`We zijn maar zo kort binnen'

Verloskundigen, kraamhulpen en consultatiebureaus moeten probleemgezinnen melden zodat deze hulp kunnen krijgen, vindt staatssecretaris Ross. Maar wie zijn zij om te oordelen hoe kinderen opgevoed moeten worden?

Verloskundige Annet van Vliet bekijkt tijdens de autorit de lijst met visities die ze moet afleggen. Het is negen uur in de ochtend. Om één uur 's middags wil ze acht of negen kraamvrouwen bezocht hebben. Ze parkeert voor een flat. De kraamzuster doet open. Een donkere baby ligt in het tweepersoons bed, haar zusje van zes ligt ernaast. De baby is twee dagen oud. ,,Wat een schatje'', zegt Van Vliet.

De moeder komt binnen en kijkt moeilijk. ,,Was het zwaar?'', vraagt de verloskundige. De moeder knikt en kijkt nog moeilijker. De borstvoeding komt moeizaam op gang en ze heeft last van haar hechtingen. ,,Kom'', zegt Annet van Vliet, ,,ik zal eens kijken.''

Staatssecretaris Ross-van Dorp (Welzijn) zei deze week dat gezinnen met problemen zo vroeg mogelijk opgespoord moeten worden. Verloskundigen, kraamzorgen en consultatiebureaus moeten alert zijn en problematische opvoedingssituaties melden bij een nog op te zetten meldpunt per gemeente, vindt Ross. Hoe eerder het gezin hulp krijgt, hoe groter de kans dat het kind zich toch goed kan ontwikkelen.

Maar het is heel lastig om een oordeel te vellen over een gezin waar je een kwartiertje binnen bent, vindt Annet van Vliet. ,,Neem die moeder van net. Dat is geen vrouw die veel over zichzelf vertelt. Ze wilde zelfs weinig kwijt over de bevalling. Dan krijg je toch geen reëel beeld van de opvoedingssitatie. Áls ze haar kinderen al zou mishandelen of zo, dan doet ze dat natuurlijk niet als ik binnen ben.''

Annet van Vliet is twee jaar verloskundige. Ze werkt bij de Maatschap Verloskundigen Lucina in Dordrecht. Ze heeft in die twee jaar nog nooit de neiging gehad een melding te maken over een gezin. ,,Ik sta soms wel verbaasd over de manier waarop mensen hun leven inrichten en met hun kinderen omgaan'', zegt ze. ,,Maar dan oordeel ik naar mijn maatstaven. Iedereen doet het weer anders. Als ik zou zien dat ouders hun kinderen mishandelen, dan zou ik dat natuurlijk melden. Bij de huisarts of bij het consultatiebureau. Maar dat is tijdens mijn stage één keer gebeurd.''

Haar collega Jetske Vocke: ,,Een huisarts vroeg laatst of we een bepaald gezin extra in de gaten konden houden. Mogelijk was er sprake van mishandeling. Bleek later dat het kindje ernstig bijziend was. Daarom viel het steeds en zat het onder de blauwe pekken. Je moet er erg zorgvuldig mee zijn.''

Annet van Vliet stopt in een woonerf. Alle huizen in de straat zijn versierd met oranje vlaggetjes. Daartussen een roze vlag: `Hoera, een meisje'.

De moeder doet open in haar witte peignoir. De kleine woonkamer staat vol met een groot crèmekleurig leren bankstel en een vitrinekast met kristallen beeldjes. De breedbeeld-tv staat aan, via een monitor kan de moeder haar baby boven in de wieg zien liggen. Haar zoontje van drie kijkt naar een Walt Disney-video op zijn kamertje. Het gaat goed, zegt de moeder. Annet van Vliet gaat mee de baby bewonderen. ,,Wat een popje'', zegt ze. ,,Ja, hè'', glundert de moeder. Annet van Vliet later: ,,Het zag er allemaal heel goed uit. Maar nu is de kraamzuster er, de moeder wordt verwend. Je weet niet hoe het over drie weken is.''

Het gaat er maar net om wát je een goede opvoedingssituatie vindt, zegt Renate Hazel van Verloskundige Maatschap West in Rotterdam. ,,Misschien vind ik een driekamerwoning driehoog achter niet zo geschikt voor vier kinderen. Maar dan kunnen we wel de helft van onze cliënten gaan aanmelden.''

Haar collega Nadine de Jonge: ,,Laatst nam ik een jong meisje mee in mijn auto naar het ziekenhuis voor de bevalling. En de vader? Die heeft de hele rit op het achterwiel van zijn brommer achter ons aangereden.''

Renate Hazel lacht: ,,Ja, bij mij zat een keer de aanstaande vader, een Antilliaanse jongen, tijdens de hele bevalling onderuit gezakt in een stoel op een lolly te zuigen. Ik zei later tegen de verpleegster: `Maakt u maar twee flesjes klaar, één voor de baby en één voor de vader'.''

,,En die Marokkaanse jongetjes, die thuis de baas zijn en totaal niet worden gecorrigeerd'', vraagt Nadine de Jonge zich hardop af, ,,moeten we dat melden?''

,,Ja'', of juist die kinderen die heel autoritair worden opgevoed en niets mogen, zegt Renate Hazel. ,,Die komen we ook tegen.''

De Rotterdamse verloskundigen willen maar zeggen: veel ouders doen het anders dan zij het zouden doen, maar wie zijn zij om te beoordelen wat goed is en wat niet?

Nadine de Jonge: ,,We zijn ook zo kort in een gezin. We wipppen een paar keer binnen na een bevalling. Vaak zijn de andere kinderen naar school. Of – vaak bij Marokkaanse gezinnen – loopt er een hele zooi kinderen rond: broertjes, zusjes, nichtjes, buurkinderen. Wij weten echt niet wie waarbij hoort.''

,,Ik vraag wel eens aan zo'n jong meisje: Nu heb je een baby, zit je volgend jaar weer bij mij op spreekuur?'', zegt Renate Hazel. ,,Jij hebt geen werk, hij heeft geen werk, hoe ga je dat doen? Meestal kijken ze me dan aan met zo'n blik van `wat vráágt die veel'.''

We hebben wel eens naar het consultatiebureau gebeld en gevraagd of ze een gezin in de gaten wilde houden, zegt Renate Hazel. ,,Dat was een extreem geval. Een vreselijk vies huis, je kleefde aan de vloer en de ontlasting zat aan de muren. We vroegen of zij er snel een keer langs wilden gaan.''

Dat zou Ross toejuichen. Consultatiebureaus zouden minder moeten wegen en meten en meer moeten kijken naar de psychosociale ontwikkeling van het kind. ,,Dat is precies wat we al jaren doen'', zegt Monique Koster van Consultatiebureau Ouder & Kind in Rotterdam. En de Rotterdamse consultatiebureaus zijn daar niet uniek in. Dat gebeurt op veel plaatsen in het land. Monique Koster: ,,We zien de opmerkingen van de staatssecretaris als een stukje erkenning. We willen van het imago af dat we alleen meten en wegen. We hebben ook een belangrijke signaleringsfunctie.''

Alle Rotterdamse baby's krijgen twee weken na de geboorte huisbezoek van het consultatiebureau. De ouders worden aangespoord de komende vier jaar regelmatig langs te komen op het consultatiebureau. Als er dan signalen zijn dat het moeizaam verloopt in het gezin, bij het eerste bezoek of later, kijkt het consultatiebureau wat er aan de hand is en welke hulp er nodig is.

Monique Koster: ,,We kunnen ze opgeven voor een cursus opvoedingsondersteuning. En als de problemen groter zijn, verwijzen we in overleg met het gezin door naar bureau jeugdzorg. Eventueel bezoeken we ze later nog een keer. Op die manier kun je veel ellende voorkomen.''

Annet van Vliet stopt voor een laagbouwflat. In de slaapkamer staan twee groene wiegjes. Twee meisjes. Ze zijn net een week oud. De moeder ligt er trots naast in bed. Annet van Vliet vraagt over de bevalling, of de moeder zich goed voelt en of de kinderen goed drinken. Intussen weegt ze de meisjes. De moeder houdt haar adem in. Eén is al over het geboortjegewicht, de tweede er precies op. ,,Prachtig hoor'', zegt de verloskundige. ,,Het zijn beeldjes. Veel geluk.''