Taaltrotters

Enkele opmerkingen in het artikel over straattaal (W&O, 12 juni) vragen om commentaar, c.q. aanvulling of verbetering. Het stuk begint met de zin `Joe broko mi span, matti', wat een leraar tegen een leerling zou zeggen en waarna hij onmiddellijk diens aandacht zou hebben, omdat hij die dan zou `aanspreken in zijn eigen taal', straattaal. Wel, ten eerste zou straattaal een soort geheimtaal zijn, ook volgens de kop van het artikel; dat betekent dat die leerkracht de taal niet eens zou mogen kennen. Ten tweede is het betreffende zinnetje helemaal geen straattaal, maar Sranan Tongo, letterlijk `Surinaamse taal'. Ten slotte is het mijn ervaring dat leerlingen het alleen maar gek en ongepast vinden als iemand van een oudere generatie hen aanspreekt in hun eigen jargon. Ouderen die ook `cool' willen doen, en helemaal van deze tijd willen zijn, daar steken ze vooral de draak mee. Die vinden ze belachelijk, en pathetisch, dus zielig. Bovendien spreken veel Surinaamse leerlingen wel Surinaams, maar juist niet tegen of met ouders, want dat zou brutaal klinken.

Verder staan er in het artikel een paar vertalingen die niet juist zijn: `Sma' schrijven ze op, `jongen', en `swa' wat `meisje' betekent. Het is juist omgekeerd, zoals iedereen weet die zich een klein beetje in dit jongerenjargon heeft verdiept: `sma' betekent `meisje', en `swa' (uit het Papiaments, afgeleid van `zwager') staat voor `jongen' of `man'. `Woela' betekent niet werkelijk `echt waar', maar is in het Arabisch de vorm voor `ik zweer het bij Allah' en voor jongeren is het een andere manier om `ik zweer het' te zeggen. Ten slotte wordt in het artikel vermeld dat straattaal zou zijn doorspekt met buitenlandse woorden (vooral Surinaams en Turks). Dat klopt slechts voor een deel. Surinaams is inderdaad wel de lexicale hoflevenarcier van straattaal, maar daarnaast wordt er veel uit het Engels overgenomen, met name via de Amerikaanse hiphop-cultuur. Het Turks heeft juist heel weinig invloed op straattaal, zeker ook minder dan het Arabisch, waaruit bijvoorbeeld habibi (`liefje/schatje') en tezz (`shit') zijn geleend. Verder is een interessant kenmerk van straattaal dat er nieuwe Nederlandse woorden worden bedacht (zoals dieken voor `gemeenschap hebben') en dat bestaande woorden een nieuwe betekenis kunnen krijgen: `hij loste op in een moeilijke auto' kan daarom `hij ging weg in een fantastische auto' betekenen. Wie iets schrijft over straattaal, zou zich redelijk goed moeten oriënteren, anders lijkt hij of zij wel erg veel op de reclamemakers van Kanis en Gunnik, die de nieuwe koffiepadzz cool en vet vinden.