Van Bieberbach tot Riemann

De Franse wiskundige Louis de Branges beweert een bewijs gevonden te hebben voor de Riemann Hypothese, een beroemd wiskundig probleem, dat betrekking heeft op de verdeling van priemgetallen. Priemgetallen (die alleen deelbaar zijn door één en door zichzelf) lijken volledig willekeurig verdeeld te zijn, maar Riemann sprak in 1859 het vermoeden uit dat de frequentie waarmee ze voorkomen samenhangt met het gedrag van een tegenwoordig naar hem genoemde functie. De Branges, verbonden aan de universiteit van Purdue in de Verenigde Staten, heeft zijn bewijs van het Riemann-vermoeden gepubliceerd op zijn website. Collega's zijn uitgenodigd het artikel van 124 pagina's te controleren.

Die hebben zich in hun eerste reacties zeer sceptisch uitgelaten. Zelf bestaat er een zekere onwil het bewijs ook maar in ogenschouw te nemen. Al minstens twee keer eerder heeft De Branges namelijk een bewijs geclaimd dat bij nadere beschouwing vol fouten bleek te zitten. Volgens collega-wiskundigen, geciteerd in een vorig jaar verschenen boek van Karl Sabbagh, ``zoekt De Branges het gewoon in een volledig verkeerde richting''.

Mocht het bewijs twee jaar stand houden, dan valt De Branges eeuwige roem ten deel. Bovendien strijkt hij een miljoen dollar op van het Clay Mathematics Institute in Cambridge, Massachusetts, dat die prijs heeft uitgeloofd voor de oplossing van elk van zeven grote wiskundige problemen. En honderden andere wiskundige stellingen, die uitgaan van de juistheid van de Riemann-hypothes, zijn dan in één klap bewezen.

Hoewel het werk van De Branges omstreden is, kan toch niemand zich veroorloven het te negeren. In 1985 verraste hij de wiskundige wereld met een (geldig) bewijs van het Bieberbach-vermoeden, dat zeventig jaar op een bewijs wachtte. De Branges wil zijn eventuele miljoen gebruiken om het kasteel van zijn voorvaderen, in 1791 tijdens de Franse revolutie verwoest, te restaureren en er een wiskundig onderzoeksinstituut te vestigen.