Jodenkoffie

Eind 1970 werd dr. Cornelis Kruyskamp, de bewerker van de grote Van Dale, voor het gerecht gedaagd. In een kort geding eiste H. Boekdrukker uit Voorburg dat in de niet-verkochte exemplaren van Van Dale de bladzijde met het woord jood zou worden vervangen. Boekdrukker voelde zich persoonlijk gekrenkt en beledigd doordat bij jood in Van Dale stond: ,,vaak als smaadnaam of scheldwoord gebezigd'', met als voorbeeldzin: ,,oude, vuile jood!'' Bovendien vermeldde Van Dale dat jood overdrachtelijk werd gebruikt voor `woekeraar, afzetter, bedrieger'. De voorbeeldzin bij deze betekenis luidde: ,,Ik zou bij zo'n jood niet willen kopen.''

Kruyskamp was verontwaardigd over deze kritiek. Tegen deze krant zei hij indertijd: ,,Men kan een woordenboek er toch niet aansprakelijk voor stellen dat het woord jood soms als scheldwoord of discriminerend wordt gebruikt. Een woordenboek is een inventaris van woordbetekenissen en taalfeiten.''

Boekdrukker verloor het geding. Van Dale hoefde de pagina niet te vervangen, maar de advocaat van Martinus Nijhoff, de toenmalige uitgever van Van Dale, verklaarde dat in nieuwe uitgaven van het woordenboek tot uitdrukking zou worden gebracht ,,dat bepaalde gebruiken van het woord jood verwerpelijke gebruiken zijn''.

Dat gebeurde inderdaad in 1976. De aanstootgevende voorbeeldzinnen werden geschrapt of vervangen, en bij de betekenis `afzetter, woekeraar', kwam te staan dat hier werd gezinspeeld ,,op zekere eigenschappen die vaak aan joden worden toegeschreven''. Pas in een latere editie werd hieraan toegevoegd dat die vermeende eigenschappen op een vooroordeel berusten.

In de druk die verscheen in 1984 gebeurde niet veel. Bij de samenstellingen met het woord joden- werd één woord geschrapt, jodenkost (`gerechten waar joden op gesteld zijn') en kwamen er vijf bij, waaronder het curieuze jodenmes. Volgens Van Dale was dit een ,,mes door joden gebruikt om beweerde hostieschennis te plegen''. Waarom dit woord werd toegevoegd is een raadsel.

Ondertussen liep de druk op Van Dale op. In 1991 stuurde de Utrechtse hoogleraar Henk Verkuyl, mede op verzoek van een joodse vrouw, uitgeverij Van Dale een uitvoerige analyse van de woorden jood en joden-. Volgens Verkuyl stonden er in Van Dale ,,restanten van antisemitisme''. Verkuyl maakte zich daar ontzettend kwaad om. Hij beschuldigde Hans Heestermans, een van de opvolgers van Kruyskamp, er zelfs van een lulsmoes te gebruiken door zich te verschuilen achter het argument dat je met het schrappen van betekenissen en woorden de taalwerkelijkheid geweld aandoet.

De ruimte ontbreekt om hier alle argumenten van Verkuyl te herhalen (zijn artikel staat op internet), maar feit is dat Heestermans en zijn opvolgers vervolgens ruimschoots in de samenstellingen met joden- zijn gaan schrappen. Stonden er in 1984 nog 61 van die samenstellingen in de grote Van Dale, in 1992 waren dat er nog maar 35 en in 1999 32 – bijna een kwart minder dan voor de Tweede Wereldoorlog.

Wat voor woorden zijn er nu geschrapt? In de eerste plaats woorden met een negatieve betekenis, zoals jodenbet (`onbevallige vrouw, hobbezak'), jodenlawaai (`grote drukte om niets'), jodenwinst en jodenwoeker (`ongeoorloofde winst, woekerwinst'). Daarnaast verdwenen er vier religieuze en politieke aanduidingen (waaronder jodenchristenen en jodengeloof), zes plantennamen (o.a. jodenbloempje en jodenkriek), en acht benamingen voor voedsel en drank, waaronder jodenkoffie (`koffie met kaneel, suiker en melk', ook wel boerenkoffie genoemd, een woord dat wel is blijven staan).

De vraag is of Van Dale er goed aan heeft gedaan om aan deze druk toe te geven. Van Dale zegt de woordenschat vanaf circa 1850 tot nu te beschrijven. Van veel van de geschrapte woorden kun je echter aantonen dat ze in de laatste honderdvijftig jaar wel degelijk zijn gebruikt. Het wordt inmiddels ook steeds duidelijker dat antisemitisme niet verdwijnt door voor joden krenkende of beledigende woorden weg te poetsen. (Slot volgt).

Reacties naar sanders@nrc.nl.