationaal patriottisme wordt gekoppeld aan een multi-etnische structuur. Niet het nationalisme – dat als geestelijk provincialisme werd gezien – was hun leidraad, maar de Europese gedachte. Die vormde hun inspiratiebron.

Johan van Beek is historicus.