De Gaulle weerstond Amerika

Het was nog een stevige treinrit van Parijs naar de Normandische kust, waar de herdenkingen van de landing van de geallieerden op 6 juni 1944 herdacht gingen worden. Tijd genoeg om een boom op te zetten met de Franse diplomatiek medewerkster die meereisde.

Gezien ons reisdoel kwam al snel de houding van oud-president Charles de Gaulle vlak na D-day ter sprake. Generaal De Gaulle hield in augustus 1944 in het net bevrijde Parijs een geïmproviseerde toespraak, waarvan de inhoud op z'n minst niet helemaal conform de feiten was. Hij hield het opgetogen volk in alle toonaarden voor dat de `dappere' Franse legers het `eeuwige' Frankrijk hadden bevrijd. De `hulp van onze bondgenoten' zat verstopt in één klein bijzinnetje.

Vreemd, toch? opperde ik tegenover de Franse reisgenote. Die stelde geruststellend vast dat het historisch `natuurlijk' niet klopte. Maar, zo vervolgde ze monter, toch was het in orde wat De Gaulle deed. We moesten begrijpen: hij kon niet anders, het volk hongerde naar opbeurend patriottisme, de omstandigheden waren moeilijk. Ook de rol van Amerika moesten we niet uitvlakken.

Zo ging het nog even door, waarna ze eindigde met de conclusie dat De Gaulle het enig juiste had gedaan. Ik haalde er mijn schouders maar over op. Net als president Jacques Chirac zelf impliciet deed. Tijdens de herdenkingsceremonie gaf hij blijk van grote dankbaarheid jegens de geallieerden en jegens de Amerikanen in het bijzonder. In het licht van de Frans-Amerikaanse crisis inzake Irak klonken zijn loftuitingen – Amerika is een vriend `sinds altijd' en `voor altijd' – zelfs bijna te uitbundig. Hoe dat zij, de groots opgezette herdenking was een formidabele revanche voor de boycot van de D-day-herdenking in 1964, wederom door De Gaulle. Die gaf toen de voorkeur aan de herdenking van de landing van de Franse troepen in de Provence, in augustus 1944.

Weer thuis zag ik Dominique Moïsi, specialist internationale betrekkingen, op televisie. Gespreksonderwerp: de relatie tussen Frankrijk en Amerika. Het is een in Frankrijk geliefd want vleiend thema. Maar Moïsi maakte korte metten met de gelijkheidsillusie. Hij stelde dat Amerika naar Frankrijk kijkt met ,,een mengeling van irritatie en onverschilligheid''. En dat, omgekeerd, Frankrijk Amerika beziet met ,,een mengeling van hartstocht, negatieve hartstocht, en onwetendheid''.

Want wat had hem getroffen, als uitgenodigde spreker op conferenties ter gelegenheid van D-day, en zelfs geschokt? Dat Franse jongeren van vandaag over het Amerika van toen alleen maar weten dat het `onze Normandische steden heeft verwoest'.

Ik sprak erover met een vriendin die tegen het `homohuwelijk' is en die ik tot razernij kan brengen door alleen maar te zeggen dat George W. Bush er net zo over denkt. Over de Normandische steden stelde ze in alle kalmte vast: ,,Dat is ook zo. Die jongeren hebben gelijk.'' En ze voegde eraan toe, dat de Amerikanen ,,onnodig veel burgerslachtoffers hebben gemaakt.''

,,Ja, maar...''

,,Niks maar'', zei ze onverbiddellijk: ,,Zo is het.''

Intrigerend. Toch eens peilen, bij deze en gene. Het verwijt van de verwoesting van de Normandische steden bleek nog het minste. Algemene teneur: De Gaulle heeft inderdaad Frankrijk bevrijd. Niet van de Duitsers – die komen niet eens ter sprake – maar van de Amerikanen. Want die waren niet gekomen om Frankrijk te bevrijden, maar om het te bezetten. `Amgot' – het woord zegt het al. Een Allied Military Government of Occupied Territories: dat is wat de geallieerden hadden willen instellen in Frankrijk. Ze hadden zelfs al `zogenaamd' Frans geld laten drukken. Gelukkig was er De Gaulle. Die stond pal. En zorgde ervoor dat Frankrijk een soevereine staat bleef.

Tja. De feiten kloppen, maar klopt de perceptie ervan ook? Ik zag, met Franse ogen bekeken, ineens parallellen met Irak. Dat land zijn de Amerikanen ook gaan `bevrijden' om het te bezetten: het enige dat aan de vergelijking ontbreekt is een Iraakse De Gaulle. Ook moest ik denken aan die verstandige vriend die, onderste steen boven, blijft volhouden dat de toekenning van de Gouden Palm van het filmfestival in Cannes aan de kritische documentaire over Bush van Michael Moore ,,een triomf van de Franse cultuur'' is.

,,Wat nou, Franse cultuur?'' wierp ik in eerste instantie tegen. Mag cultuur tout court ook? De documentaire is Amerikaans, net als de maker, de juryvoorzitter en een groot deel van de jury. Daar zat zelfs maar één Française in. Wat is daar nu Frans aan?

,,Van de Franse cultuur, zeg ik je'', klonk het onverstoorbaar: ,,Het ging om Cannes. Daarom heeft het Witte Huis zich gedwongen gezien te reageren op de toekenning, en om geen andere reden.''

Ik heb nog andere vrienden. Nicolas, psychoanalyticus, houdt wel van de Amerikanen. Hij legt zijn land op de divan en zegt eenvoudig:,,Irrationaliteit is vaak terug te voeren op jaloezie. En die houdt verband met onzekerheid.''