Handtas

Lee Harvey Oswald leek onaangedaan bij zijn eerste publieke vertoning na de aanslag op JFK. Marc Dutroux herinner ik me geboeid en uiterlijk onbewogen terwijl hij een stenen trap afholt, oog in oog met het Belgische volk. Hoe zou de openbare slachting van Dick A. zijn na het verlies tegen de Tsjechen?

De eretribune van het stadion in Albufeira was gistermiddag gevuld met een paar honderd toeschouwers. De eerste internationals kwamen door de uitschuifbare slurf het trainingsveld op. Ze kregen applaus, als gevallen helden. Aan de spelers lag het kennelijk niet.

Waar bleef bondscoach Advocaat?

Eerst Robben dan maar. De vleugelspits wandelde het veld op en kreeg een ovatie van het publiek. Hij zwaaide verlegen en liep met tenniskousen in de schoenen naar een bal. Ik verbaas me al enige tijd over het loopje van Robben, zeker als hij aanstalten maakt te gaan dribbelen. Het is de wankeling van een jong kalf met het slijm van de geboorte nog op de vacht. Maakt hij een grote pas of stort hij weer neer in het hooi? De symmetrie in het ranke lijf is ver te zoeken. Maar – dat weten we van Garrincha en Romario – een ongelijke tred in het voetbal, dat verraadt klasse.

Van Advocaat nog geen spoor.

Nog heel even over Robben dan. Het zou kunnen dat de bondscoach in het natuurlijke trekkebenen van Robben altijd de schemer van zijn geblesseerde hamstring heeft gezien. Fout. Van Hanegem herkende het geniale loopje van Robben al veel eerder. Hij beweerde dat Robben een speler met een handtasje was. Hij bedoelt dat Robben een tikje verwijfd oogt, met de opgetrokken linkerarm houdt de vleugelspeler tijdens een slalom een denkbeeldig tasje vast.

Ik kwam Robben een week geleden tegen in het hotel van Oranje. Ik vertelde dat ik graag had dat hij speelde tegen de Duitsers. Hij knikte vriendelijk en zei dat hij wilde en kon. Hij lachte verlegen en slenterde de tuin in. Een dag later zat ik tijdens de wedstrijd tegen Duitsland op de tribune naar Boudewijn Zenden te kijken. Handtas vergeten. Hopeloos.

Eindelijk, daar liep Advocaat het trainingsveld op.

Het publiek jouwde hem uit. Mij bleef één scheldwoord bij. Sukkel. Dat komt aan bij Advocaat. Een goede kennis van Advocaat vertelde me dat de bondscoach een aardige man is, die leidt aan een jammerlijk minderwaardigheidscomplex. Hij is een jongen uit een eenvoudige buurt die met hard werken zijn top heeft bereikt. Dick is netjes opgevoed. Pas na het toetje van tafel en 's nachts de handen boven de dekens.

Argwanend kijkt hij de wereld in, bang voor alles wat beter denkt, slimmer praat. Zijn geld op de bank, daar is hij trots op. Het is hem gegund. Alleen, die biljetten hebben Advocaat niet het vertrouwen gegeven losjes in het leven te staan. Angstig verdedigen blijft het devies.

De eerste passen van Advocaat op het trainingsveld deden gisteren licht geforceerd aan, ze waren net iets te stoer voor iemand die zo opzichtig faalde. Hij stond pas stil bij Pierre van Hooijdonk, nooit te beroerd om als informele leider van het stel de harde feiten op tafel te leggen. Dick Advocaat slaagde er niet in op ooghoogte te komen met de lange reservespits. Het leek me zelfs een onmogelijke missie.

Nog even een snelle blik in de ochtendkranten. Vandaag staat Advocaat met twee grote foto's op de voorpagina van het Algemeen Dagblad. De kleurenfoto met een piekerende bondscoach in de spelersbus springt eruit. Direct daaronder staat een advertentie voor haartransplantatie waarop we het opgeruimde gezicht van Advocaat zien, dolblij met zijn nieuwe kuif. Het bedrijf zoekt nog 2.200 proefkonijnen met erfelijk haaruitval. Lijkt me niet de perfecte timing voor een reclamecampagne.

Ik vermoed dat heel Nederland liever kaal wordt.