Met Marianne naar `le match'

Frankrijk werd voor het EK gezien als favoriet. Aan de basis van de opmars van het Franse voetbal staat een filosofie van emancipatie en integratie van migrantenkinderen. Voetbal met een sociaal gezicht, als bindmiddel van de samenleving en leidend tot wereldburgerschap.

Les Bleus Multicolores! Niet zomaar een nationaal elftal, wel de perfecte afspiegeling van de Franse veelkleurige samenleving en een helder antwoord op rechts-radicalisme, religieus fundamentalisme en vrouwenhaat. De vorige Franse minister van Sport, Marie-George Buffet (1997-2002), baseerde samen met wijlen president François Mitterrand haar beleid op het ideeëngoed van `200 jaar Franse Revolutie & Verlichting'. Met veel aandacht voor Marianne, of de rol van de vrouw in het stadion en de sport. En voor de opvoedkundige gemeenschapstaak: Le sport, c'est un service publique!

Marianne, de geëmancipeerde vrouw, is het symbool van de revolutie, die in 1989 haar tweehonderdste verjaardag vierde. Daar werd de basis gelegd voor een nieuw Frans voetbalconcept: een veelkleurig topelftal, gecombineerd met een vrolijk én vrouwelijk feest op de tribunes. Het succes naast het veld werd uitgetekend door de linkse sportminister Buffet. Ze zette tijdens haar hele regeerperiode le sport féminin prominent op de voorgrond. Het vrouwelijke deel van het publiek is een bepalende factor geworden van het concept Les Bleus Multicolores.

Sinds ruim zeven jaar geeft de blauwe wave op de tribunes la vague bleue acte de présence. De uitbarsting van vreugde na de winst van het wereldkampioenschap in 1998 deed de Champs Elysées volstromen, op een wijze die alleen te vergelijken was met Libération, de bevrijding na de oorlog, in 1944. Van enig geweld of agressie is bij de in het blauw gehulde fans geen sprake. Integendeel, ze zorgen voor een uitermate aangename ambiance. Dat heeft veel te maken met de aanwezigheid van talrijke vrouwen in het stadion. Zeer aangrijpend is elke keer de massale samenzang tijdens het volkslied: La Marseillaise, een ode aan Marianne. De duizenden vrouwenstemmen van de Mariannes in het stadion klinken helder boven het mannelijke gebrom uit.

Buffet heeft hoog ingezet. In haar beleidsnota Le sport, elles en parlent sprak ze een ambitieuze voorspelling uit: `In de 21ste eeuw moet alle discriminatie van de vrouw in de sport worden weggewerkt. Ik droom van een sport zonder commercialisering en doping, zonder chauvinisme en seksisme, maar wel gericht op ontmoetingen tussen mannen en vrouwen van verschillende culturen en achtergronden.'

Buffet keek nog verder vooruit en wilde de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal, Le Foot Féminin Français, op de rails krijgen. Daarvoor nam ze coach Aimé Jacquet in de arm. Het succes volgde. Frankrijk manifesteerde zich meteen, won in 2003 het EK voor spelers onder de 19 jaar en kwalificeerde zich voor het eerst voor het WK in 2002, na een wedstrijd tegen Engeland die werd bijgewoond door 25.000 fans.

De humanistische Buffet omschreef de succesvolle Franse voetbalzomer van 1998 als une fête de la jeunesse et de la citoyenneté. De Franse staat investeerde immers voor vijftien miljoen Franse franken in sportieve en culturele activiteiten rond La Coupe du Monde. Deze activiteiten richtten zich vaak op armere buurten van grote steden: de probleemgebieden, die het relatief stabiele sociale weefsel als een kanker aanvreten. Buffet promootte sport op twee manieren: als vrijetijdsbesteding en als sociale activiteit. Ze hanteerde daarbij een politiek van confrontatie: solidariteit versus egoïsme.

In Europa scoort Frankrijk inzake staatsinterventie op sportgebied van oudsher het best. In de jaren tachtig kwam het `educatieve sportmodel' zwaar onder vuur te liggen van de neo-liberalen. Ze verwierpen de opvoedkundige structuur, het vrijwilligerswerk en de publieke functie van de sport en aasden op snel geldgewin. De puur commerciële beweging le foot est business van de puissant rijke voorzitters Lagardère (Paris St. Germain), Bez (Girondins Bordeaux) en Tapie (Olympique Marseille) tastte het topvoetbal aan. Doping, omkoping, fiscale fraude en racistisch supportersgeweld brachten het Franse voetbal aan de rand van de afgrond.

Filosoof Pierre Bourdieu prijst in zijn essay L'Etat, l'économie et le sport het oude Franse model aan: staatssteun aan de nationale sportfederaties, vrijwilligerswerk, sterke boodschappen tegen corruptie, bescherming van jongeren tegen commercialisering, persoonlijkheidsontwikkeling, evenwicht tussen amateurclubs en topsport, sociale integratie van migrantenkinderen. Voetbal bleek een middel om het volk te binden en de ambities van de jeugd te stimuleren. Het is geen toeval dat het nationale elftal sinds medio jaren negentig bestaat uit jongens wier voorouders zijn opgegroeid in zowel Frankrijk als in Noord- en Centraal-Afrika, de Caraïben, Oost-Europa of Oceanië.

Dat is te danken aan Fernand Sastre, de oud-voorzitter van de Féderation Française de Football (FFF). Hij besefte dat de artistieke Bleus in hun spel een systeem misten om tot resultaten te komen. Hij gaf de Franse voetbalcultuur een structurele oplossing: de Centres de Formation. Elke professionele voetbalclub dient volgens de regels over een school te beschikken, waarin de beste jongeren uit de regio worden gekneed en, naast voetbal, in maatschappelijk relevante zaken worden onderwezen.

Jonge topspelers worden wegwijs gemaakt in het leven. Ze moeten nadenken over hun rol in de maatschappij en ze doen dat met verve. Onder leiding van gekleurde spelers als Marcel Desailly (christen), Lilian Thuram (vrijzinnig) en de blanke liberale moslim Zinedine Zidane zetten Les Bleus zich in voor sociale acties en hekelen openlijk zowel het racisme van het Front National als het islamitisch fundamentalisme. In 1988 opende de FFF Clairefontaine, dat zich ontwikkelde tot studie- en zenuwcentrum van het Franse voetbal. Er is een videoarchief met alle spelsystemen uit het wereldvoetbal, naast een bibliotheek over sport en pedagogiek.

Tegelijk dirigeerde minister Buffet de geldstroom opnieuw richting samenleving. Ze ontvouwde een plan om het voetbal te integreren in een sociaal kader. De winst die de Franse organisatie met het WK boekte kwam terecht in een fonds voor sociale opvang, dat de naam kreeg van zijn bezieler: Le Fonds Fernand Sastre. Het geld is bestemd om in middelgrote steden opvoedkundige sportinfrastructuur voor kinderen aan te leggen. Sinds 2000 werd over het hele land 44,2 miljoen euro in ruim 2.200 culturele, sociale en sportieve projecten geïnvesteerd om een infrastructureel en pedagogisch kader te creëren.

De overheid bespeelde na de zege van Les Bleus in de finale van 1998 op de juiste wijze de gevoelens van de bevolking: niet in nationalistische zin, maar door het meegeven van een boodschap van solidariteit, diversiteit en humane waarden. Het voetbal gaf een positieve dynamiek aan de integratie. Regering en voetbalbond lanceerden het saamhorigheids- en familiegevoel in de stadions en drongen het voetbalvandalisme terug. De FFF startte een actie gericht op supporters van verschillende etnische achtergronden. Met als slogan: Une France multiraciale, c'est une France qui gagne! Une France tricolore et multicolore.

Het Franse elftal bracht blanken, zwarten en mensen uit de Maghreb onder dezelfde vlag en lading. Noord-Afrikanen, Basken, Arabieren, Kanaken, West-Indiërs, Afrikanen en Fransen uit de grote steden én van het platteland: de perfecte mix van de Franse samenleving. Ziedaar het gezicht van le football français: wereldburgerschap!

Toch is het concept onderhevig aan slijtage. Voor de voorvechters van Les Bleus Multicolores was 2002 een rampjaar. Frankrijk tastte compleet mis op het WK. Minister Buffet overleefde de bizarre presidentsverkiezingen, waarbij de socialist Jospin in de eerste ronde als derde eindigde achter de extreem-rechtse Le Pen, niet. Intussen tracht de centrum-rechtse regering Raffarin de invloed van Buffet terug te dringen en winnen de yuppies opnieuw veld: de vormingscentra zijn niet meer verplicht voor de clubs. De eerste stap terug naar af?

    • Raf Willems