Verukkelijke cliché-mannetjes

Deze week waren ze nog op televisie te zien, in het improviseerprogramma voor acteurs `De vloer op': Gijs Scholten van Aschat, Peter Blok, Pierre Bokma en Jaap Spijkers. Ze deden nog eens dunnetjes over wat ze in het theater en op film met Cloaca al tot in eindeloze finesses hadden beproefd. En ze deden het goed. Ze waren weer helemaal die vier clichémannetjes die zo subliem het failliet van de babyboomgeneratie ondertekenden.

Tom, Pieter, Joep en Maarten zijn vier studievrienden die moreel en emotioneel aan de grond zitten. Ze zijn al lang uit elkaar gegroeid, maar nog eenmaal tot elkaar veroordeeld als politicus Joep (Scholten van Aschat) door zijn vrouw het huis uit wordt gezet en via ex-verslaafde ex-advocaat Tom (Blok) terechtkomt bij gemeenteambtenaar Pieter (Bokma). Daar voegt ook toneelregisseur Maarten (Spijkers), die met de net meerderjarige dochter van Joep slaapt, zich bij hen. Een verrukkelijke soap voor een stelletje bijna vijftigers. Het ultieme langs elkaar heen leven.

Cloaca werd vorig jaar tijdens het Nederlands Film Festival bekroond met de publieksprijs en een speciale juryprijs, een elegante manier om niet een van de acteurs boven een ander te hoeven uitverkiezen.

Regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen en scenariste Maria Goos bewerkten zelf hun theatervoorstelling voor film, en durfden daarbij de lolbroekerij van de uitvoering in te ruilen voor donkerder en grimmiger tonen. Niet voor niets werd het zich voornamelijk in de avondlijke en nachtelijke uren voltrekkende verhaal zoveel mogelijk met natuurlijk licht gedraaid. Dat wil zeggen: zonder extra lampen. Van de Sande Bakhuyzen vertelt op het commentaarkanaal dat hij het een uitdaging vond om met cameraman Guido van Gennep uit te proberen hoever ze daarbij konden gaan.

De vertaling van typische toneelscènes naar film is sowieso een van de sterkste kanten van de filmversie. Lange monologen zijn in verschillende situaties opgenomen en vernuftig aan elkaar gemonteerd. De lange scheldkanonnade van Joep die, overspannen en op en top midlife-crisis, gehakt maakt van het huiselijke leven dat zijn politieke carrière ondersteunde is gedraaid in de auto, op de trap, in de keuken, door de telefoon, alsof hij elke dag dezelfde tirade afsteekt, zonder er ook maar iets aan te veranderen.

De walging van hun kleinzielig uitgesleten paden die de vier hoofdpersonen voelen, wordt ook toepasselijk verwoordt door Van de Sande Bakhuyzen die met dezelfde ingesleten patronen worstelde toen hij van theater film ging maken. Hij moest er voor hoeden dat ,,de melodieën van de voorstelling de film binnendrongen''.

Cloaca

Film:

Extra's: