Oranje (4)

Hij belde niet meer.

Zaterdagavond, zo kort na de wedstrijd, had ik daar nog begrip voor, maar in de loop van zondag werd ik ongeduldig en besloot ik zelf het initiatief te nemen.

Toen ik hem eindelijk aan de lijn kreeg, waren zijn eerste woorden: ,,Eef Brouwers raadt me elk individueel perscontact af. Ik mag alleen nog maar zeggen dat ik trots ben op het legioen dat zo trouw achter onze jongens bleef staan.''

Zijn stem was schor, aangevreten door moedeloosheid en vertwijfeling.

,,Kom op, Dick, laat je de mond niet snoeren, ik weet dat je een moedig man kúnt zijn.''

,,Ik kan toch geen goed meer doen, jullie hebben me al veroordeeld.''

,,Je moet ook een beetje begrip voor óns hebben. Generaties lang wordt het Nederlandse volk nu al gegeseld door de ene tegenvaller na de andere als het om Oranje gaat. Het begon in 1974 en het is eigenlijk nooit meer opgehouden, een enkel gelukje daargelaten. Strafschoppen die we ten onrechte tegen ons kregen, of die we zelf misten, ballen op de paal in de laatste minuut, rode kaarten op heikele momenten, ruzies in het elftal, krankzinnig geworden coaches à la Louis van Gaal, je kunt het zo gek niet bedenken of het is ons overkomen.''

Hij liet me, tot mijn verbazing, uitpraten. ,,Dat weet ik'', zei hij toen, ,,maar er wordt nu in Nederland karaktermoord op me gepleegd, met name door mensen die zich verder nooit met voetbal bemoeien. Iedereen heeft er opeens verstand van.''

Dat klopte, het was me ook opgevallen. Er begon in Nederland een lynch-sfeertje rond Dick te ontstaan dat ik als zijn vriend-door-dik-en-dun niet kon tolereren.

,,Wij zijn nu eenmaal een volk van hysterische uitersten'', troostte ik hem. ,,Als je per ongeluk toch nog de finale bereikt, ben je weer de held. Haal je het niet, dan word je verbannen naar Robben Eiland.''

,,Frits'', zei hij opeens met opmerkelijke ootmoedigheid, ,,begreep jij waarom ik hem eruit haalde?''

,,Ik wel. En ik weet ook dat je de ware reden niet hebt genoemd.''

,,Nou?''

Ik legde hem uit dat hij de defensieve instelling heeft van iemand die voortdurend bezig is achteraf zijn gelijk te halen. Op die manier probeert hij de oorlog te winnen van de mensen die het op zijn ondergang hebben gemunt. ,,Jij was bang dat als Robben tegen Tsjechië nóg meer de show zou stelen, iedereen terecht zou zeggen: stommeling, waarom heb je hem niet tegen Duitsland opgesteld.''

Hij zweeg.

,,Heel eerlijk, Dick, had je zaterdag in je hart niet spijt dat je hem überhaupt opgesteld had?''

Het bleef nog even stil. Ik hóórde hem als het ware zweten. Toen stootte hij uit: ,,M-mischien heb je gelijk. Ik zal erover nadenken.''

,,Helaas heb je daar de verkeerde adviseurs'', zei ik. ,,Zo'n Van Hanegem, die steeds buiten schot blijft, heeft het nooit in Robben zien zitten, hij vond het maar een mietje.''

Hij zuchtte. ,,Ja, ook daarom had ik zo graag gehad dat jij hier had gezeten.''

,,Ik kom alsnog als we de finale halen'', beloofde ik.

Toen kon hij toch nog gerust gaan slapen.