`Schiet hem in zijn benen'

Cameraman en documentairemaker Ton Vriens, die in New York woont, ziet de dag dat zijn zoon wordt uitgezonden naar Irak snel dichterbij komen. Nog een week de tijd om hem ervan te weerhouden. `Don't let him go. Tell him it's dangerous', zegt de moeder van een gesneuvelde militair. Maar de zoon vindt dat het zijn taak is.

Toen Thomas een baby was, bezocht ik de indrukwekkende kerkhoven van gevallen soldaten in Normandië. Ik liep met hem rond in zo'n buikdrager. Hij sliep, zoals meestal. Ik zie nog de lange schaduwen van de duizenden kruizen in de avondzon. En ik dacht, zo'n slachtveld zal mijn zoon nooit meemaken.

Twintig jaar later, 29 mei 2004. Memorial Day. Amerika herdenkt zijn gesneuvelden. Tweede Wereldoorlog: 400.000 Amerikanen; Korea: 37.000; Vietnam: 58.000; Irak, tot en met afgelopen donderdag: 833. Vandaag heeft West Point, de militaire academie voor officieren bij New York, Graduation Day. Ik sta in opdracht van de Duitse publieke omroep met de camera te wachten op de commencement spreker, Defensie-minister Donald Rumsfeld. Duizenden familieleden en aanhang van de afstuderende kadetten vullen al vanaf zeven uur 's morgens de tribunes van West Points stadion. Op het veld zitten 935 aspirant-officieren op klapstoeltjes in een soort negentiende-eeuws Brits gala-uniform met gouden sabels. Amerikaanse vlaggen wapperen upbeat tegen een strakblauwe hemel. De militaire band oefent nog een keer `America the Beautiful'. Tegen negenen worden ze overstemd door laag invliegende helikopters. Apocalypse Now.

Rumsfeld en zijn escorte van Men in Black, met zonnebrillen en oordopjes, benen gehaast via een zijingang de sportarena binnen. Rumsfeld, tanig en vief voor z'n 72 jaar, lijkt in alles op zijn Vietnam-voorganger Robert McNamara. Allebei koele strategen die een oorlog besturen als een corporation en over de levens van duizenden beschikken. McNamara gaf onlangs toe dat hij als oorlogsmisdadiger de geschiedenis was ingegaan voor zijn rol in het bombarderen van Japan, had Amerika niet de oorlog gewonnen. Winner takes all. McNamara lag er niet wakker van.

Rumsfeld, de gladiator, heft zijn vuist en grimlacht. De familieleden en aanhang van de afstuderende officieren gaan staan met een donderend applaus. Er is een satellietverbinding geboekt tussen New York en Duitsland in de hoop dat `Roemsfelt, Amerika's ongeleide projectiel' weer iets schokkends gaat zeggen. Zoals die keer dat hij Duitsland en Frankrijk diskwalificeerde als het `oude Europa'. Of zijn nonchalante reactie freedom is messy, toen Bagdad werd geplunderd onder het oog van de Amerikaanse strijdkrachten.

De afgelopen weken stond Rumsfeld onder druk vanwege de Abu Ghraib-foto's met mishandelde Iraakse gevangenen. Na veel gedraai – rapport nog niet gelezen, `dit is geen marteling te noemen' – neemt hij de verantwoordelijkheid maar treedt niet af. Volgens de officiële telling overleden zevenendertig gevangenen in Amerikaanse gevangenschap in Irak en Afghanistan. Mensenrechtenorganisaties schatten dat 80 tot 90 procent van de duizenden gevangenen in Irak maanden werden vastgehouden zonder aanklacht of zelfs aanleiding. Maar een groot deel van het Amerikaanse publiek is bereid aan te nemen dat het een uitzonderlijk incident was. Just some bad apples. Opiniepeilingen geven aan dat een meerderheid vindt dat er te veel aandacht aan wordt besteed. Volgens de populaire radiotalk-show host Rush Limbaugh hebben onze jongens en meisjes in Irak even stoom afgeblazen.

De beelden van schlemielige, naakte en doodsbange Irakezen, belaagd door lachende Amerikaanse militairen, plaatsen me resoluut in het antioorlogskamp. Sommige liberals gaven de oorlog tegen Irak en de bezetting nog het voordeel van de twijfel. Ingezet op oneigenlijke gronden, zou hij wellicht de autoritaire stallen van het Midden-Oosten uitmesten. Maar op de dag van publicatie van de foto's, weet ik het eindelijk zeker – ik wil niet dat mijn zoon dient in een leger dat dit soort excessen bedrijft.

Trotse moeder

,,You belong to the greatest Army on the face of the Earth.'' Het gehoor is gretig, dus Rumsfeld hoeft niets uit te leggen over excessen onder zijn bewind. Het moment is gekomen om de jongelui de big picture van hun carrière voor te houden. ,,President Bush en zijn coalitie hebben in minder dan drie jaar 50 miljoen mensen bevrijd en overal ter wereld cellen van terroristen uitgeroeid. Ondanks deze successen is de waarheid dat we nog steeds aan het begin staan van deze strijd tegen deze globale opstand.''

Paul Kennedy, de Amerikaanse historicus van The Rise and Fall of Great Empires ziet voor Amerika geen toekomst als imperium. In tegenstelling tot het oude Engeland waar de jonge lords stonden te trappelen om de koloniën te beheren, heeft de Amerikaanse elite het lef niet om zijn kinderen naar Irak of elders te sturen. Dat zegt Kennedy. De enthousiaste kadetten van West Point en hun ouders lijken er anders over te denken. En ze beschikken over een passende ideologie ter uitbreiding van de overzeese gebiedsdelen: de Amerikaanse kruisvaart. Zoals Bush hier op dezelfde plek twee jaar geleden het nieuwe tijdperk inluidde: ,,We will bring the battle to the enemy!''

Tijdens het uitreiken van de bullen raak ik in gesprek met een trotse moeder. Hoe vindt u het dat een minister, van wie zelfs viersterrengeneraals zeggen dat hij moet aftreden, hier de feestredenaar is? ,,Rumsfeld is the best! He is the greatest!'', roept ze verbaasd en argwanend. ,,Is een minister die marteling bagatelliseert een geschikt rolmodel voor officieren?'', vraag ik. ,,Luister eens, die Irakezen doen toch veel ergere dingen!''

De ceremonie is afgelopen. De officieren werpen hun hoeden in de lucht en slaan elkaar uitgelaten op de schouders. Sommige weten dat ze naar Irak gaan. De ouders komen aanrennen. Rumsfeld wordt belaagd door een lange stoet fans die met hem op de foto willen. Ik sta met de camera in het gedrang op een meter afstand van Rumsfeld, met de ellebogen van de Men in Black in mijn zij en pijnig mijn hersenen wat ik kan vragen.

Proefkonijn

Een jaar geleden, vlak voor de oorlog tegen Irak begon, bemachtigde ik tijdens een persconferentie van Rumsfeld de microfoon. Ik had Thomas, toen een paar dagen op verlof, meegenomen om hem het perfide politieke spel te tonen. Voor het oog van de wereld vroeg ik Rumsfeld naar de bewijzen dat Saddam achter de aanslagen van 11 september zat en hoeveel slachtoffers de vergelding zou kunnen vergen. Thomas had zich aangemeld bij de Marines in de overtuiging dat Amerika militair moest optreden om massale terreurdaden, zoals hij had meegemaakt op loopafstand van zijn huis, te voorkomen. Rumsfeld slaakte een diepe zucht. Irak moest eraan geloven omdat het een broedplaats voor wapens en terroristen zou zijn en er was geheime informatie over verbanden tussen Irak en Al-Qaeda, enzovoort. Hij omzeilde de vraag over slachtoffers.

Hier in West Point, een jaar later, laat ik de mogelijkheid Rumsfeld te confronteren voorbijgaan. Na dertig seconden naast de handenschuddende Rumsfeld word ik verwijderd. Ik kom hem ook niet meer tegen in de wc. Ik rijd gedeprimeerd naar huis. Gefaald om mijn zoon te beschermen.

Nog voor de beelden van mishandelde Irakezen de wereld over gaan, verschijnt een andere foto op internet die door veel Amerikanen als schokkend en ongepast wordt gezien. De foto toont doodskisten, met Amerikaanse vlaggen bedekt, klaar voor verzending in het ruim van een vrachtvliegtuig. De fotografe, werkzaam bij een Amerikaans vervoersbedrijf in Koeweit, wordt ontslagen, de foto's onmiddellijk uit de roulatie genomen. Een medewerker van Rumsfeld verdedigt de censuur met verwijzing naar de privacy van familieleden. Maar Sue Niederer, die in februari haar zoon verloor in Irak, laat weten dat wat haar betreft de pers er niet genoeg aandacht aan kan geven. ,,Deze regering probeert de aandacht af te leiden van het dagelijks groeiende dodental in Irak. Heb je Bush of Cheney of Rumsfeld ooit een begrafenis zien bijwonen? Ze negeren het. Ze hebben zelfs geen brief gestuurd om me te condoleren.''

Ik ontmoet Sue voor een interview bij haar thuis in een suburb van New Jersey. Een stevige, luide vrouw met permanent – as American as applepie. Makelaar in onroerend goed. Haar zoon Seth had aangemonsterd bij het leger om zijn studieschuld als medicus, rond de negenduizend dollar, af te betalen. Volgens Sue was hem beloofd dat hij niet naar Irak zou hoeven. Een maand later, liep Seth, ongetraind als hij was, in Iskandariyah, Irak op een landmijn. Hij was ingezet om explosieven op te sporen. ,,Ze hebben hem onder valse voorwendselen gerekruteerd en vervolgens gebruikt als proefkonijn.''

Ik vraag Sue wat ik aan mijn zoon kan zeggen om hem ervan te weerhouden te gaan. ,,Don't let him go. Tell him it's dangerous.'' ,,Maar Thomas vindt dat het zijn taak is, dat hij willens en wetens getekend heeft, dat hij z'n maten niet in de steek kan laten.'' Sue zucht. Haar stoerheid is verdwenen. ,,Ik had mijn zoon eigenhandig in z'n benen moeten schieten.''

Veel ouders met een zoon of dochter in Irak zijn tegen de oorlog. Hun aantal zal Bush niet de verkiezingszege kosten, maar ze zijn georganiseerd in Military Families Speak Out (MFSO.com). Het probleem voor veel ouders, zoals Sue, is dat ze tegen de aanwezigheid van Amerika in Irak zijn, omdat het er gevaarlijk is. Maar waar waren we toen Bush en Blair ons met de ondergang bedreigden, als we niet Irak binnenvielen? En ook nu klinkt ons antioorlogsstandpunt zwak en inconsequent. Het is tenslotte een beroepsleger. En wie kan met zekerheid beweren dat de Iraakse bevolking geen betere vooruitzichten heeft dankzij de Amerikaanse invasie? Zou ik Thomas proberen tegen te houden als hij naar Joegoslavië was gestuurd?

In de e-mail vind ik een bericht van Holly, de vrouw van Thomas, onder de kop `A Positive View of Iraq'. Het is een kettingbrief van ene Ray Reynolds, die zich medisch verzorger in de Iowa National Guard noemt. Hij komt met een lange lijst van weldaden die aan de Amerikanen te danken zijn. Vierhonderdduizend kinderen ingeënt, vijftienhonderd scholen gerenoveerd, ziekenhuizen spic en span, drinkwater voor 4,5 miljoen mensen, dubbel zoveel elektriciteit als onder Saddam, lokale democratie, enzovoort enzovoort. ,,Denk maar niet dat deze mensen ons niet willen... We are doing a good job in Iraq. Met dank aan iedereen die weigert de media te geloven.'' Het zou niet de eerste keer zijn dat de Amerikaanse legerleiding feel-good stories fabriceert. Reynolds blijkt geen medische verzorger te zijn, maar in communications te werken. Zijn bronnen zijn niet te verifiëren. Maar de propaganda vult een vacuüm. Over het reilen en zeilen van de doorsnee Iraakse familie, sinds de Amerikanen hen uitkozen voor Operation Iraqi Freedom, is weinig bekend. Bij gebrek aan informatie gaan steeds meer Amerikanen, inclusief journalisten, denken dat zij ondankbare honden zijn.

Gewetensbezwaar

Thomas' vertrekdatum, 26 juni, komt angstig dichtbij. Het Pentagon maakt bekend dat Amerika de troepen in Irak op sterkte zal houden. Veel soldaten zitten er al veel langer dan afgesproken. Ondertussen worden er nogal wat militairen van de Amerikaanse bases opgeroepen. Sommigen duiken onder in Canada, zoals in de Vietnam-tijd. Enkelen tekenen bezwaar aan. Een actiegroep die zich inzet voor militairen met gewetensbezwaren zegt honderden telefonische aanvragen binnen te krijgen voor hulp. De Amerikaanse GI Camilo Mejia wordt een test case. Mejia had al gediend in Irak, maar was op verlof gestuurd en vervolgens ondergedoken. In maart geeft hij zichzelf aan. Zijn gewetensbezwaren lijken ongeveinsd. Hij had martelingen van Irakezen door medesoldaten meegemaakt en kon het niet langer aan.

De Amerikaanse publieke opinie is alweer verdeeld. Bill O'Reilly, anchorman van Fox News, hitst met `deserters are criminals' de televisiekijkers op. Mejia wordt veroordeeld tot twaalf maanden gevangenis. Dezelfde straf die mariniers Andrew Sting en Jeremiah Trefney krijgen voor het folteren van een Irakees met elektriciteit omdat hij zijn mond niet wou houden. Mejia's veroordeling maakt een eind aan de hoop dat verzet tegen de Amerikaanse bezettingsmethoden in Irak onder gewetensbezwaren zou vallen.

Ik zoek koortsachtig naar andere wegen om Thomas' vertrek naar Irak te voorkomen of uitstel te verkrijgen. Een leger juristen, hulporganisaties en zelfs de Nederlandse ambassade worden benaderd met de wanhopige vraag of zijn Nederlandse nationaliteit hem een uitweg zou kunnen bieden. Na vijftien jaar afwezigheid moet het moederland opeens mijn zoon redden. Dreigt Nederland niet zijn deelname aan de coalitie in Irak in te trekken? Een vriend in diplomatieke dienst ontnuchtert me snel. Nederland blijft deelnemen. Dat is al lang bedisseld.

Maar dan komt een Harvard-jurist van Nederlandse afkomst met een creatief plan. Bush heeft per decreet besloten dat buitenlanders in het Amerikaanse leger ten tijde van oorlog recht hebben op de Amerikaanse nationaliteit. Ook postuum. Als uw zoon deze procedure snel opstart, dan kan dit mogelijk uitzending naar Irak vertragen. Thomas heeft er oren naar. Hij wil zijn contract met het leger niet verbreken, maar voor vrouw en kind is hij bereid een legale weg te bewandelen. Helaas: als hij zich de volgende dag bij het juiste loket vervoegt met driehonderd dollar voor de administratiekosten, krijgt hij te horen dat zijn marsorders voorrang hebben. We zijn terug bij af. Ik schaam me dat ik Holly valse hoop heb gegeven. En Thomas heeft zijn buik vol van het gechicaneer en besluit te gaan. `It's my Job!'

Embedded

Anderhalve week na Rumsfelds commencement speech in West Point belt het Foreign Press Center. Ze ressorteren onder het State Department en staan buitenlandse journalisten bij. Zo kan Washington hen in de gaten houden. Het telefoontje is ongebruikelijk. Rumsfelds speech was een routineklus. De Foreign press officer komt een praatje maken. Hoe is het gegaan? Hoe is het met je zoon? Hoe heet hij voluit? Waar zit hij nu?

Vanwaar deze belangstelling? Staan we op een lijst, worden we in de gaten gehouden? Maar dan kunnen ze toch gewoon de telefoon aftappen? Paranoia maakt plaats voor een ingeving. Ik mobiliseer het Amerikaanse netwerk CBS en de Duitse publieke omroep om een aanvraag te ondersteunen om als cameraman te worden ingedeeld bij Thomas' eenheid, `embedded'. In de aanvraag benadruk ik, nee, ik chanteer ermee, dat als 'm een haar gekrenkt wordt, er een kritisch verhaal komt over de moedige Hollander die bereid was deze regering te geloven, inclusief archiefbeeld met Rumsfelds leugens van een jaar geleden.

Thomas kan er geen begrip voor opbrengen. ,,Word ik straks bij mijn bazen op kantoor geroepen als `de zoon van Mr. Hollywood.''' Ik zeg hem dat het me een betere oplossing leek dan hem in zijn benen te schieten. Helemaal goed zit het niet. Dat voel ik wel aan. Maar het is oorlog.

In de week dat Amerika niet kan ophouden afscheid te nemen van oud-president Reagan, verdwijnt Irak naar de achtergrond. Vrijdag is een nationale rouwdag. Wall Street sluit. Ik word naar Sotheby's gestuurd waar de inboedel van de actrice Katharine Hepburn wordt geveild, van krulspelden tot oude rijbewijzen. Herinneringen smelten ineen. Hepburn, de stoere en toch elegante Yankee, rolmodel voor het Amerikaanse matriarchaat. In African Queen krijgt ze zelfs Humphrey Bogart van de drank af. Reagan, bijgenaamd `Dutch', de laconieke cowboy met zelfspot die High Noon voor het sovjetimperium bracht. Misschien is het valse nostalgie. Hepburn schijnt zich binnenshuis als een helleveeg te hebben gedragen. Knikkebollende Reagan was een ijzervreter die de CIA overuren liet maken om dictators in het zadel te houden. Zonder Reagan was er wellicht geen Bush geweest. Zonder Reagan waren de rijken misschien niet nog rijker geworden en de armen niet nog armer en dikker. Maar toch, wie in Amerika zou niet naar die tijd terugwillen, dat laatste kwart van `de Amerikaanse eeuw'? En zo gaan Hepburns' krulspelden en andere memorabilia die vrijdag snel van de hand, voor een kleine zes miljoen dollar.

In het weekend bel ik Thomas om hem te laten weten dat zijn zusje de schoolfinale voetbal in New York heeft verloren. ,,This family is a bunch of losers'', bromt hij afwezig. Soms klinkt hij alsof hij er al geweest is. De aanvraag bij het Marine Corps om met hem mee te gaan is nog in behandeling.

Wilt u reageren? Stuur uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf het Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam